examenvraag: definieer mij erfgoed?
01 Definiëring + wat soort erfgoed is een ambassade?
Definitie ‘erfgoed’: term om datgene aan te duiden dat men van de voorouders erft (nalatenschap).
Belang van erfgoed wordt door een maatschappij bepaald en gedragen. De term slaat op elementen
waar men zich mee identificeert, die men waardeert en die men wilt bewaren voor toekomstige
generaties (materie werkt toekomstgericht als fundament voor de maatschappij).
maar is een ‘verzamelbegrip’ voor alles wat we overerven, want er bestaat geen pasklare
definitie voor wat erfgoed nu (hetzelfde) is voor elke persoon op aarde, want alle culturen en
beschavingen zijn niet hetzelfde op aarde. Ze hebben elk een andere manier en een ander beeld
om over eenzelfde onderwerp te denken.
= erfgoed is dus zeer breed (want in een bepaalde beschaving zitten er nog een verscheidene
culturen, zoals in West-Europa verschillende culturen zitten van de Nederlander tot Italianen),
maar bevat ook verschillende elementen van beschaving, (im)materiële zaken, cultuur, …
= door samenleven blijven aan beschavingen werken, die verandert maar blijft in grote lijn
dezelfde + er ontstaan mengvormen
02 Indeling
Natuurlijke aard
Culturele aard
02.1 Natuurlijk erfgoed
= Erfgoed dat door de natuur is ontstaan, zonder tussenkomst van de mens
- Fauna en flora zonder interactie met de mens (mens vaak de natuurlijke orde proberen mimieken)
- Orde natuur zou voor iedereen te bewaren moeten zijn met geometrie, ritme, diversiteit, …
- Fauna en flora = ecosystemen = natuurlijk systeem dat bestaat uit biologische interacties tussen alle
organismen die in een bepaald gebied voorkomen + wisselwerking tussen organismen (invloeden die
planten, dieren en micro-organismen op elkaar uitoefenen) en de abiotische factoren van dat gebied
= abiotische factoren: vochtigheidsgraad, lichttoevoer, hoeveelheid neerslag…
Voorbeelden natuurlijk erfgoed:
o Zeldzame ongerepte landschappen of onderdelen ervan
o Oceanen en zeeën met inbegrip van koraalriffen
o Duinlandschappen
o Graslanden
o Rivieren (en niet door de mens aangelegde kanalen)µ
o Natuurlijke bossen & wouden
o Gebergten met inbegrip van bergmassieven & natuurlijke grotten
o Watervallen
o Woestijnen
o Kleinere ecosystemen
o Individuele bomen
o Dobben (= natuurlijke poel zonder aan- en afvoer van waterlopen, drink- of wasplaatsen voor
vee)
UNESCO: gaat (meestal bedreigde) ecosystemen als ‘natuurlijk erfgoed’ gaan beschermen door op
werelderfgoedlijst te plaatsen (voorbeelden: zeldzame gesteenten/mineralen, fossielen – pollen
– DNA-materiaal die getuigen van verdwenen plant- & diersoorten)
, 02.2 Cultureel erfgoed
= erfgoed dat door de mens gemaakt/geproduceerd werd individueel of in groep
Materieel cultureel erfgoed
roerend cultureel erfgoed
onroerend cultureel erfgoed
Immaterieel erfgoed
voorbeeld: Falling Water – Frank Lloyd Wright: combinatie cultureel en natuurlijk erfgoed
3.1 Materieel erfgoed = tastbaar erfgoed
- Tastbare ‘waardevolle’ overblijfselen
- Materieel geeft een goed beeld aan de toekomstige generaties van hoe het vroeger was (onroerend en
roerend samen), maar kan door verschillende beschavingen anders bekeken of geïnterpreteerd worden (vb.
klederdracht van de hoofddoek)
3.1.1 Roerend erfgoed = in principe makkelijk te verplaatsen en niet grondgebonden
o Kunstwerken, wandtapijten
o Publicaties, historische documenten
o Kledingstukken, juwelen
o Gebruiksvoorwerpen
o Mobiel erfgoed = voertuigen, vaartuigen, luchtvaartuigen, ruimtevaartuigen
Mobiel erfgoed soms gecategoriseerd als onroerend erfgoed om twee redenen:
Als het als industrieel erfgoed wordt beschouwd, dus als gevolg daarom als onroerend
erfgoed wordt gezien
‘Geregistreerd mobiel erfgoed’ wordt land/natiegebonden: wanneer nummerplaat of vlag
van België dragen ben je geregistreerd en daardoor land/natiergebonden
o Collecties (munten, postzegels, …)
o Botanische monsters, archeologische vondsten
o Brouwsels (ambachtelijk gebrouwen bieren, kazen, …)
o Foto’s, film
= wordt allemaal bewaard in bibliotheken, musea, archieven, …
3.1.2 Onroerend erfgoed = niet of zeer moeilijk te verplaatsen, en daardoor meestal grondgebonden
• Monumenten en landschappen
o Monumenten = waardevol ‘bouwkundig’ erfgoed
- Gebouwen met monumentaal karakter: kerken, moskeeën, tempels, …
- Residentiële gebouwen: burchten, paleizen, kastelen, … als woonst van de adel
- Belforten in België en Frankrijk als symbolen van macht van schout en schepen
- Stations
- Bruggen
- Luchthavens
- Operagebouwen
- Sportcomplexen
- Oorlogs- en vredesmonumenten
= oorlogsmonument is een gebouw, standbeeld of ander bouwwerk opgericht om een oorlog of
overwinning te vieren, of hen die omkwamen of gewond raakten te herdenken (vooral heden), soms
wordt term ‘vredesmonumenten’ gebruikt
- Funerair erfgoed: grafmonumenten en begraafplaatsen
, - Sculpturaal erfgoed (als site-gebonden bouwkundige elementen zoals grote standbeelden,
obelisken, fonteinen, poortgebouwen, …)
o Gebouwen zonder monumentaal karakter: kappelletjes, schuren, wind- en watermolens, begijnhuisjes,
arbeiderswoningen, hoevetjes die omwille van hun authenticiteit en typologie/typische kenmerken
representatief zijn
o Landschappen (met landschapselementen inbegrepen):
- Natuurlandschappen (natuurlijke bergmassieven, bossen, duinen, …)
- Cultuurlandschappen = door de mens aangelegde landschappen zoals akkers, kanalen,
dreven, parken, tuinen, steden, dorpjes, …
- Waardevol stedenbouwkundig erfgoed: stedelijke cultuurlandschappen, grootsteden, stedelijke
gebieden, dorpjes, …
• Archeologische sites
= plaats waar bewijs van menselijke activiteit uit het verleden bewaard is gebleven (prehistorisch,
historisch of heden) en onderzocht is of kan worden met behulp van de discipline van de archeologie. De
voorwerpen die er gevonden kunnen worden zijn op die plek voor het laatst gebruikt.
- Sites kunnen variëren: met weinig of geen overblijfselen boven de grond of juist wel
• Varend erfgoed: schepen, boten, drijvende inrichtingen (incl. uitrustingen + voorstuwingsmiddelen): draagt
vlag van een land dus is onroerend erfgoed dat vast hangt aan een plaats
• Heraldiek
= wapenkunde, leer van de familiewapens:
- Ontstaan in de loop van de 12e eeuw om wapenuitrustingen van ridders te versieren met persoonlijke
symbolische voorstellingen (emblemen waaruit later de wapens zijn ontstaan)
- Zijn permanent en erfelijk van karakter
- Heraldiek ook de duiding van het geheel van conventies en regels rond het gebruik van heraldische
wapens: zomaar gebruik is stelen, als komen uit twee verschillende wapenschilden dan moet je jouw
persoonlijk eigen wapenschild laten maken
- Wapenschilden ontstaan zodat veldheren hun eigen legers onder dat schild konden opstellen en oorlog
laten voeren
- Ten slotte heraldiek in de meest algemene zin: wetenschap die zich bezighoudt met de studie naar
ontstaan, de ontwikkeling, het gebruik, het recht, de reglementering en de beschrijving van wapens van
personen, families en instellingen
In bepaalde gevallen bestaan erfgoedsites zowel uit landschappelijke + stedenbouwkundige + bouwkundige
elementen:
Voorbeelden:
o Militair erfgoed: stadsomwallingen, vestingwerken, bastions, …
o Industrieel erfgoed: fabrieken, koeltorens, bruggen, ijzergieterijen, …
!!! Mobiel erfgoed wordt vaak als industrieel erfgoed ondergebracht (voertuigen,
(lucht/ruimte)vaartuigen,
+ slechts uitzonderlijk wordt onroerend erfgoed verplaatst: vb. Bokrijk
, 3.2 Immaterieel erfgoed = niet tastbaar erfgoed, kan zowel landelijk als lokaal zijn
= doorgeven door aan te leren en uit te voeren
= Erfgoed dat niet tastbaar is. Omvat bijzondere elementen van een cultuur, zoals tradities en volksfeesten,
die generatie op generatie doorgegeven worden. Ze worden doorgegeven door ze uit te voeren, door het te
leren wordt de kennis gegeven aan de volgende generaties. Deze vormen van erfgoed kunnen niet beschermd
worden, maar blijven in stand gehouden door er aandacht aan te gevel door vermelding op erfgoedlijst.
Voorbeelden immaterieel erfgoed:
o Taal (dialecten inbegrepen)
o Klederdracht: traditionele kleding die in gemeenschappen gedragen wordt/werd door groot deel van de
bevolking. Deze kleding maakt deel uit van de streekgebonden folklore en de geschiedenis. Worden
vooral nog in ere gehouden tijdens festiviteiten deze tijd.
o Verhalen, liederen, muziek
o Geuren
o Dans
o Religieuze rituelen (bidden is een beweging dat je niet kan vastnemen, maar is wel een ritueel dus daarom
gezien als erfgoed)
o Festiviteiten (incl. optochten & processies)
o Ambachten (vb. tapijten weven, klompen maken) + akkerbouw
o Tradities
o Haute couture: ‘hoogtepunt van de fashion’: ontworpen door beperkt aantal ontwerpers + maar voor
beperkte markt ter beschikking. Moet met de hand + op maat gemaakt worden + exclusieve stoffen en
verfijnde technieken ( confectiekleding: mode klaar om te dragen, niet op maat: conefctie is een
vertaling van haute couture naar het dagelijkse leven, draagbaarder gemaakt)
o Recepten voor voeding, eten en drinken (culinair erfgoed): bereiding van regionale wijn, kazen, bieren, …
In veel gevallen is immaterieel erfgoed verbonden met materieel erfgoed, omdat fysieke elementen
nodig zijn om tradities en rituelen uit te voeren (vb. schenking lichaam van Jezus door wijn in beker,
hostie, akkerbouw via de gewassen voor voedselproductie…)