4.1 Inleiding
Stofwisseling= metabolisme MAAR stofUITwisseling
__ stof verandert = som van __ stof blijft hetzelfde
alle chemische reacties in ons lichaam = plaatswisseling
kost veel ATP
ANABOLE processen KATABOLE processen
- Opbouwprocessen/ assimilatie - Afbraakprocessen/ dissimilatie
- ENDO-energetisch (neemt energie op) - EXO-energetisch komt (energie vrij)
- Het omzetten van bouwstenen - Vb 1. Verteren:
- Vb 1. aanmaak spieren: Zetmeel Glucose
Aminozuren eiwitten Lactose Glucose + galactose
2. Fotosynthese: Lipide Glycerol + vetzuren
6CO 2+ 6 H 2 O+ ATP 2. Lysosomen in de cel
C 6 H 12 O6 + 6O2
WORDEN VERSNELD DOOR ENZYMEN
4.2 Wat zijn enzymen?
Proefbuis 1
Inhoud: H2 O2
Hypothese: Gebeurt niets
Waarneming: Na een lange tijd ontstaan er luchtbellen gasvorming
Verklaring: 2 H2 O2 2 H 2 + O2
,Proefbuis 2
Inhoud: H2 O2 + warmte
Hypothese: Meer gasvorming doordat de deeltjes sneller bewegen
Waarneming: Meer gasvorming
Verklaring: Toevoeging van warmte(=energie) gaat sneller
Proefbuis 3
Inhoud: H2 O2 + M nO 2 katabole reactie
Hypothese: M nO 2 lost op in H2 O2
Waarneming: Mengsel begint te bruisen, er wordt waterdamp gevormd en warmte
komt vrij.
Verklaring: M nO 2 = katalysator , een chemische stof die reacties versnelt ( 2 H2 O2
2 H2 + O2)
Proefbuis 4
Inhoud: H2 O2 + bloed
Hypothese: Bloed verbleekt door blekende eigenschap van H2 O2
Waarneming: Er ontstaat schuim
Verklaring: De enzymen (peroxidase) van het bloed versnellen de reactie, dus schuim
ontstaat door productie per tijdseenheid. Enzymen zijn biokatalysatoren.
Proefbuis 5
Inhoud: Proefbuis 4 + H 2 O2
Hypothese: Meer schuim
Waarneming: Blijft schuimen
Verklaring: Enzymen zijn herbruikbaar, ze nemen zelf niet deel aan de reactie.
, Proefbuis 6
Inhoud: H2 O2 + speeksel
Hypothese: Gaat schuimen
Waarneming: Geen reactie
Verklaring: Enzymen zijn substraatspecifiek en ondergaan maar één bepaalde reactie
met één bepaalde stof.
BESLUIT: Enzymen zijn biokatalysatoren die reacties versnellen zonder zelf gebruikt te
worden. Enzymen zijn substraatspecifiek en zijn eiwitten.
4.3 Opbouw van een enzym + eigenschappen
Opbouw
eiwitstructuur = apo-enzym
Cofactor anorganisch (ionen): Cl - , Mg + , … meestal ionen die gunstig zijn
Organisch: - vitaminen voor de gezondheid
(= co-enzym) -waterstofdragers: FAD en NAD+
Apo-enzym + co-enzym = effectief enzym
Waarom zijn enzymen substraatspecifiek? Substraten moeten complementair zijn aan het
actieve deel van het enzym.
Eigenschappen
Bv. SUBSTRAAT ENZYM
H 2 O2 Peroxidase
Zetmeel (amylum) Amylase
Lactose Lactase
Maltose Maltase
Reactiespecifiek bv. Glucose Enzym 1 glycogeen
Glucose Enzym 2 ATP (mitochondrië
Substraatspecifiek