Hoofdstuk 1: informatie en
informatiesystemen
1.1 Situering Beleidsinformatica
1.2 Informatie
1.2.1 De rol van informatie bij bedrijfskundige beslissingen
Het DIKAR-model!
Dit model beschrijft hoe de transformatie van data naar informatie en
kennis, tot acties zou moeten leiden die bedrijfskundigen resultaten
opleveren.
Toepassing:
De beslissingen die een bedrijf zou kunnen nemen om te komen tot een
verbetering van het marktaandeel van een bepaald product.
- Data moet beschikbaar zijn over het huidige aantal verkopers van
het product. Hoe gedetailleerd moet de data zijn? (bijv.: moet van
elke klant het adres en leeftijd gekend zijn?)
- Op basis van deze data moet dan relevante informatie
geaggregeerd worden. (bijv.: op basis van de adressen kan een
overzicht gemaakt worden van verkopen per regio,
leeftijdscategorie, combinatie van regio en leeftijdscategorie)
o Dit zou kunnen aantonen dat een bepaalde leeftijdsgroep in
een regio minder goed vertegenwoordigt is dan die in andere
regio’s.
- Dan de informatie verder onderzoeken en aanvullen met informatie,
expertise en ervaring. (kennis)
o Er is in die regio minder bekendheid omdat het daar minder
evenementen sponsort.
- Gebaseerd op die kennis kan men actie ondernemen (bijv.:
specifieke evenementen voor die leeftijdsgroep in de regio gaan
ondersteunen)
- Verkoopcijfers opvolgen in die regio, succes opvolgen, vergelijken
met de verrichte investeringen (resultaat)
,1.2.2 Wat is informatie?
Data = ruwe feiten die een bepaald fenomeen, concept of gebeurtenis
beschrijven
Vb.: het getal ‘18’, het woord ‘Kerkstraat’
Informatie = data die een specifieke betekenis heeft in een specifieke
context
Vb.: ‘18’ is het aantal bestellingen van een klant in 2019,
‘Kerkstraat’ is de straatnaam van het leveringsadres van die klant.
Kennis = het begrijpen van een bepaald onderwerp, onder meer door
gebruik van bepaalde hoeveelheden informatie, ervaring en expertise. =
een soort “know how”
Vb.: het weten hoe er moet worden omgegaan met klanten die tot
op vandaag in een jaar 18 bestellingen hebben geplaatst.
Actie = verwijst naar het nemen van een bedrijfskundige beslissing op
basis van de beschikbare data, informatie en kennis, wat een resultaat
oplevert (feedback) voor de organisatie in de reële wereld
1.2.3 Informatie als een model van de reële wereld
Data en informatie
beschrijven en representeren de reële wereld, of nog, vormen een partiële,
symbolische voorstelling van de reële wereld, dus een model.
Informatiesystemen = Informatie spiegel
Partieel: Een model is abstractie van reële wereld, waarbij bepaalde
aspecten worden beschouwd terwijl andere niet worden beschouwd een
‘lens’, een partiële ‘spiegel’.
Symbolisch: Een model is een symbolische representatie (op basis van
tekens) van de reële wereld een ‘data’/‘informatie-’spiegel.
Tekens
o Syntax: formalisme van de data/informatie
o Semantiek: betekenis van de data/informatie ( Semantic
Web)
,1.2.4 Data Representatie
- Voor de mens: tag clouds, word clouds, data clouds (getallen die
voorraadniveaus, bestellingen, … voorstellen)
- Voor de computer: bits en bytes, QR codes (binaire data
representatie)
Bits en bytes :
Eén bit 2 mogelijke waarden : 0 of 1 elke bit wordt opgeslagen in een
TRANSISTOR
Een processor in een PC bestaat tegenwoordig uit miljarden
transistoren.
Byte = 8 bits
Eén byte heeft dus 28 = 256 verschillende mogelijke combinaties die
kunnen gevormd worden.
Voorbeeld:
11011001 = 217
Want: 27 + 26 + 0 + 24 + 2³ + 0 + 0 + 20 = 128 + 64 + 0 + 16 + 8 + 0 +
0 + 1 = 217
Als data representatie gericht is op verwerking door machines of
computers wordt er een onderscheid gemaakt tussen:
1. Gestructureerde data
Het gaat hier om enkelvoudige datatypes (getallen en strings,
geaggregeerde datatypes: arrays en records)
Enkelvoudige datatypes = bevatten enkel één stuk data (bijv.: prijs van
een product)
o Integer: een geheel getal
o Real: een rationeel (of komma-)getal
o Datum: datatype dat een specifieke syntax voorschrijft om
een datum op te slaan (bijv.: YYYY-DD-MM)
o String: een tekenreeks of een kort stuk tekst
Indien tekst opgeslagen wordt zoals bij een string, worden bits en bytes
geïnterpreteerd als letters d.m.v. een tekenset. Tekenset bepaalt hoe een
teken wordt voorgesteld. Belangrijke tekenset:
o ASCII: gebruikt 7 bits voor een karakter (27 = 128 karakters
representeerbaar)
o EBCDIC: gebruikt 8 bits voor een karakter (28 = 256 karakters
representeerbaar)
o Unicode: ontwikkeld met als doel alle gebruikte schriften (incl.
bijv.: Chinees, Grieks, Braille) te kunnen voorstellen. Gebruikt
32 bits.
UTF-8: compactere variant van Unicode. Gebruikt 8 bits,
biedt dezelfde tekens als ASCII.
, Het is dus heel belangrijk om bij gestructureerde data steeds de
tekenset aan te duiden: een bepaalde serie bits kan op verschillende
manieren w geïnterpreteerd
Geaggregeerde datatypes = ruwe data uit verschillende bronnen wordt
gecombineerd en samengevat
o Arrays/ lijsten: geven meerdere enkelvoudige waarden weer.
Alle waarden zijn van dezelfde enkelvoudige datatype.
1-dimensionaal: de prijzen van 5 verschillende producten
2-dimensionaal: de prijzen per product variëren in
verschillende landen
3-dimensionaal: over de tijd bijhouden wat, per product,
de verschillende prijzen per jaar waren in elk land
o Records: gegevens opslaan die niet hetzelfde enkelvoudige
datatype zijn (bijv.: de personeelsdienst wil
personeelsnummer, voornaam, achternaam en het uurloon
van een personeelslid opslaan)
1 Integer
2 strings
1 Real
o Arrays of records: geven meerdere records weer
Manieren om meerdere enkelvoudige gegevens te presenteren:
Relationele databanken/ tabellen:
Relationele databanken bestaan uit tabellen (vergelijkbaar met arrays of
records).
Elke rij stelt bijv. 1 klant voor.
Elke kolom stelt 1 eigenschap van bijv. klant voor.
Gericht op:
Grote hoeveelheid gegevens met dezelfde structuur.
Gestructureerde data (data, getallen, strings).