EXAMEN!
Materieel: inhoud
Territoriaal: waarover het gaat?
Oude en nieuwe stijlverschil kennen van Hof van Cassatie!
Lees en analyseer de onderstaande arresten aan de hand van de vragen.
Rechtspraak (bijgevoegd):
1. Arrest van het Hof van Cassatie van 7 december 1990.
a. Op grond van welk artikel is het Hof van Cassatie bevoegd om zich over deze zaak
uit te spreken? Licht tevens de bevoegdheid van het hof toe. = EXAMEN!
Het is enkel bevoegd om een vonnis of arrest te verbreken als de rechter in beroep op
straffe van nietigheid voorgeschreven vormvereisten niet heeft nageleefd of bepaalde
rechtsregels niet correct heeft geïnterpreteerd of toegepast. In dat geval zal het vonnis
of arrest verbroken worden en door het Hof van Cassatie naar een andere rechtbank of
hof van beroep verwezen worden. Deze instantie zal de zaak dan opnieuw ten gronde
moeten beoordelen. (Art. 608 Ger.W. + 609 1ste lid), 1110 is fout.
b. Geef aan hoe het arrest is opgebouwd. Waar vind je de feiten en de standpunten van
de partijen terug? Vanaf waar begint de behandeling door het Hof?
Eerst wordt er vermeld door de eiser welke artikelen er geschonden zouden zijn (na
“over het middel”).
Dan in het tweede deel (dat begint met “doordat”) worden de standpunten van de eisers
duidelijk gemaakt(= grieven).
In deel 3 staan de stellingen (dat begint met “terwijl”) staat wat er had moeten gebeuren
door de rechter, door de ogen van de eiser.
In het 4de deel, beginnende met “overwegende dat”, staat de behandeling door het Hof
vermeld.
De feiten en de standpunten vind je helemaal in het begin en bij overwegende dat
begint de beoordeling van de hof.
Eisers zijn D. en W. (kopers) tegenover B. (verkoper). De feiten zijn dat er een
droogautomaat geleverd is, en er zou een veiligheidskabel en een aandrijfriem
,ontbreken. Maar de verkoper beschikte niet over de technologische mogelijkheden om
het verborgen gebrek te controleren. De standpunten van de eiser zijn dat de verkoper
zijn producten moet leveren zonder gebreken en hij moet alle door de koper ondergane
schade vergoeden (art. 1641 + 1643 + 1645 BW).
c. Wat had de appelrechter besloten?
Het Hof van Beroep had de vordering van eisers afgewezen en geoordeeld dat de
droogautomaat conform CEE-10 normen was en dat verweerder (kleinhandelaar) niet
aansprakelijk kon worden gehouden voor het verborgen gebrek na de waarborgperiode.
d. Wie is appellant en wie is geïntimideerde in deze zaak?
Appellant: D en W (koper)
Geïntimideerde: B (verkoper)
Eerste en tweede aanleg als cassatie dat het dezelfde personen waren die aan de
eisende kant en aan de verwerende kant stonden.
Appellant = degene die niet akkoord gaat met de beslissing en in beroep gaat.
Geïntimideerde = tegenpartij, die de uitspraak/beslissing behouden.
e. Welke reden geeft de appellant aan voor zijn cassatieberoep?
Ze zeggen van dat de verweerder of B als beroepsverkoper van dergelijke toestellen,
geacht wordt het gebrek te kennen en dus aansprakelijk is volgens artikel 1641oud BW.
Dat zij de schade voor het verborgen gebrek niet zelf moeten betalen, maar dat de
verkoper dat moet doen, ook al wist hij het niet dat er een gebrek was. 1643 oud BW +
1645 oud BW + 870 Ger.W.
2022 – 2023 => als er artikelen voor deze datum zijn, dan is het Oud BW. Als er een
artikel bv. 1200 is dan is het oud BW, en als er een artikel is met 1.235 dan is het BW.
f. Wat is de rechtsvraag in deze zaak? Vermeld hierbij de relevante wettelijke
bepalingen.
Is de verkoper aansprakelijk voor een verborgen gebrek als kleinhandelaar op basis van
art. 1641 en 1643 oud BW?
Moet een verkoper weten of er iets mis was met de machine om dit geschil te kunnen
vermijden en is een verkoper tot vrijwaring verplicht op basis van art. 1643 oud BW?
g. Schets de argumentatie van het Hof en noem steeds de relevante wettelijke
bepalingen die in de procedure worden aangehaald?
Alle criteria vindt je bij overwegende dat op p. 83 in het boek
, h. Wat zijn de gevolgen van deze uitspraken en in welk artikel vind je dit terug?
Er is een doorverwijzing naar een andere rechtbank om die artikelen juist te toetsen. +
1110 Ger.W.
Omdat 1. “Dat het onderdeel gegrond is.”
-> Dat betekent: het cassatiemiddel (de klacht van de appellant / eiser in cassatie) is
terecht.
Met andere woorden: het Hof van Cassatie geeft de appellant gelijk.
2. Wat zegt het Hof hier?
“Het arrest heeft ten onrechte beslist dat de verweerder te goeder trouw was.”
-> Dus de lagere rechter had de verweerder (verkoper) te goeder trouw verklaard,
maar het Hof van Cassatie vindt dat fout.
Gegrond betekent correct/juist
Ongegrond betekent niet correct/niet juist
De stijl van oude arresten kennen!
2. Arrest van het Hof van Cassatie van 31 maart 2014.
a. Wie is appellant en wie is geïntimideerde in deze zaak?
Geïntimeerde: werknemer of B.S. (waarom? Omdat bij eerder arrest had werknemer
gelijk gekregen, dat hij een collega aan het helpen was.
Appellant: verzekeringsmaatschappij van het bedrijf/werkgever(want als je naar p. 85
cursus kijkt dan zie je dat de eiseres voert cassatiemiddelen uit en dat gaat het over de
verweerder.)
In beroep:
● Appellant: B.S.
● Geïntimideerde: verzekeringsmaatschappij van het bedrijf/werkgever
Extra: Feiten kort: Eiser is Vivium nv (werkgever), verweerder is B.S. (werknemer). Het
is een cassatieberoep tegen het arrest van 25 april 2012 van het Arbeidshof te Luik. Er
doet zich een ongeval voor op de terugweg van het werk naar huis. X vertrok later dan
normaal naar huis, aangezien X zijn collega hielp voor privédoeleinden.
Feiten: Hoger beroep gegrond. Verweerder (werknemer) heeft ongeval gemaakt
onderweg van werk naar huis. Geprikt om 14u 15, ongeval gebeurde om 16u 15.
Verweerder bleef nog op de arbeidsplaats om een collega te helpen met het snijden van
vlees in de lokalen van de werkgever. Dit werd als een wettige reden beschouwd.