2026
Inleiding tot de
Bedrijfskunde
PROF. LODE DE WAELE
JADE VAN WALLENDAEL
,Hoofdstuk 1 – Grondbeginselen van
ondernemerschap en economie
1. Organisaties als open systeem
In deze cursus bekijken we organisaties als open systemen:
- Organisatie staat niet op zichzelf (gesloten), maar is onderdeel van
een omgeving (interactie, uitwisselingen).
- Systeem: groep componenten die interactie hebben met elkaar en
afhankelijk zijn van elkaar om een gedeeld doel te bereiken.
Organisaties gaan allerlei middelen gebruiken (input) om vervolgens
d.m.v. een transformatie output te creëren in de vorm van producten of
diensten.
Input bestaat uit:
- Mensen (beschikbare arbeid)
- Kapitaal (niet alleen geld)
- Natuurlijke hulpbronnen
- Ondernemingsactiviteit en kennis
Voorbeeld: boer (= ARBEID) ploegt zijn land (= NATUUR) met zijn tractor
en ploeg (= KAPITAAL). De boer zaait in het voorjaar, oogst in het najaar
en zorgt voor extra bemesting (= KENNIS/ ONDERNEMERSCHAP).
De output varieert afhankelijk van het type ondernemingen. Soorten
bedrijven/ ondernemingen:
- Industriële ondernemingen = tastbare, fysieke producten
- Handelsondernemingen = verhandelen fysieke producten. Kopen en
verkopen goederen, eventueel (her)verpakken, distribueren naar
een ander verkooppunt
- Dienstenondernemingen = ontastbare outputs. Vervullen vaak deel
van transformatie-proces van andere organisaties (transport,
accounting…)
Een andere onderverdeling van type bedrijven die ook vaak gebruikt wordt
is producenten versus dienstverleners.
Producenten (industriële onderneming) maken tastbare goederen: Vb.
fabricage van lucht- en gascompressoren bij Atlas Copco
- Kapitaalintensief: nood aan grote investeringen voordat je kan
starten (vb machines, fabrieken, voorraden…)
1
, - Nood aan kapitaal/voldoende capaciteit om schaalvoordelen te
kunnen bekomen = toetredingsdrempel
Dienstverleners (produceren geen tastbare goederen, maar creëren
waarde door activiteiten of ondersteuning): Vb. transportbedrijven in
dienst van een producent/industriële onderneming, verzekeraars, groot-
en detailhandel, …
- Gaat vaak om gespecialiseerde kennis (marketing, accounting, etc.)
- Arbeidsintensief
- Handel wordt in deze tweedeling dan een dienstverlener.
Opmerking: ook industriële ondernemingen (producenten) beginnen
steeds meer diensten aan te bieden, vb: dienst na verkoop.
Tegenwoordig spreken we over servitizatie (servitization) = een
bedrijfsstrategie waarbij bedrijven van het verkopen van fysieke producten
overstappen naar het aanbieden van geïntegreerde producten en diensten
om meer waarde te creëren voor de klant. Vb: IBM = producent van
computers, maar eveneens diensten zoals systeemontwerp, consultancy…
Dit is goed voor de cashflow van je bedrijf. Een klant doet niet een
eenmalige aankoop, maar door vb een onderhoudscontract aan te gaan,
krijg je een aanhoudende cashflow.
2. Klantenwaarde
Het doel van een bedrijf is winst creëren, maar er is steeds meer discussie
over de maatschappelijke rol van bedrijven.
Doel voor elke organisatie/bedrijf is waardecreatie voor
klanten/consumenten/ doelgroepen
Wat is klantenwaarde? Kosten < Prijs < Waarde (KPW schema)
Waarde is de prijs die klanten willen betalen. Deze is sterk afhankelijk van
de perceptie van klanten.
We spreken over superieure klantenwaarde ALS:
- De waargenomen voordelen van het product/ de dienst > de
verwachte voordelen
- Voordelen van jouw product/ dienst > voordelen van concurrenten
2
, Je creëert superieure klantenwaarde door meteen te denken vanuit het
perspectief van de klant. Als ondernemer moet je er niet van uitgaan dat
de vraag van de markt wel zal komen zodra je het product presenteert.
Hoe kunnen bedrijven waarde creëren voor hun klanten. Vb: B2B
bedrijven, hoe kan je bijdragen aan de winstgevendheid van je afnemer
(niet eindklant, maar bedrijf dat jouw product koopt)?
A. Directe kostenbesparingen
Je helpt de afnemer onmiddellijk geld te besparen, door een lagere prijs
aan te bieden voor jouw product of dienst. Dit levert een direct financieel
voordeel op.
B. Indirecte kostenbesparingen
Je helpt de afnemer efficiënter te werken, waardoor hun kosten op andere
vlakken dalen, omdat de klant zijn processen kan optimaliseren. Vb: een
geavanceerd besturingssysteem laat machines met minder fouten werken.
Dit resulteert in lagere productiekosten.
C. Differentiatie van de afnemer
Je zorgt ervoor dat de producten of diensten van je afnemer uniek(er) of
innovatiever worden, waardoor hun competitieve positie verbetert.
Waarom is klantenwaarde zo belangrijk? Het bouwt markt gerelateerde
activa op voor de onderneming. Markt gerelateerde activa zijn alle
middelen of troeven die een onderneming opbouwt en die op termijn
financiële waarde opleveren. Ze zijn niet materieel, maar zeer belangrijk
voor concurrentievoordeel en winstgevendheid.
Voorbeelden zijn:
- Marktreputatie: een sterke reputatie geeft klanten vertrouwen,
waardoor ze sneller voor jou kiezen. Dit kan opgebouwd worden door
een sterk merk, innovatie, goede service…
- Installed base: het totaal aantal producten of systemen dat
momenteel bij klanten in gebruik is. Hoe groter de installed base,
3