Motiverende gespreksvoering
1. Wat is motivatie
Motivatie is afhankelijk van 3 componenten:
1) Willen: belang inzien, bereidheid
2) Kunnen: vermogen
3) Klaar zijn: gereedheid
2. Stadia van gedragsverandering en kenmerken
• Model van verandering: terugval van latere stadia naar eerdere stadia is mogelijk en
kan in iedere fase plaatsvinden.
6 stadia:
1) Voorstadium: niet nadenken, ontkennen
2) Overwegen: nadenken over zijn probleem, bewustwordingsproces. Ambivalentie
maakt dat het probleem wordt erkent, maar er is nog geen beslissing genomen om te
veranderen.
3) Beslissing: concrete plannen
4) Actie: besluit genomen, uitvoering gestart
5) Volhouden: vasthouden en integreren in het leven en persoonlijkheid
6) Terugval
3. Valkuilen bij het motiveren
1) Overnemen
, 2) Wachten tot de patiënt zichzelf motiveert
3) Confronteren
4) Richting reflex
5) Reparatiereflex/helpreflex
4. Wat is motiverende gespreksvoering
• Patiënten in beweging brengen om hun levenswijze te veranderen, de intrinsieke
motivatie opbouwen. Het is een directieve en cliëntgerichte manier. Men gaat op
zoek naar de veranderwens en ambivalentie die de verandering belemmert
o Specifieke gesprekstechnieken: discrepantie vergroten en ambivalentie oplossen
o Discrepantie: verschil tussen 2 kanten van een situatie, bespreken van voor en
nadelen van beide kanten en het wel of niet veranderen.
• Typische begrippen:
o Cliëntgericht: gericht op de actuele zorgen en perspectieven van het individu. Het
principe van onvoorwaardelijke acceptatie = de waarden, doelen en het tempo
van de cliënt aanvaarden en het ‘probleemgedrag’ niet moraliserend tegemoet
treden.
o Directief : doelbewust aansturen op het oplossen van ambivalentie, in de richting
van verandering. Samen met de pt. Diens waarden en doelen te onderzoeken en
waar diens gedrag ermee in tegenspraak is. De manier om interne motivatie op te
bouwen.
o Ambivalentie
o Discrepantie: ontstaat tussen het huidige gedrag en belangrijke doelen of
waarden. Ontdekken waarom het belangrijk is te veranderen. Geen argumenten
opnoemen maar wel de pt.
4.1. Een gidsende gespreksstijl
• Behandelstijl: uitlokken wat ze zelf in huis hebben aan goede argumenten voor
gedragsveranderingen in het belang van hun gezondheid, het heeft meer te maken
met gidsen dan met leiden.
Sturen/dirigeren Gidsen Volgen
4.2. Omgaan en herkennen van ambivalentie
• Voor veranderingen die in een bepaald opzicht goed voor hen zijn
• Het is een normale stap maar kan gedragsverandering wel belemmeren, conflict dat
je voelt als je iets wel wil en tegelijkertijd niet ‘maar’
Tegen verandering pro verandering
Status quo = patiënt wil en kan niet veranderen
4.3. De geschiedenis van motiverende gespreksvoering
• ’80: William Miller en Stephen Rollnick
• 1991: boek motiverende gespreksvoering
• Taal heeft een invloed op verandering:
1. Wat is motivatie
Motivatie is afhankelijk van 3 componenten:
1) Willen: belang inzien, bereidheid
2) Kunnen: vermogen
3) Klaar zijn: gereedheid
2. Stadia van gedragsverandering en kenmerken
• Model van verandering: terugval van latere stadia naar eerdere stadia is mogelijk en
kan in iedere fase plaatsvinden.
6 stadia:
1) Voorstadium: niet nadenken, ontkennen
2) Overwegen: nadenken over zijn probleem, bewustwordingsproces. Ambivalentie
maakt dat het probleem wordt erkent, maar er is nog geen beslissing genomen om te
veranderen.
3) Beslissing: concrete plannen
4) Actie: besluit genomen, uitvoering gestart
5) Volhouden: vasthouden en integreren in het leven en persoonlijkheid
6) Terugval
3. Valkuilen bij het motiveren
1) Overnemen
, 2) Wachten tot de patiënt zichzelf motiveert
3) Confronteren
4) Richting reflex
5) Reparatiereflex/helpreflex
4. Wat is motiverende gespreksvoering
• Patiënten in beweging brengen om hun levenswijze te veranderen, de intrinsieke
motivatie opbouwen. Het is een directieve en cliëntgerichte manier. Men gaat op
zoek naar de veranderwens en ambivalentie die de verandering belemmert
o Specifieke gesprekstechnieken: discrepantie vergroten en ambivalentie oplossen
o Discrepantie: verschil tussen 2 kanten van een situatie, bespreken van voor en
nadelen van beide kanten en het wel of niet veranderen.
• Typische begrippen:
o Cliëntgericht: gericht op de actuele zorgen en perspectieven van het individu. Het
principe van onvoorwaardelijke acceptatie = de waarden, doelen en het tempo
van de cliënt aanvaarden en het ‘probleemgedrag’ niet moraliserend tegemoet
treden.
o Directief : doelbewust aansturen op het oplossen van ambivalentie, in de richting
van verandering. Samen met de pt. Diens waarden en doelen te onderzoeken en
waar diens gedrag ermee in tegenspraak is. De manier om interne motivatie op te
bouwen.
o Ambivalentie
o Discrepantie: ontstaat tussen het huidige gedrag en belangrijke doelen of
waarden. Ontdekken waarom het belangrijk is te veranderen. Geen argumenten
opnoemen maar wel de pt.
4.1. Een gidsende gespreksstijl
• Behandelstijl: uitlokken wat ze zelf in huis hebben aan goede argumenten voor
gedragsveranderingen in het belang van hun gezondheid, het heeft meer te maken
met gidsen dan met leiden.
Sturen/dirigeren Gidsen Volgen
4.2. Omgaan en herkennen van ambivalentie
• Voor veranderingen die in een bepaald opzicht goed voor hen zijn
• Het is een normale stap maar kan gedragsverandering wel belemmeren, conflict dat
je voelt als je iets wel wil en tegelijkertijd niet ‘maar’
Tegen verandering pro verandering
Status quo = patiënt wil en kan niet veranderen
4.3. De geschiedenis van motiverende gespreksvoering
• ’80: William Miller en Stephen Rollnick
• 1991: boek motiverende gespreksvoering
• Taal heeft een invloed op verandering: