Thema 1: inleiding
Definitie psychologie (intuïtie <-> wetenschap)
= wetenschap die het gedrag van mensen en de mentale processen erachter bestudeert
➢ Gedrag begrijpen, voorspellen, beïnvloeden
➢ Verschillen tussen mensen
➢ Mens als individu
➢ Onderzoekt niet altijd afwijkend gedrag!
=onderzoek van het gedrag van mensen, kunnen voorspellen & inschatten van gedrag
➢ Waarom doen mensen bepaalde dingen?
➢ Welke denkprocessen zitten hierachter?
→psycholoog = beschermde titel=> opleiding voor nodig!
Begrippen: psycholoog
Begrip Uitleg
Psychiater =Medische opleiding (student geneeskunde)
→gespecialiseerd in psychiatrie
→kijkt veel medischer!
Psycholoog =Geen medische opleiding
→geen medicatie voorschrijven!
→coachende rol
Psychiatrisch =Op eerste plaats een psychiater
verpleegkundige →specialisatie rond psychiatrische problematieken
Toegepaste =Minder klinisch, doen meer ander werk
psycholoog →psychodiagnostiek, testen afnemen
coach =Verhogen welzijn van de mens, ondersteun van mensen in hun
doelen, levenswijzen,…
→niet beschermde titel
→niet opgeleid om mensen te helpen met psychische
problemen
therapeut =Helpt mensen via therapie (gesprekken, oefeningen of
creatieve methoden) om problemen op te lossen
→Onderscheid: therapeuten die al jaren werken mogen hun
werk verder zetten
+ nieuwe therapeuten moeten verplicht opleiding volgen
→beschermde titel
,Disciplines en werkvelden
= hele brede wetenschap met veel verschillende disciplines en werkvelden, overal in
onze maatschappij geïntegreerd!
➢ Klinische psychologie
➢ Onderwijs
➢ Arbeid & organisatie
➢ Sport
➢ Onderzoek
➢ Diagnostiek
➢ Marketing en reclame
➢ Gezondheidspsychologie en -bevordering
➢ Ontwikkelingspsychologie
➢ Forensische psychologie
➢ …
Sociale psychologie vs. sociologie
➢ sociale psychologie
=studie van gedrag van individuen in sociale relaties, in groepen
➢ sociologie
=studie van gedrag van groepen (hoe reageert een maatschappij?)
→sociologen kijken naar mensen in grotere gehelen, samenlevingen (observaties
samenleving)
Oefeningen
Wie zou volgende uitspraak kunnen doen: psycholoog, sociaalpsycholoog of socioloog?
a. Elise en haar vriendinnen dragen de laatste tijd steeds wijdere broeken
=sociaalpsycholoog
→groepjes die elkaar beïnvloeden
b. Ik zag onlangs veel mensen in gent met een strop rond hun nek
=socioloog
→grote groep mensen, groepering, ‘Gent’
c. Emilie haar kledingstijl is veel veranderd sinds ze begonnen is met werken
=psycholoog
, →1 individu, hoe gedraagt zij haar?
Wat is de link met werkveld van voedings-en dieetkunde?
➢ trends in voeding
➢ link tussen voeding en mentaal welzijn
➢ mensen kunnen doorsturen naar psychologen
➢ begrijpen hoe mensen zich voelen
➢ veel contact met mensen met psychische problemen
Gedrag wordt beïnvloedt door…
Biologische factoren
1/ Erfelijkheid
➢ nature
=biologische, wat je mee krijgt van het DNA
➢ nurture
=komt van buiten af, invloeden van omgeving (school, vrienden, aangeleerd gedrag)
→nature-nurture dilemma: ‘welke van de 2 is het?’
CONCLUSIE: vaak 50/50, we bestaan uit combinatie van nurture en nature
= een omgeving kan alleen maar invloed uitoefenen bij een bepaalde erfelijke aanleg en
erfelijke aanleg kan alleen maar in een bepaalde omgeving tot ontwikkeling komen
2/ middelen
=hebben invloed op ons lichaam en onze hersenen
Vb. alcohol
3/ zenuwstelsel/hersenen
=onze stof in onze hersenen verandert
Vb. Eetstoornissen: minder grijze stoffen in hersenen van mensen met eetstoornissen
4/ hoe ons lichaam werkt
Leerprocessen
=aangeleerde processen
Vb. Chips horen bij bier
Psychische factoren
Vb. emoties
,Sociale en culturele factoren
=in welke omgeving groeien we op & leven we? In welke cultuur groeien we op?
Geografische factoren
=Waar op aarde leef je? Heerst er een bepaald klimaat?
Thema 2: psychologische stromingen
Overzicht
-stromingen
➢ Psychoanalyse
➢ Behaviorisme
➢ Humanistische psychologie
➢ Cognitieve psychologie
➢ Derde generatie gedragstherapie
➢ Andere
-Dodo Bird Verdict
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Psychoanalyse (psychodynamische therapie)
-grondlegger: Sigmund Freud
-Psychodynamische therapie
-Visie:
➢ Personen gedreven door een drift (neigingen)
➢ Driften botsen met normen van buitenwereld
➢ Ervaringen uit het verleden, die we niet meer herinneren en die gerelativeerd zijn,
blijven werkzaam
➢ Verdringen van ervaringen leidt tot symptomen (klachten)
➢ We moeten ons bewust zijn van het onbewuste, we moeten ons bewust zijn van
dingen die we vergeten zijn
→therapie: veel aandacht aan dit punt!
➢ Psychoseksuele fasen: we doorlopen verschillende fasen, wanneer iets misgaat
in bepaalde fase, beïnvloedt dit onze ontwikkeling
-link therapie:
➢ Aandacht voor de verdringing van bepaalde zaken, we willen deze bewust maken
➢ Mensen vrij laten associëren, laten vertellen wat er in hun opgaat, geen
tussenkomst van therapeut. Het onbewuste zal naar voren komen in wat je zegt!
➢ Verhaal proberen ontrafelen
, ➢ Er is weerstand omdat het onbewuste soms moeilijk is
-waardevolle zaken:
➢ Eerste keer praten EN luisteren
➢ Patiënten moeten niet worden opgenomen, eerste keer ambulant
➢ Geen wetenschappelijk onderzoek naar stroming
→Enkel ‘gevalsstudie’
=individu waarover beschreven werd hoe therapie verliep
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Behaviorisme (gedragstherapie)
-grondlegger: Watson
-visie:
➢ Associatieleer (studie van linken tussen dingen) als basis
• Er moet link zijn tussen omgevingsprikkels en gedrag. Prikkels die zorgen dat
wij ons zo gedragen, worden onderzocht
• Gedrag is dus gevolg van leerprocessen
➢ Ons brein is een black box
=gedachten, gevoelens,… zijn niet observeerbaar en kunnen dus ook niet onderzocht
worden
→Men houdt zich enkel bezig met hetgeen ze observeren
➢ Gebruik maken van experimenten
➢ Nurture (aangeleerd) > nature (DNA)
-technieken
➢ aversietherapie (afkeer)
=Bepaald gedrag linken aan iets dat zo vervelend is dat je dit gedrag niet meer zal
doen
→vaak bij dieren
➢ exposure (blootstellen)
=Iemand blootstellen zodat het gedrag kan veranderen
Vb. Spinnenangst→blootstelling aan spinnen
• Imaginair of in vivo (in levende lijve)