1.1 WAT VOOR ALLE ORTHOPEDAGOGISCHE BEGELEIDERS GELDT
Orthopedagogisch begeleiders = werken met mensen en er is steeds sprake van een
begeleidingsrelatie.
WaWaWa-principe:
• Warmte: graag zien, vertrouwen, accepteren, positief en oprecht interesse tonen, arbeidsvreugde,
plezier maken, troosten
• Waarheid: eerlijkheid, openheid, consequent, congruent, jezelf kwetsbaar opstellen, jezelf zijn, echt
zijn
• Waarden: begrip en respect voor het referentiekader van de ander
Belangrijk: relatie eerst, methode daarna.
• Begeleiders beïnvloeden jongeren vooral in scharniermomenten die belangrijk zijn voor identiteit.
• Quote: “Pas als je een band hebt, kan je echt impact hebben – en omgekeerd.”
1.2 OPVOEDEN, BEGELEIDEN, ONDERSTEUNEN: EEN TWEEVOUDIG DIALOGAAL GEBEUREN (TER
HORST)
Wim ter Horst (1929-2018)
- Professor orthopedagogiek (aan de Rijksuniversiteit Leiden)
- Samen met Kok, één van de belangrijkste grondleggers van het orthopedagogiek in
Nederlands taalgebied.
- (Belangrijkste werk: Het herstel van het gewone leven (1977))
- Beschrijft opvoeden als een tweevoudig dialogaal gebeuren:
De agogische relatie tussen cliënt & begeleider (1) als middel met als doel het bevorderen van de
relatie tussen cliënt & wereld (2)
Cliënt & ‘dichte omwereld’: omgeving waar hij nu mee in relatie staat.
Cliënt & ‘volle werkelijkheid’: omgeving waar hij in de toekomst mee in relatie staat.
Agogische relatie = één samenspraak
Elk vorm van ‘uitwisseling’ tussen mensen.
Bij een dialoog (tweevoudige dialoog) is de persoonlijkheid van de orthopedagogische begeleider
belangrijk!
In een dialoog tussen cliënt en begeleider toont de cliënt de begeleiders wat hij van hen verwacht, wat hij
nodig heeft, wat kan en niet kan, . . .
Het herstel van het gewone leven
Basisidee: Om een vastgelopen opvoedingssituatie weer opgang te brengen, begin je bij het alledaagse.
Advies voor opvoeders en begeleiders: herstel begint bij het gewone: dagelijkse routines op orde
brengen vormt de basis voor alles.
1.3 GRONDHOUDING VAN DE OPVOEDER-BEGELEIDER (TER HORST)
Je hoeft ze niet allemaal vanzelf te hebben, maar je moet er wel bewust aan werken.
LIEFHEBBEN
Heeft het kind wel echte opvoeders?
- Wie is het die zich belangeloos voor dit kind inzet ?
- Wie lijdt als het kind lijdt ?
- Wie is er blij met het kind ?
- Wie ligt er wakker voor het kind?
VAN WIE IS HET KIND ?
Liefde is gratis en onvoorwaardelijk
Liefde is helderziend: wie echt liefheeft, kijkt voorbij de buitenkant en ziet de waarde en het potentieel
in ieder mens.
Kringsgewijs: In een gezonde opvoedingssituatie staat het kind of de cliënt centraal, omringd door een
liefdevolle kring van mensen – van dichtbij en verderaf – die betrokken zijn bij zijn of haar welzijn.
OVERSCHOT
- Opvoeders die het gewone leven willen herstellen moeten een overschot aan
vitaliteit/levenskracht hebben:
1
,- moed, hoop, plezier, liefde, doorzettingsvermogen, vertrouwen, evenwicht…
- Zelfreflectievragen: Emotioneel beschikbaar? Voldoende uitgerust? Mentale volwassenheid?
Privéproblemen niet te dominant?
BIJTANKEN
- Nodig bij onvoldoende overschot aan vitaliteit, waardoor je emotioneel onbeschikbaar kan zijn.
- Hoe?: steun van collega’s, rolwissel, eigen netwerk vakantie, sleur doorbreken, succeservaring,
rituelen, psychotherapie, bijscholing
OPENHEID
- Emotioneel beschikbaar zijn – dus écht aandacht hebben voor de cliënt (≠ fysiek aanwezig zijn).
- Sensitief voor ontvangen van signalen cliënt: gericht aandacht hebben en zich openstellen voor
de noden, wensen, gevoelens, (on)mogelijkheden… cliënt
- Hoe? Je probeert je eigen gedachten of gevoelens even opzij te zetten, zodat je echt aandacht kunt
geven.
Voorwaarden?
- Overschot aan vitaliteit
- Zicht hebben op je eigen pedagogische vooroordelen en bewust hanteren: wie cliënt met
vooroordelen benadert, kan zich niet openstellen voor wat het de cliënt toont, maar ziet enkel wat hij
al meent te weten
INTENTIONALITEIT
Je stemt je handelen af op de cliënt, op zijn eigenheid, zijn mogelijkheden en beperkingen. Dat houdt
onder meer ook in dat je:
- In woord (verbaal) en daad (non-verbaal), duidelijke en ondubbelzinnige signalen uitzendt naar de
cliënt. Sensitief-responsief zijn.
- Aanvoelt wanneer jij in de relatie met de cliënt best initiatief neemt en waar je het initiatief beter aan
de cliënt laat (en uiteraard ook naar dat aanvoelen weet te handelen)
- De hulpvraag van de cliënt ziet
Hulpvraag geeft jou inzicht in wat er moet gedaan worden om verder te komen of om weer perspectief
te krijgen. Ze geeft aan wat de cliënt van jou vraagt en dat is beslist niet altijd hetzelfde als wat een
cliënt aan jou vraagt
1.4 GRONDVORMEN VAN MENSELIJK CONTACT (TER HORST)
Dialoog is méér dan praten: diverse grondvormen worden bewust ingezet voor relatieopbouw en leren
van de cliënt.
1 AANRAKEN: TROOSTEN, KNUFFELEN, STEUNEN
Ontwikkelingspsychologie toont aan dat aanraken op bepaalde momenten heel belangrijk kan zijn:
- Lichamelijk contact tussen ouder en kind biedt een bron van veiligheid.
- Kinderen leren veel via de tastzin; grijpen gaat vaak aan begrijpen vooraf.
Dialogische grondvormen (contact zoeken) kunnen verstoord zijn bij:
- Mishandelde of seksueel misbruikte kinderen
- Moeder en doof kind
- Sommige kinderen met ASS
In de praktijk: aanraken moet bewust en gedoseerd gebeuren. Toch blijft het een bijzonder waardevolle en
noodzakelijke grondvorm.
2 VERZORGEN: ZORG DRAGEN VOOR
Verzorgd worden
- Verzorgd worden betekent graag gezien worden, vraagt om aandacht en persoonlijk contact, creëert
intimiteit, veiligheid en vertrouwen, en maakt gebruik van fysiek contact zoals aanraken.
Samen zorg opnemen
- Cliënt ontvangt niet alleen zorg, hij kan - ondersteund door zijn begeleider - ook zelf de zorg op zich
nemen voor iets of iemand: voor dingen, planten, mensen. In dit “samen zorgen voor” ontstaat er een
bepaalde vertrouwensrelatie.
3 SPELEN: STOEIEN, ZICH ONTSPANNEN
- Vrijetijdsbesteding: activiteiten zoals spel, sport en muziek
- De nadruk ligt op het samen bezig zijn, niet op het resultaat
- Indirecte opbrengsten: ontwikkeling van sociale vaardigheden, beweging, bijleren
4 ETEN EN DRINKEN: GENIETEN, SAMENZIJN
2
, - Meer dan voeding innemen moment van ontmoeting en verbinding.
- Ook voorbereiding en afronding zijn betekenisvol (boodschappen, koken, afwassen)
- Verbinding met de groep en het individu
5 (FEEST)VIEREN: HET GEWONE DOORBREKEN
- Doorbreken van het alledaagse: feestmomenten doorbreken routine en brengen iets bijzonders
- Invloed op leefklimaat: Verandering in ritme en sfeer
- Vb. kerstboom zetten, Halloween, Suikerfeest - zorgen voor verbinding en ontmoeting
- Persoonlijke aandacht: verjaardag – in de kijker
- Combinatie van grondvormen
6 EROPUIT TREKKEN: NIEUWE ERVARING OPDOEN
- Samen op uit trekken biedt mogelijkheden om nieuwe ontdekkingen te doen, elkaar op een andere
manier te leren kennen, dagdagelijkse sleur te doorbreken, . . .
- Een relatie tussen mensen kan opnieuw kleur krijgen door samen op vakantie of op uitstap gaan.
Verrijkt het beeld van elkaar, zorgt voor een nieuw perspectief, geeft soms een totaal nieuw beeld over
iemands talenten.
7 WERKEN: SAMEN IETS OPKNAPPEN
- Doelgericht en resultaatgericht: samen werken aan een tastbaar eindproduct
- Samenwerking en sfeer: het proces van samen doen versterkt verbondenheid
- Nieuwe vaardigheden worden stapsgewijs ontwikkeld: zowel technisch, cognitief als emotioneel
- Versterking van eigenwaarde: cliënt ervaart zinvolheid, voldoening en trots
8 LEREN: VAARDIGER WORDEN
- Meer dan kennis, vaardigheden en houdingen overdragen.
- Wederzijds proces:
o Samen werken aan een doel, wens of droom
o Zowel begeleider als cliënt leren van elkaar
9 PRATEN EN LUISTEREN
- Fundamenteel voor relatieopbouw
- Nauw verbonden met vorige grondvormen (vb. verhaal vertellen, gesprek tijdens de maaltijd…)
- Wederzijds proces
- TO DO:
o Erkennend luisteren: geef vooral tijd, aandacht, bevestiging, steun, aanvaarding en
bestaansrecht.
o Blijf praten: ook tegen mensen die geen (verbaal) antwoord meer kunnen geven. Begroet en leg
uit.
o Gebruik humor bewust als techniek: om te milderen, kan pijnlijke momenten verlichten.
o Gebruik varianten: fluisteren, zingen, verhalen vertellen, rijmen.
o Gebruik totale communicatie: woordtaal én lichaamstaal zoals gebaren, mimiek en intonatie.
o Gebruik hulpmiddelen: schrift, tekeningen, foto’s, voorwerpen enz.
DIALOGISCHE GRONDVORMEN VAN MENSELIJK CONTACT SAMEN DOEN!
! Het blijft zeer belangrijk steeds op zoek te gaan naar die grondvormen die bij die cliënt en in die situatie
het meest bevorderlijk zijn voor de dialoog !
GRONDVORMEN: UITDAGINGEN OP 3 NIVEAUS
3