Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Bedrijfsfiscaliteit| UA | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
61
Geüpload op
16-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een duidelijke samenvatting van de powerpoints en is voldoende om mee te slagen voor het vak.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting bedrijfsfiscaliteit
Les 1: Introductie, begrippen en principes
1.1. Het begrip ‘belasting’

Een belasting is een door de overheid eenzijdig opgelegde en verplichte bijdrage op
personen of feiten die een band hebben met het territorium waarop de overheid
gezag uitoefent en die bestemd is om diensten van algemeen nut te financieren.
 Dit is één van de vele definities van belastingen.

a) Een belasting wordt opgelegd door de overheid als (enige) drager van
soevereiniteit. Deze overheid kan federaal zijn maar ook gewest, gemeenschap,
provincie en gemeente. FOD Financiën (fiscus) maakt zelf uitvoerbare titel via
kohieren.

b) Een belasting is eenzijdig en verplicht. Er is geen keuzemogelijkheid (openbare
orde). Waarom? Economische redenen: risico op marktfalen bij publieke
goederen en schaalvoordelen. Niet alle betalingen aan de overheid zijn echter
belastingen. De overheid kan sancties en dwangmaatregelen doorvoeren als men
de belasting niet betaalt.

c) Territorialiteit is het gevolg van soevereiniteit. De overheid kan slechts belasten
als er een voldoende band (‘nexus’) is met het territorium. Belastingen tonen een
bepaalde verbinding met de fiscaliteit van je regio.

d) Belastingen worden geheven voor het algemeen nut (pensioenen, wegen,
onderwijs). Om de kosten van de overheid te dekken. Het is politiek discretionair.
Afwezigheid aanwijsbare en individuele tegenprestatie.

1.2. Andere heffingen en bijzondere categorieën

a) Retributie: Vergoeding voor tegenprestatie door overheid in rechtstreeks en
onmiddellijk belang begunstigde (geïndividualiseerde dienst).
 Geen belasting
 Beroep op dienst uit eigen belang (bv haven- en kaaigelden, tolgelden)
 Bedrag van de retributie moet in redelijke verhouding staan tot de verleende
dienst.
 Discussie omtrent ‘individueel beslissingsmoment’.
Je krijgt geen directe tegenprestatie. Je doet een specifieke betaling om een
specifieke tegenprestatie van de overheid te krijgen. Je hebt zelf de keuze of je
gebruik gaat maken van de tegenprestatie bij een retributie.

b) Socialezekerheidsbijdrage: Geen belasting, want een sociale zekerheidsbijdrage
heeft een doel: het krijgen van sociaal recht.
 Gesteund op het solidariteits-en het verzekeringsbeginsel (bijdrageplicht
schept recht op ontvangst voordelen), viseren specifieke aanwending (bepaalde
uitgaven).
 Niet betaald aan FOD Financiën maar aan parastatale instellingen belast met
inning ervan.

,  Inning door RSZ-instellingen: verschil tussen invordering SZ en belasting
vervaagt. Sedert 2017 schept RSZ ook uitvoerbare titel (kohier) maar alleen nadat
uitnodiging tot betaling niet werd gehonoreerd.
 Geen jaarlijkse wettelijke controle door parlement.

c) Verhaalbelastingen: Verplichte heffing door overheid n.a.v. specifieke prestatie,
ook wanneer belastingplichtige er geen specifiek voordeel uit haalt
(onweerlegbaar vermoeden).
Maar geen individueel beslissingsmoment voor de betaler ( retributie) dus niet
vermijdbaar.
Bijv. aanleg riolering
Lijken op een retributie. Maar hieruit haal je niet perse zelf een rechtstreeks
voordeel.

d) Directe belastingen: raakt een voortdurende toestand en wordt periodiek geïnd
via aanslag lastens diegene die zich in belastbare toestand bevindt. Men gaat
gedurende een jaar allemaal relevante feiten samennemen en berekent dan
hoeveel belasting je moet betalen.
Bijv. personenbelasting, vennootschapsbelasting (en alle andere
inkomstenbelastingen).

e) Indirecte belastingen: treft een voorbijgaand feit of rechtshandeling en wordt
afzonderlijk per transactie geïnd.
Bijv. erfbelasting, btw.

f) Niet-afwentelbare belastingen: wordt economisch gedragen door degene die de
wet aanduidt als schuldenaar.
Bijv. erfbelasting, personenbelasting.

g) Afwentelbare belastingen: de wettelijke schuldenaar wentelt de kost economisch
af (geheel/gedeeltelijk) op een derde.
Bijv. accijnzen, douanerechten.

h) Dubbele belastingen:
 Juridische dubbele belasting: dezelfde belastbare basis (bijv. inkomen,
vermogen) wordt in hoofde van dezelfde persoon tweemaal aan dezelfde
belasting onderworpen. Doet zich vooral voor bij grensoverschrijdende
investeringen/activiteiten.
 Economische dubbele belasting: dezelfde belastbare basis (bijv. inkomen,
vermogen) wordt in hoofde van twee verschillende personen tweemaal aan
belasting onderworpen. Bijv. betaling van een vergoeding voor diensten die niet-
aftrekbaar is bij de betaler maar toch belastbaar is bij de genieter.
 Economische dubbele belastingen zijn niet verboden, juridische zijn wel
verboden.

i) Belastingontduiking (fiscale fraude): het opzettelijk ontwijken van een wettelijk
verschuldigde belasting.
 Er zijn 2 vereiste elementen:
- Materieel element: inbreuk op de fiscale wetgeving
- Intentioneel element: het opzet om belasting te ontwijken
 Voorbeeld: fictieve kosten of inkomsten, prijsbewimpeling.

, j) Belastingontwijking: het is geen misdrijf maar dat betekent niet dat de overheid
niets doet om het tegen te houden. Er is een intentioneel element (bedoeling om
belasting te verminderen), maar géén materieel element (geen inbreuk op de
wet).
 Je breekt geen fiscale wetten. Je maakt het voor jezelf zo gunstig mogelijk.
 Bijv.: onthouding of substitutie
 Belastingontwijking is niet strafbaar maar kan wel door de wetgever worden
tegengegaan.
 2 soorten maatregelen om dat tegen te gaan:
- Een algemene misbruik bepaling
- Heel specifieke misbruik bepalingen

1.3. Waarom belasten?

- Functies van de belasting:
 Financiële functie (primaire functie): financiering van diensten van algemeen nut.
 Herverdelende functie: de ongelijkheid binnen de samenleving proberen te
beperken. Het aanbrengen van wijzigingen in verdeling van economische middelen
binnen de bevolking.
Progressieve belastingen en belastingvrije som (bijv. personenbelasting):
draagkrachtbeginsel.
Belastbaar voorwerp: belasten van inkomsten uit arbeid of kapitaal:
vermogens(winst)belasting.
 Gedragssturende functie: wenselijk gedrag stimuleren door er een fiscaal voordeel
aan te verbinden / onwenselijk gedrag ontmoedigen door fiscaal nadelig te maken.
Complexiteit van regelgeving. Functies van belastingen communiceren met elkaar:
gedrag demotiveren = afname fiscale ontvangsten. Iedere actie van de overheid om
gedrag te stimuleren of demotiveren, heeft een effect op het budget.

- Rechtvaardiging belasting:
Omwille van de functies van de belasting wordt het bestaan ervan maar zelden in
vraag gesteld: het betreft voornamelijk een politiek-filosofische vraag die vanuit
verschillende stromingen benaderd wordt (welke rol moet de overheid bekleden? Hoe
absoluut is het eigendomsrecht?):
 Profijtbeginsel (benefit theory): persoon die voordeel haalt uit een overheidsdienst
moet bijdragen aan deze overheidsdienst (sociaal contract).
 Soevereiniteit: het individu maakt deel uit van een gemeenschap en is daarom
onderworpen aan de soevereiniteit van de overheid. Het algemeen belang
rechtvaardigt het bestaan van belastingen, niet het individuele voordeel.

1.4. Hoe belasten?

- Beginselen van het belastingrecht: er bestaat geen uniforme lijst van vereisten
waaraan een goed belastingstelsel moet voldoen of aan moet beantwoorden.
Historisch wordt vaak teruggegrepen op de beginselen van Adam Smith:
 Billijkheid
 Rechtszekerheid
 Praktische uitvoerbaarheid
 Efficiëntie

, Vanuit een juridisch oogpunt kunnen een aantal beginselen opgesomd worden die
bepalen hoe een belasting vormgegeven moet worden:

a) Het fiscaal legaliteitsbeginsel:
De invoering van een belasting of een belastingvrijstelling moet zijn oorsprong
vinden in een wet: no taxation without representation.

De wetgevende macht moet de essentiële bestanddelen van de belasting
bepalen:
 Vaststellen van het subject: de belastingplichtige.
 Vaststellen van het object: de belastbare materie (bijv. het bekomen van
inkomen uit arbeid, het aanhouden van een effectenrekening).
 Vaststellen belastbare grondslag
 Vaststellen tarief
 Vaststellen van de modaliteiten van een belasting (bijv. vrijstellingen,
verminderingen, aftrekposten).

Het bepalen van niet-essentiële bestanddelen hoeft niet bij de wetgevende macht
te liggen. Bijv. vaststellen van de aangiftetermijnen, de wijze van aangifte.
De uitvoerende macht beschikt niet over de behoefte om een belasting te heffen.

Het uitvoeren van de belastingwetten is de verantwoordelijkheid van de
uitvoerende macht:
- De uitvoerende macht zorgt ervoor dat de belastingwetten worden nageleefd.
- De Koning maakt besluiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de
wetten.
- Interpretatie en toepassing van de wet verduidelijken kan door de Administratie
voorzien worden: deze hebben evenwel geen kracht van wet en kunnen niet
contra legem zijn.

Uitzonderingen op het fiscaal legaliteitsbeginsel:
 De delegatie van het bepalen van essentiële bestanddelen van een
belastingwet kan in bepaalde situaties door de uitvoerende macht:
- Noodzaak
- Machtiging (door de wetgevende macht) ‘uitdrukkelijk’ en ‘ondubbelzinnig’
- Wettelijke bekrachtiging (bv volmachtwetten en kaderwetten).
Bv oorlog is een situatie van overmacht.

Gevolgen van het fiscaal legaliteitsbeginsel:
 De fiscale wet moet strikt geïnterpreteerd worden
- Indien een fiscaalrechtelijke bepaling onduidelijk is, moet gekeken worden
naar de bedoeling van de wetgever (ratio legis)
o Bij onduidelijkheid over de toepassing van een belasting moet in
het voordeel van de belastingplichtige geïnterpreteerd worden (in
dubio contra fiscum)
o Bij onduidelijkheid over de toepassing van een vrijstelling moet in
het voordeel van de fiscus geïnterpreteerd worden (in dubio pro
fisco)
- De fiscale administratie mag niet afwijken van de wet
o Administratieve circulaires of commentaren mogen geen invulling
geven aan de essentiële bestanddelen van een belasting

Documentinformatie

Geüpload op
16 juni 2026
Aantal pagina's
61
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€14,26
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
emilievandenmeerschaut

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
emilievandenmeerschaut Universiteit Antwerpen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
2 weken
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen