BARG52: Gebouwsuitrusting
1 Inleiding en normering
1.1 Waarom ventileren?
= HYGIËNISCHE VENTILATIE
- Zuurstof toevoeren (CO2-concentratie meten)
- Afvoeren:
o Vochtigheid (%RV meten)
o Warmte (meting temperatuur)
o Polluenten (vooral partikels fijn stof (PM), maar ook fysische polluenten (vezels),
bacteriën, schimmels, gasvormige polluenten, emissies van bouwmaterialen en meubilair
o Geuren
Als niet afvoeren dan risico op schimmels door te hoge vochtigheid (door vocht dat in gebouw
wordt geproduceerd) + (verborgen) koudebruggen
Risico voor gezondheid + schade aan gebouw
1.1.1 Relatieve vochtigheid
- Niet te hoog = zwoel, niet te laag = droge longen
- Comfortdiagram in cursus: verband tussen relatieve vochtigheid (%RV) & binnentemperatuur (°C)
- Vochtigheid binnen heeft effect op de gezondheid en op de luchtkwaliteit (andere tabel)
= door vermeerdering vochtigheid zullen verschillende bacteriën en schimmels gaan ontstaan
= tussen 30% en 55% minder bacteriën en beste comfort
1.1.2 Luchtsnelheid
- Relatie tussen temperatuur – luchtsnelheid – behaagljjkheidsgevoel
- Als de luchtsnelheid groter wordt dan willen we voor het comfort ook een hogere binnentemperatuur
- Hoe kouder het is, hoe minder luchtcirculatie (dus lagere luchtsnelheid) je wil
1.1.3 Thermische behaaglijkheid
- Een optimale behaaglijkheid is het best beschreven als “een
toestand waarin nagenoeg niemand iets over zijn omgeving te
klagen heeft”
= wanneer je ook je omgeving niet opmerkt qua comfort
- Ideale comfortcondities =
- Comfortvergelijking van Fanger: belangrijke grafiek
- Een index vastgesteld om te kunnen vastleggen hoe een
bepaalde groep een (binnen)klimaat waardeert
- Beoordelingen kunnen heel ver uiteenlopen, want niet iedereen heeft dezelfde ervaring van het
klimaat
- Voorspelde gemiddelde waardering = Predicted Mean Vote (= PMV)
= staat in relatie tot het percentage van te verwachten ontevreden
waarnemers (= Predicted Percentage Dissatisfied = PPD)Parameters die
in hun oordeel meespeelden bij de
personen
o Kledij (Clothing Index)
o Activiteit (metabolisme)
- Voor de gebouwen gelden de parameters
, o Luchttemperatuur
o Stralingstemperatuur
o Luchtdruk
o Luchtsnelheid
- PMV = index die de gemiddelde score van stemmen voorstelt voor
7-puntige thermische schaal (van -3 = cold tot +3 = hot)
- Schema van PMV PPD
= 0: ideale situatie met minste ontevredenheid
1.2 Normatief kader
1.2.1 ARAB
- Codex welzijn op het werk voor binnenluchtkwaliteit in
werklokalen voor werknemers
- Daarvoor gelden dat CO2-concentraties lager moeten
liggen dan 99ppm (particles per minute)
OF minimaal ventilatiedebiet van 40m3/uur/persoon
(geldt enkel voor werkplekken = kantoren)
1.2.2 Binnenmilieubesluit: GRO = duurzaamheidsmeter van de overheid
- gaan opdelen in comfortklassen/categorieën o.b.v.
hoeveelheid ontevredenheid er aanwezig mag zijn (hoe
meer mensen tevreden willen stellen, hoe strenger de
eisen voor de ventilatie zullen zijn)
voor niet-residentieel gaat
dan gelden:
maar klasse C en D zijn
niet meer van toepassing,
mogen niet meer gebruikt worden in
hedendaagse ontwerpen
1.2.3 Binnenluchtkwaliteit (IDA)
- Definitie van ‘Indoor Air Quality = IAQ = IDA), enkel voor niet-
residentieel
- Definieerd 4 klassen qua binnenluchtkwaliteit
1.2.4 EPB-regelgeving
EPB = EnergiePrestatie en Binnenklimaat
, - Volgens EPB is het uiterste minimum van luchtverversing = 22m3/h/persoon
Maar
1.2.4 Welke regelgeving moeten we implementeren?
- Niet eenvoudig = steeds in overleg met de opdrachtgever
- Kunnen kiezen tussen ARAB – Binnenmilieubesluit – IDA - EPB
2 Ventilatiesystemen
2.1 Principes van ventilatiesystemen
- Ventilatie: zorgen voor toevoer verse lucht + afvoer interne polluenten
- Enkel openingen in de gebouwschil = niet genoeg: in- en exfiltratie zo
ongecontroleerd = belang van luchtdichte schil
o Variatie in tijd
o Verschilt van kamer tot kamer
o Stromingsrichting
o Belangrijke energieverliezen door infiltratie (= lucht die ongewenst van
buiten naar binnen stroomt, omgekeerd = exfiltratie)
- Enkel openen van ramen = niet genoeg + ramen altijd open = overventilatie
o Permanent open = energieverliezen + overventileren
o Tijdelijk openen = slechte luchtkwaliteit + oncontroleerbaar
o Lawaai, inbraakrisico, insecten, …
- Goede luchtdichtheid heeft groot impact op werking ventilatiesystemen: zorgen
voor grote luchtdrukverschillen + hoger energieverbruik omwille van infiltrerende
koude lucht
- We onderscheiden 4 basissystemen (met nog altijd onderscheid tussen
residentiele en niet residentiele gebouwen
- A,C,D: gedimensioneerd volgens de norm
- D = beste: goede luchtkwaliteit + groot energieverbruik
- Luchtkwaliteit A < C
- D werkt op 40% van het nominaal debiet, maar levert toch
betere luchtkwaliteit dan A en C
Focus op systeem D = mechanische toevoer + mechanische afvoer
= belangrijk effect op ontwerp
+ aangevuld met warmtewinning (WTW) + bypass in de zomer
, In principe werken we met een “Balans-Ventilatie” = evenveel toe- als afvoer
Basis-ventilatie luchtdebiet PULSIE +/- luchtdebiet EXTRACTIE
als er geen evenwicht is tussen aanvoer en
afvoer dan ontstaat er onderdruk in het kantoor
regel: de som van de ontwerpdebieten vanuit een ruimte naar de andere ruimten kan
niet groter zijn dan het eigen ontwerpdebiet van die ruimte.
Overdruk en onderdruk bij ventilatiesystemen: steeds binnen pressure control –
formule op gebouwniveau:
o Overdruk
= meer pulsie dan extractie + geen infiltratie (warmteverlies of -winst daalt, zorgen dat er
minder/geen lucht naar binnen wordt gezogen (met bacteriën etc.))
Kan expres gedaan worden: vb. operatiekamers, medisch kabinet, …
o Onderdruk
= meer extractie dan pulsie of aanvoer via doorvoeropeningen
vb.: toilet, bergining, kitchenette, … keuken in restaurant zal in onderdruk staan omdat niet
willen dat de lucht van de keuken naar de zaal zou gaan
maar opletten want keukens hebben een apart ventilatiesysteem (=/ kitchenette)
Principes van intensieve nachtventilatie
- Passieve koeling d.m.v. intensieve ventilatie om de koellast te reduceren en/of te elimineren
- Kan
o Natuurlijk: met ramen
o Mechanisch: roosters Hybride: roosters in
de ramen
- Via kruisventilatie of schouweffect
- Blauw = pulsie, rood = extractie
- Belangrijke componenten bij dit principe
o Luchtstroom geleiding via ramen, dakramen, lamellen, roosters, …
o Luchtstroom versnelling: via schouwen, atria, windtorens, ventilatoren: gaan de lucht aantrekken of
stuwen om sneller door het gebouw te passeren
o Thermische massa (materiaal met grote thermische massa = beton: gaat traag en veel warmte
opnemen en dat dan ook traag terug afgeven) = zware materialen om warmte en koude op te slaan
= wordt moeilijker omdat we meer in hout + duurzamer bouwen
o Passieve en natuurlijke koeling: grote volumes, convectieve koeling (stroming energie tussen
bewegende lucht en een wand), evaporatieve koeling
= grote volumes = veel luchtwisselingen moeten doen
o Regeling en automatisatie: sensoren, automatische regeling (beste) (vb. in Rabot: teveel zon op de
façade = screen gaat naar beneden gaan en de ventilatie treedt in werking + verschil in temperatuur