bedrijf
H1: algemene inleiding
1. Definitie en oorsprong van economie
1.1 Definitie
Letterlijk:
o = Economie is een sociale wetenschap die het menselijk streven naar
maximale welvaart bestudeert, rekening houdend met schaarse middelen.
Deze schaarse middelen zijn onder andere:
Arbeid (aantal werknemers / bedrijven)
Kapitaal
De natuurlijke hulpbronnen
o Oorspronkelijk had economie ook betrekking op het staatshuishouden.
Praktijk:
o = Economie houdt zich bezig met het verdelen van schaarse goederen en
diensten.
o Deze verdeling gebeurt volgens bepaalde wetten en principes die bepalen wie
wat krijgt en waarom.
1.2 Oorsprong
Adam Smith:
o Geschreven werk over de aard en oorzaak van de welvaart
o The invisible hand
Zo weinig mogelijk tussenkomst van de overheid
“De onzichtbare hand” zorgt voor maximale welvaart
o Startpunt economie als wetenschap
Industriële revolutie:
o Technologische vooruitgang => andere inrichting van productie
o Invloed op verdeling van schaarse middelen
John Maynard Keynes
o Pleitte voor actieve rol van overheid bij het reguleren van (inter)nationale
economie (omgekeerde van Smith)
Milton Friedman
o Nadruk op rol van geld in economie + hoe overheden omgaan met creatie van
geld en rentebeleid
o Pleitte voor nachtwakersstaat (= overheid zorgt enkel voor veiligheid van
bedrijven en burgers)
1
, 1.3 Economische organisatievormen
Kunnen schetsen enCentraal geleide of planeconomie:
herkennen o De staat is de enige aanbieder van goederen en diensten.
o Er is geen marktmechanisme (vraag en aanbod spelen geen rol).
o Deze organisatievorm wordt geassocieerd met het communisme.
Vrijemarkteconomie:
o Private ondernemingen bepalen productie, prijzen en verdeling.
o Het marktmechanisme (vraag en aanbod) staat centraal.
o Deze organisatievorm wordt geassocieerd met het kapitalisme
Gemengde economie:
o Combinatie van kapitalisme en socialisme
o De vrije markt overheerst, maar de overheid grijpt in via regels, wetten en
sociale voorzieningen.
2. Algemene en bedrijfseconomie
2.1 Deelterrein algemene economie
Richt zich op de relatie tussen economie en maatschappij.
Bestudeert hoe mensen en samenlevingen omgaan met schaarse goederen die op
verschillende manieren kunnen worden gebruikt.
Schaarste
o ≠ zeldzaam
o Er is sprake van schaarste wanneer men iets moet opofferen om in een
behoefte te voorzien.
Deelterreinen:
o Micro-economie: gedrag van individuele consumenten en bedrijven
o Meso-economie: sectoren en bedrijfstakken
o Macro-economie: economie als geheel (bv. inflatie, werkloosheid)
2.2 deelterreinen bedrijfseconomie
Studie van bedrijfshuishouding en relatie tussen bedrijven
Onderdeel van micro-economie
Taak bedrijfseconoom:
Een duidelijk beeld schetsen van de financiële toestand (gezondheid) van een
onderneming.
2 centrale onderwerpen binnen de bedrijfseconomie:
Interne financiële bedrijfshuishouding
o Taak: afspraken en verplichtingen vastleggen die het bedrijf operationeel en
financieel gezond houden
o Breder dan alleen de financiële administratie/ huishouding
Goederenhuishouding (logistiek)
2
, Personele huishouding (HR)
Financiële administratie
Financiële positie vastleggen
Opstellen jaarrekening (onderdeel jaarrapport)
Managementrapportering = management accounting
Financiële relaties van het bedrijf met zijn omgeving
o Uitgedrukt in geldstromen
Inkomende stroom: inkoop goederen en diensten + fin afhandeling
Uitgaande stroom: verkoop goederen en diensten + fin afhandelingen
= kasstroombeheer/ cash management
o Corporate finance
= behoefte aan geld/middelen om bedrijfsproces te financieren
Geldmarkt (<2J)
Kapitaalmarkt (>2J)
Management control
o Het besturen en beheersen van de twee centrale onderwerpen.
o Heeft als doel het gedrag van het management te beïnvloeden om de strategie
van de onderneming uit te voeren (bv. via SWOT-analyse).
Deelterreinen binnen bedrijfseconomie
Financiering
Management accounting (interne verslaggeving)
Cost accounting / kostenbeheer
Financial accounting (externe verslaggeving)
3. Rol van bedrijfseconomie
Schematische voorstelling vanuit macro- en micro- economisch perspectief
Macro: handelen van een land, een organisatie en een consument = kringloop
Micro: transformatieproces (grondstof => consument) = bedrijfskolom
3
, 3.1 bedrijfskolom:
= beschrijven van fasen/ schakels die een product doorloopt (Grondstofproducent =>
eindconsument)
Elke schakel creëert waarde:
Toegevoegde waarde (BTW)
Oorzaak: opofferen van
productiemiddelen
Eindconsument voegt geen waarde toe dus
staat niet in de kolom
Integratie Differentiatie
Bakkerij en winkel samen Bakkerij verkoopt niet rechtstreeks aan
eindconsument
Schakel verminderen in de bedrijfskolom Er komt een extra schakel tussen
Waarom? Waarom?
Kosten te verminderen Op lange termijn willen stoppen
Zelf meer controle hebben (andere schakel vervangen)
… …
Parallellisatie Specialisatie
2 bedrijfskolommen komen samen in 1 De schakel helemaal bovenaan is bv een
bedrijfskolom stoffenproducent en verkoopt dit door naar
groothandels. De laatste schakel is een klein
detail winkeltje die van de stof kleren maakt
Ze bieden een smal assortiment aan en
zoeken hun kracht in de diepte van het
assortiment
4