HOOFDSTUK 1: WAAROM HANDEL
HANDELSVERRICHTINGEN
Welvaartsvoordelen (behoeften en middelen, specialisatie en arbeidsverdeling)
WTO
HOOFDSTUK 3: HANDELSDOCUMENTEN
Cognossement/connossement
= internationale handel, vervoer over zee - kapitein verzekerd koper
HOOFDSTUK 4: BETALINGSTECHNIEKEN
Probleem
= tijd betaling - betaling + inning aankoop (vertrouwen)
Documentair incasso
Leverancier is aansprakelijk
Voor- en nadelen
Documentair krediet
Bank koper aansprakelijk
Enkel bij genoeg vertrouwen in importeur
Voordeel en nadeel (betrouwbaarder/eerst bevestiging en dan verzending
+ duurder)
HOOFDSTUK 5: FINANCIERINGSTECHNIEKEN
Probleem
= tijd betaling - geen geld krijgen
Dicontokrediet
= geaccepteerde ‘wissel’ (betalingsplicht)
Leveranciersdicontokrediet
= aanvraag koper aan zijn bank
Koper direct geld (hij is kredietnemer dus betaald krediet…)
Cedentendiscontokrediet
= aanvraag leverancier aan zijn bank
Leverancier geeft uitstel betaling (kredietkosten - lenen kost geld)
Factoring
= leverancier geeft betalingsuitstel - verkoop facturen aan een
factoringmaatschappij
Met verhaal
= factor en leverancier
= verlies bij wanbetaling koper – recupereren bij leverancier!
Zonder verhaal
= risico is voor factormaatschappij bij wanbetaling koper - geen relatie
leverancier
,HOOFDSTUK 6: TECHNIEKEN VAN RISICO-INDEKKING
Probleem
= €-waarde verandert constant (min of meerwaarden)
Risico-indekking
= bank – geen verlies TM-koers < CT-koers TM-koers = CT-koers – disagio
Geld lenen = rentekost
Geld beleggen = renteopbrengst
Renteopbrengst - rentekost
Valuta
Termijncontract
= vastleggen van toekomstige koers
Importeur
Termijnkoers < contante koers dan is er winst
Exporteur
Termijnkoers > contante koers dan is er winst
NADEEL = kans op verlies en deze kan je niet vermijden/wegwerken
OPLOSSING
Optie
Calloptie
= exporteur indekken tegen verlieslijdende termijnkoers termijnkoers >
contante koers
Putoptie
= importeur indekken tegen verlieslijdende termijnkoers termijnkoers <
contante koers
DUURDER DAN TERMIJNKOERS! - ENIG VERLIES KAN DE PREMIE ZIJN
Disagio/rentewinst Contantkoers * (rente%- renteK%) * …/12 (tijd)
Exporteur = een nadeel
Termijnkoers Afgesproken valutakoers (contantkoers – disagio)
Contante koers Koers op dat moment
Uitoefenprijs Recht om onderliggende waarde te kopen of verkopen
= termijnkoers maar dan niet plicht maar recht (call-, putoptie)
Premie Een extra kost voor call-, putoptie
HOOFDSTUK 1: FINANCIËLE MARKTEN/ BEURZEN
FINANCIËLE VERRICHTINGEN
Algemeen
Spaaroverschotten (gezinnen, banken) – spaartekorten (OH, bedrijven)
Verschillen obligaties en aandelen
Obligaties Aandelen
Schuldeiser Geen schuldeiser
Hogere O, lager risico Lage O, hoger risico
= coupon (vast) = dividend (af. W)
Lange looptijd (bepaald) Korte looptijd (onbepaald)
, Voordelen financiële markt (5)
Risicospreiding
Beperkte transparantie en tijdskosten
Referentiekader van belegger
Transparante P-vorming
Soorten financiële markten
Primair en secundair
= koper en secundair = verkoper
Geldmarkt + kapitaalmarkt
Geld < of = 1 jaar
Kapitaal > 1 jaar (aandelen altijd)
Concrete + abstracte
Fysiek en virtueel
Prijsgedreven + ordergedreven
Order gedreven Vraag en aanbod
Prijs grootste verhandelbare hoeveelheid)
Prijs gedreven markt Marktmakers (tijd + concurrentie!)
Biedkoers Prijs waartegen marktmaker effecten wil verkopen
= verkoopkoers (aanbod)
Laatkoers Prijs waartegen marktmaker effecten zal verkopen aan
geïnteresseerde beleggers
= aankoopkoers (vraag – Q)
Bied + laatkoers
Prijs
Verschil bied-en laatkoers
Spread
Euronext Brussel (ontstaan + deelmarkten)
HOOFDSTUK 2: OBLIGATIES
1. DEFINITIE
2. KENMERKEN (7) - BEKAERT
Naam emittent
Bedrag emissie t
Nominale waarde
Nominale rente %
Looptijd + coupondatum
Uitgifteprijs
Niet achtergestelde obligatie (p. 92-93)