1. Introductie
1.1. Key Concepts
1.1.1. Programming languages
Programmeertalen geven ons de mogelijkheid om instructies te geven aan computers:
- Bv. tel deze getallen bij elkaar op,…
Hoe deze talen communiceren met de computer hangt af van taal tot taal (design en syntax).
Enkele voorbeelden: Python, C++, C#, Javascript, Java
→Elke programmeertaal heeft zijn eigen kwaliteiten en nadelen, wat ervoor zorgt dat je voor
verschillende taken andere talen zal gebruiken.
→Python is een van de meest gebruikte programmeertalen omwille van:
- Gemakkelijkheid om te leren en te lezen
- Object georiënteerd
- Gratis en open source
- Portable → werkt op verschillende operating systems zoals Windows, Linux, Mac..
- Grote netwerk aan libraries
1.1.2. /
1.1.3. Modules and packages
Python Modules zijn bestanden die python code bevatten die extra functionaliteiten bieden
aan je programma. Deze modules kunnen functies, klassen of variabelen bevatten die je
kunt importeren en dan kunt gebruiken in je eigen programma.
Stel dat je bv. een moeilijke berekening moet doen in je programma, kan je de module ‘math’
importeren, zodat je niet de hele code zelf moet schrijven, maar gewoon de functies binnen
de module math kunt aanroepen, zoals: sqrt(), sin(), cos()
Voordelen Modules:
- Je moet niet telkens alles opnieuw schrijven
- Je kan je code netjes organiseren
- Je kan bestaande oplossingen hergebruiken
- ➔Ze maken programmeren sneller en overzichtelijker
Eén module = één bestand (bv. Math)
→bevat meerdere functies zoals sqrt(), sin(), cos()
→Meerdere modules samen in een map = package (bv. Numpy)
1
, 1.1.4. Integrated Development Environments (IDE)
IDE = Integrated Development Environments → oftewel, het programma waarin je je code
schrijft (bv. Pycharm, Visual Stode Code)
1.2. Installation and configuration
1.3. Getting Started
1.3.4. Writing notebooks
→Een Jupyter notebook creëren → new file + .ipynb
Een notebook is een interactief document waarin de gebruiker:
- Code kan typen → Code cells
- Onmiddellijk (live) resultaten kan zien
- Ook gewone tekst kan schrijven → Markdown cells
Enkele python fundamentals:
name = input("What is your name? ")
print("Hello " + name + "! Nice to meet you.")
➔Gebruik van ‘+ variabele + ‘
➔Gebruik van Flowcharts om algoritmes voor te stellen:
2
, 2. Python Fundamentals
Comment = zijn specifieke notas in de code die helpen uitleggen wat de code of een specifieke
lijn in de code doet. Python negeert deze tekst wanneer hij de code uitoefent.
Er zijn 2 type comments in python:
- Multi-line comments (=docstrings, “”” tekst “”’’)
- Single-line comments (#)
Functie = een stuk geschreven code om een specifieke taak uit te voeren
- →functie heeft vaak een input nodig, die het zal verwerken en dan een resultaat zal
teruggeven
- Wanneer een functie geschreven is, kan het steeds opnieuw gebruikt worden
- Men kan ook built-in functies gebruiken in python (input(), print(),…)
- Je kan ook je eigen functies definiëren
2.1. Variabels
2.1.1. Variable assignment
Een variabele is een naam die je koppelt aan een waarde, zodat je deze waarde later kunt
gebruiken
→bv. inkomen = 1000
→’ = ‘ betekent toewijzing, een waarde van 1000 wordt toegekend aan de variabele
inkomen
income = 2100.00
print ("The income variable has a value of ", income)
#Result: The income variable has a value of 2100
Als je de variabele inkomen een nieuwe waarde geeft, bv. inkomen =2000 → De oude waarde
gaat verloren, en inkomen is nu gelijk aan 2000
Je kan ook een waarde toekennen aan meerdere variabelen:
x=y=15
Print(x,y)
#result: 15 15
Of
X,y = 1,2
Print(x,y)
#result: 1 2
X,y = x+5, y+x
Print(x,y)
#result: 6 3
3
, 2.1.2. Variable Types
Numerieke data
→de 2 meeste data types om numerieke waarden voor te stellen zijn ‘integers’ en ‘floats’
- Integer (int) : gehele getallen
o 0, 10, -5
o #Create integer variables
A=6
B=3
- Floats (float) : reële getallen
o 3,14 ; -0,5 ; 2100,0
o #Create float variables
A=6.0
B=3.0
→Het is mogelijk om floats om te zetten naar integers of andersom via int() en float()
Getal=float(input(“Geef een getal:”))
#men geeft bv. 45.230 in
→input geeft altijd een string terug →float zet om naar een
decimaal getal
Print(getal)
#result: 45.23
Getal=int(getal)#omzetten naar integer
Print(getal)
#results: 45
4