,BURGERLIJK RECHT –
EXAMENVERSIE A
Vraag 1
België wordt vaak omschreven als een federale parlementaire democratie. Welke uitspraak
beschrijft deze staatsvorm het meest correct?
A. Alle bevoegdheden behoren exclusief toe aan de federale overheid.
B. België is een federale staat waarin bevoegdheden verdeeld zijn tussen verschillende
bestuursniveaus en waarin de regering verantwoording verschuldigd is aan het parlement.
C. België is een confederatie waarin de gewesten volledig onafhankelijk zijn.
D. België is een republiek waarin de koning geen enkele functie vervult.
Vraag 2
Het Belgische parlement wenst een grondwetsartikel te wijzigen. Welke procedure moet in
principe gevolgd worden?
A. Gewone meerderheid in de Kamer.
B. Referendum gevolgd door koninklijke goedkeuring.
C. Verklaring tot herziening, verkiezingen en vervolgens een bijzondere meerderheid.
D. Beslissing door het Grondwettelijk Hof.
Vraag 3
Tom en Sofie zijn gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen. Tom baat een
zelfstandige bouwonderneming uit en bouwt aanzienlijke schulden op.
Wie zal in principe aansprakelijk zijn voor deze beroepsschulden?
A. Enkel Tom.
B. Tom en Sofie elk voor de helft.
C. Enkel Sofie.
D. Het gemeenschappelijk vermogen.
2
, Vraag 4
Sarah erft een woning van haar grootouders. Na haar huwelijk trekt haar echtgenoot mee in
deze woning en wordt het de gezinswoning.
Welke uitspraak is juist?
A. De woning wordt automatisch gemeenschappelijk.
B. De woning blijft eigen vermogen van Sarah.
C. De woning behoort voor de helft toe aan elke echtgenoot.
D. De woning wordt eigendom van de kinderen.
Vraag 5
Jan schenkt tijdens zijn leven €40.000 aan zijn dochter Emma. Na zijn overlijden eisen de
andere kinderen een gelijke behandeling.
Welk juridisch principe kan hier een rol spelen?
A. Plaatsvervulling.
B. Inbreng.
C. Verjaring.
D. Onteigening.
Vraag 6
Welke persoon wordt beschouwd als reservataire erfgenaam?
A. Een goede vriend van de overledene.
B. Een buurman.
C. De kinderen van de erflater.
D. Een verre kennis.
3