onderwijs
Deel B
Auteurs: Karolien Vandevoordt & Selena Manganiello
Titularissen: Karolien Vandevoordt & Selena Manganiello
Educatieve bachelor in het kleuteronderwijs
Onderwijsgroep lerarenopleiding
Academiejaar: 2025-2026
,Opleidingsspecifieke leerresultaten (OLR’s) en beheersingsniveaus
Beheersingsniveaus die getoetst worden
OLR Beheersingsniveau
1.1 Je begrijpt de verschillende stappen van het stappenplan en de samenhang ertussen.
Je doorloopt met hulp het stappenplan.
1.1 Je begrijpt de voor- en nadelen van de vier niveaus van vrij kleuterinitiatief.
Je begrijpt dat vrij kleuterinitiatief en een overdachte klasorganisatie nodig zijn om een
krachtige leeromgeving te kunnen creëren.
Je past de vier niveaus van kleuterinitiatief toe in een ervaringsgericht dagverloop
Je begrijpt en herkent de drie dimensies (gevoeligheid voor beleving, autonomie verlenen,
stimulerende tussenkomsten) van de ervaringsgerichte basishouding.
1.5 Je ontwikkelt een kindgerichte planning bij het vormgeven van een veilige en werkbare
leef- en speelleeromgeving.
3.1 Je onderkent de verwevenheid van taal in het onderwijs.
Beheersingsniveaus die aangeleerd worden maar (nog) niet getoetst
OLR Beheersingsniveau
1.5 Je imiteert aangeleerde technieken en tools om een veilige en werkbare leef- en
speelleeromgeving in stand te houden
2.2
Je verkent jouw onderzoekende houding (opmerkzaam, kritisch, nieuwsgierig,
2.3 bedachtzaam) en probeert die toe te passen.
Je laat je eigen creativiteit tot uiting komen in je aanbod.
Concrete doelstellingen die getoetst worden
• Je begrijpt de verschillende stappen van het stappenplan en de samenhang
ertussen. (OLR 1.1)
• Je doorloopt met hulp het stappenplan. (OLR 1.1)
• Je begrijpt de voor- en nadelen van de vier niveaus van vrij kleuterinitiatief.
(OLR 1.1)
• Je begrijpt dat vrij kleuterinitiatief en een overdachte klasorganisatie nodig
zijn om een krachtige leeromgeving te kunnen creëren. (OLR 1.1)
• Je past de vier niveaus van kleuterinitiatief toe in een ervaringsgericht
dagverloop (OLR 1.1)
• Je begrijpt en herkent de drie dimensies (gevoeligheid voor beleving,
autonomie verlenen, stimulerende tussenkomsten) van de
ervaringsgerichte basishouding. (OLR 1.1)
• Je ontwikkelt een kindgerichte planning bij het vormgeven van een veilige
en werkbare leef- en speelleeromgeving. (OLR 1.5)
• Je onderkent de verwevenheid van taal in het onderwijs. (OLR 3.1)
THEMA 1: STAPPENPLAN
Je begrijpt de stappen van het stappenplan en de samenhang ertussen.
(OLR
1.1)
Cursus ervaringsgericht onderwijs, deel B 1
www.kdg.be
, Je doorloopt met hulp het stappenplan. (OLR 1.1 )
INLEIDING
De aanpakfactoren zoals in EGO A gezien bestaan uit:
- rijk milieu
- vrij kleuterinitiatief
- ervaringsgerichte dialoog
-
De leerkracht maakt van de klas een ontdekplek:
aantrekkelijke en overzichtelijke omgeving
veel materialen en activiteiten
kansen om te onderzoeken en experimenteren
Een rijke klasomgeving steunt op 2 pijlers:
1. rijk basismilieu
= goede klasinrichting + kwaliteitsvolle hoeken
2. dagelijks rijk aanbod
= activiteiten + materialen
➡️ Doel: meer welbevinden, betrokkenheid en fundamenteel leren
Traditionele themawerking
Vaak werkt men met vaste thema’s:
Leerkrachten:
brainstormen zelf
maken activiteiten
richten de klas thematisch in
Probleem
Soms:
weinig betrokkenheid
kinderen spelen niet in de voorbereide hoeken
weinig enthousiasme
➡️Leerkracht en kinderen hebben niet altijd dezelfde interesses.
Twee manieren van ervaringsgericht werken
1. Belangstellingscentrum (BC)
= werken rond een thema/interesse
2. Themaloos werken
= werken zonder vast thema
⚠️ Belangrijk:
Bij beide vormen blijven dezelfde principes belangrijk:
Cursus ervaringsgericht onderwijs, deel B 2
www.kdg.be
, observeren
inspelen op kinderen
vertrekken vanuit interesses van kleuters
1 STAP 1: KIEZEN VAN EEN BELANGSTELLINGSCENTRUM (BC)
MET KLEUTERS
1.1 Wat leeft er in de klas?
Je probeert te ontdekken wat de interesses van de kinderen zijn door goed te
observeren en luisteren.
Je kijkt naar:
wat ze vertellen
waar ze spelen
populaire materialen/boeken
onderwerpen in vrij spel
gesprekken en interesses
wat belangrijk is in hun leven
Themaloze dagen met een rijk basismilieu helpen om interesses te ontdekken.
1.2 Wat zijn goede BC’s?
Een belangstellingscentrum (BC):
is een onderwerp uit de leefwereld van kinderen
staat centraal in hun interesse
vormt de basis voor activiteiten
We spreken liever van BC dan van “thema”, omdat het vertrekt vanuit de interesses
van kleuters.
Criteria van een goed BC
1. Aansluiten bij leefwereld en ontwikkelingsniveau
Een BC moet:
levensnabij zijn
passen bij leeftijd en ervaringen van kleuters
Bij jonge kleuters kies je eenvoudige onderwerpen dicht bij hun leefwereld:
Een BC kan vertrekken vanuit:
iets dat een kleuter meebrengt
gebeurtenissen
onderwerpen uit het jaarverloop
dingen uit de omgeving
gevoelens of sociale situaties
fantasie
dingen die kleuters kunnen
Alles kan, zolang het vanuit de kinderen komt.
2. Bevattelijk
Kleuters moeten zelf kunnen uitleggen waarover het gaat.
Een te ruim BC zorgt voor oppervlakkigheid.
Kies afgebakend zodat je in de diepte kan werken.
3. Mogelijkheid tot uitdiepen
Een BC moet veel activiteiten mogelijk maken.
Voorbeeld “onze tuin”:
experimenteren
Cursus ervaringsgericht onderwijs, deel B 3
www.kdg.be