chromatine en chromosomen
1.1 Prokaryote en eukaryote cellen
Prokaryoot: - Hebben geen compartimentering in de celorganellen
- DNA ligt los in het cytoplasma
- Bacteriën en archaea
Eukaryoot: - Compartimentering in de celorganellen
- DNA komt voor als chromatine in de cel
- Meercelligen en sommige eencelligen
1.2 Leven van een cel
Interfase: Voorbereidingsfase voor de delingsfase
<
Celdeling: (M-fase) hier wordt mitose of meiose uitgevoerd
<
G1-fase:(=groeifase 1) histonen en andere organellen worden aangemaakt en
verdubbeld. Het cytoplasma groeit.
S-fase:(=synthesefase) DNA-replicatie
G2-fase:(=groeifase 2) controle DNA, het cytoplasma groeit en de centriolen
verdubbelen.
<Interfase ≠ rustfase: tijdens de interfase is er nog veel metabole activiteit.
<
, 1.3 Structuur van DNA
Desoxyribonucleïnezuur
Ontdekking: 1953 nobelprijzen voor Watson en Crick maar door Rosalind Franklin
Chargaff: evenveel A als T en G als C
Lengte: 2,2 m moet allemaal in een cel van 1 micrometer kunnen spiraliseren
Chemische structuur nucleotide: - een N-groep (1ste C-atoom) -adenine
-cytosine 2 H-bruggen
-guanine
-thymine. 3 H-bruggen
- een fosfaatgroep (4de C-atoom)
- desoxyribose
- op het 3de C-atoom bevindt zich een OH-groep
Chromatine: DNA gespiraliseerd rond histonen (eiwitten)
nucleosoom: DNA dat zich rond 8 histonen (octomeer) wikkelt in functie van
plaats
Euchromatine: codeerbaar
Heterochromatine: niet codeerbaar, compacter, wikkelt zich extra rond histonen.
Kan zich omzetten tot euchromatine
Chromosoom: chromatine gespiraliseerd rond histonen (eiwitskelet)
Gen: Bepaalde plaats op het DNA die instaat voor de productie van een eiwit
iedereen heeft dezelfde, alleen is de volgorde (nucleotide-sequentie) anders.
Allel: specifieke nucleotide-sequent bv. haarkleur
1.4 Eigenschappen DNA
- Dubbele helixstructuur: 2 strengen van nucleotiden zijn schroefvormig
- Complementair: A ligt altijd tegenover T en G over C
- Anti-parallel: linkerstreng 5’ 3’, rechterstreng 3’ 5’
- Semi-conservatief: DNA bestaat altijd uit een oude, oorspronkelijke streng
(moeder-DNA) en een nieuwe streng (dochter-DNA)
1.5 DNA-replicatie
Gebeurt tijdens de S-fase in de interfase
Belangrijk voor het verdelen van DNA over dochtercellen
1) Er komen op verschillende plaatsen een opening in de DNA-keten, in het begin op
plaatsen met veel A en T (hebben maar 2 H-bruggen) het enzym DNA-helicase laat
de dubbele helix despiraliseren waardoor er DNA-replicatievorken ontstaan.