hoofdstuk 3: classicisme
Frankrijk: het ontstaan van het absolutisme en het classicisme
Frankrijk is een plaats waar heel veel dingen samenkomen en waar mensen veel
experimenteren op vlak van religie en politiek
politiek
Frankrijk: de hugenoten = protestanten (Calvinistisch) (+- 600.000 mensen)
veel boeren in Frankrijk
burgerij begint te ontstaan, gaan handel drijven en opleidingen volgen
Hugenoten leggen nadruk op studie -> protestanten zijn heel productief, geletterd (hoog
opgeleid) en ondernemend -> hebben veel macht, kennis en rijkdom (zijn niet met veel)
veel spanning tussen protestanten en katholieken (meerderheid)
1598: Edict van Nantes wordt getekend -> godsdienstvrijheid (vrije keuze zolang het
katholiek is (protestant of christendom))
protestanten worden nog steeds behandeld als tweederangs burgers -> vluchten
Koning Lodewijk XIII (1601-1643) = Louis (Franse naam)
godsdienstvrijheid zal stand houden totdat Koning Lodewijk en Kardinaal Richelieu aan de
macht komen
1610: Lodewijk wordt als hij 9 jaar is koning omdat zijn vader sterft -> hij kan op die leeftijd
niet regeren dus zal zijn moeder als koningin regeren (moeder-koninging als regentes)
uiteindelijk komt het in de handen van de kerk
de bisschop Richelieu wordt kardinaal en daarna in 1624 premier
zowel religieuze als wereldlijke zaken zijn in handen van dezelfde persoon
= startpunt absolutisme
standenmaatschappij/feodaal stelsel: 1. koning, 2. clerus, 3. adel, 4. 3de stand
- constant wisselwerking tussen de verschillende standen -> constant
onderhandelingen tussen clerus en koning en tussen koning en adel (constant
spanningen, koning moet banden houden met clerus en adel ivm macht, …)
- absolutisme: koning heeft absolute macht, afhankelijk van waar adel en clerus zich
bevinden is altijd een kwestie van dichter bij de koning te komen -> koning is het
, centrum van de wereld, macht is rechtstreeks verbonden met hoe dicht je staat bij de
koning
- in uitzonderingen staan de 3de stand ook dichtbij de koning, bv. hofarchitecten
- Lodewijk en Richelieu gaan dit verwezenlijken
absolutisme
gebaseerd op: droit divin = goddelijk recht (zij zijn uitgekozen door God, de koning zijn stem
is zwaarder dan die van de clerus, …), centralisatie = almacht bij de koning (koning kan over
alles zijn eigen mening doen en al de rest moet volgen), bureaucratie = ambtenaren ipv adel
(geen mensen met een bloedband, maar mensen die betaald worden door de staat en die er
dus alle baat bij hebben dat de staat de macht blijft behouden, kunnen mensen van overal
zijn)
gelijkaardig ding gebeurt bij Filips II en het Escorial =
basisbeginselen absolutisme in 16e eeuw
EXAMENVRAAG: hoe zien we de beginselen van het absolutisme bij Filips II en het Escorial
OPLOSSING: Het Escorial maakt het absolutisme van Filips II ruimtelijk zichtbaar -> onder 1
dak verenigt het paleis, klooster, basiliek en mausoleum waardoor de kerk en staat letterlijk
samensmelten, de strikt symmetrische rasterplattegrond verwijst naar de Tempel van
Salomo (Filips II als goddelijke vorst) en de slaapkamer grenst direct aan het hoofdaltaar,
zodat de koning fysiek tussen God en volk staat, de sobere Herreriaanse stijl en de
afgelegen ligging benadrukken dat de macht zich boven de wereld verheft.
Koning Lodewijk XIV aka de Zonnekoning (1638-1715)
1643: wordt op zijn 5 jaar koning van Frankrijk omdat zijn vader sterft -> moeder heeft in het
begin touwtjes in handen en Kardinaal Mazarin wordt zijn premier etc., vanaf 1661
alleenheerser (dood Kardinaal Mazarin)
bekend citaat: ‘l’état c’est moi’ = ‘ik ben de staat’