- Tegenstrijdige wereldbeelden en culturen gaan evolueren doorheen de geschiedenis naar een
bepaald eindpunt (geschiedenis verklaren als een rationeel ontwikkelingsproces)
= naar een synthese
= een telos
- Geschiedenis ontplooit zich volgens vaste wetten en is een blijvend lopend proces
- Kan volgens Alan Colquhuon op 3 verschillende interpretaties van historicisme:
o Historicisme als theorie: vertrekkende vanuit theorie Hegel
- Geschiedenis voltrekt zich volgens vaste wetten
- De geschiedenis heeft een einddoel
- Concepten, ideeën, kunstuitingen, gebouwen, … slechts te begrijpen als product van hun
tijdvak
o Historicisme als attitude: (overdreven) aandacht voor instituties en tradities uit het verleden
o Historicisme als praktijk: het gebruik van vormen uit het verleden
Kritische architectuur = hangt samen met naoorlogse visie op geschiedenis (anti-
historicistisch) + autonomie:
Europa: sterke invloed op kritische theorie (Adorno, Marcuse, …)
- Zorgde voor politieke theorie/ideologiekritiek
- Was tegen het kapitalisme en commodificatie
- Engagement via de autonomie = Adorno
Adorno: schrijft over politieke theorie, maar ook over kunst: stelt dat engagement enkel mogelijk is via
autonomie: kan enkel gedaan worden doordat de architect zich terugtrekt in zijn atelier/eigen praktijk
en autonoom tewerk gaat zonder invloeden van buitenaf en van de maatschappij = die kunstenaar is
geëngageerd doordat die niet beïnvloed is door de maatschappij, dus ook los blijft van het kapitalisme
VS: eerder esthetisch getint
- ‘De Whites’ (/NY5) + invloed Colin Rowe
- Architectuur is zichzelf, weinig/geen theorie van buitenaf = autonomie van de vorm
- Architectuur als proces en/of grammatica (kan ook eerder gewoon theoretisch zijn)
- Gaan architectuur zien als een proces waarbinnen ze dan gaan werken: architectuur is een
proces met een eigen logica + link met taal/filosofie
EUROPA en AMERIKA: kritische architectuur = allebei architectuur van het verzet + gelinkt aan
autonomie
Europa: tegen het kapitalisme en commodificatie
VS: tegen vervlakking/eenzijdige ideologie en/of ideologie in het algemeen
, Aldo Rossi Giorgio Grassi
Neorationalisme Rafael Moneo O.M. Ungers
Leon Krier Maurice Culot
Eigenschappen:
o Aandacht voor de traditionele stad, met traditionele civiele doelen (vandaar aandacht voor de
publieke ruimte) met aandacht voor de publieke zaak
o Plaats van het collectief geheugen Aldo Rossi beklemtonen door een locus
o Continuïteit met de stad = analogie
o Via analyse en typologie
o Autonomie van de vorm en anti-functionalisme
o Zekere relatie met Tafuri (ooit was het mogelijk om architectuur een maatschappelijk fenomeen
te laten zijn, maar nu zijn we dat verloren)
o Houdt vast aan de ‘kern van de discilpline’
o Soms reactionair (afzetten tegen nieuwe denkbeelden, liever het traditionele verleden)
Postmodernisme Robert Venturi and Denise Scott Brown
- Tegen dogmatisch en saai modernisme, zette zich af tegen het internationale modernisme
- Tegen elitisme: voor kleur, ornament, complexiteit, contrasten (maar niet zozeer contrasteren met
het bestaande weefsel), …
- Klassiek én modern én vernaculair (geen onderscheid in waarde tussen klassieke, moderne,
vernaculaire gebouwen, ze zaten op dezelfde hoogte)
- Populisme: “main street is almost okay”
- Tegen functiescheiding: doorheen de tijd kon volgens hem architectuur verschillende functies
opnemen
- Semiotiek: architectuur gaan lezen: de tekenleer komt meer aan bod, want men begon het zien als
een manier van communiceren (waar de modernisten niet in waren geslaagd) dus ze wouden het
anders doen, waardoor ze architectuur gingen zien met bepaalde tekens (zo ver gaan dat ze dat
belangrijker vonden dan de architectuur zelf)
- Architectuur wordt letterlijk zwaarder en klassieker, massiever
Eisenman Tschumi
Koolhaas Hadid
Deconstructivisme
Libeskind Frank Gehry
- Complexere opvatting van de architectuur
- Architectuur wordt vooral belangrijk als proces: gaan diepere structuren gaan bestuderen, het
proces wordt dan vastgelegd en gevroren als resultaat
- Deconstructiedenken: er is geen ‘éne Waarheid’ + ‘geen centrum’ meer: gaan architectuur zien
als een taalfilosofie: zijn van het standpunt dat iedere lezer die architectuur leest iets anders kan
lezen en interpreteren, dus geen waarheid want iedereen leest de tekst anders
- Er blijven wel ‘indices’ en ‘traces’ die aanduiding geven van wat er ooit was, maar er nu niet meer
is als soort houvast
- Hadden aandacht voor ‘het andere’, het ‘onderdrukte’ = vorm van verzet: het bovenbrengen van
het onderdrukte (de dingen die normaal niet de aandacht krijgen) = vooral belangrijk dat
deconstructivisten werk maken die op verschillende manieren kunnen geïnterpreteerd worden.
Gaan daarom het onderdrukte, waar normaal niet aan gekeken of aan gedacht wordt naar boven
halen, en dingen tonen die normaal niet echt een link ‘zouden hebben’ maar laten mensen zelf
nadenken en zelf hun eigen verhalen creëren doordat er niet meer één Waarheid is.
- Ontkoppeling van ‘betekenaar’ en ‘betekende’
o Betekenaar = het leesbare teken, wat er staat op papier of in een gebouw te zien is
o Betekende = het concept of betekenis waarnaar de betekenaar zou verwijzen