Bestuurskunde
Les 1: Overheid en maatschappij
1 Overheid en maatschappij
Voorbeeld 1: maatregelen hittestress
- Meer druk op de stad omdat het te warm wordt ( in de stad is het vaak 5 à 6 graden
warmer) => door klimaatopwarming in de steden
- Vaak is het te droog
- Blauwe gebieden = parken
- Probleem: gezondheid van de mensen (ouderen), natuur, …
- Beleidsmaatregelen (stad, federale overheid): meer bomen aanplanten, autovrije zones
(minder CO2), opvangplekken voor water (wadi’s), ontharding
Sociaal niveau: groendaken op woonzorgcentra, airco niet (dit vraagt veel energie wat
voor meer warmte zorgt), schaduw
= overheid, individuen (maatschappij) moet deze maatregelen nemen
Zie schema:
Als je beleid gaat maken (sport, veiligheid) dan is er een gedeelde verantwoordelijkheid. De
overheid kan het nooit alleen. Als individu verhoudt je je tov de maatschappij, er zijn
verschillende invloedsferen (burgermaatschappij, gemeenschappen en de markt).
1
,De lijn scheidt het publieke van het privaat domein.
- De staat kan dwang uitoefenen. Als je het niet eens bent kan je je stem laten horen.
- De markt: ruilhandel. Als je niet tevreden bent dan ga je naar een andere handelaar.
Competitie als een organiserend principe. Markt werkt om winst te maken (profit)
- Burgermaatschappij (civil society) = het middenveld (term in Vlaanderen): zorg en
vertrouwen zijn de kern. Je doet het omdat je het belangrijk vindt voor anderen.
Voorbeeld: WWF (breuk van vertrouwen: je bijdrage die je betaald wordt niet goed benut
= corruptie)
- Gemeenschappen (mensen die je kent: familie, vrienden,…): liefde en loyauteit.
Beleid zit overal.
2 De Staat
Wat is een staat?
Definitie Max Weber:
“Een gemeenschap die een (succesvolle) claim legt op het
legitieme gebruik van fysiek geweld binnen een territorium”
- Gemeenschap: er moet een collectieve identiteit/gevoel zijn. Gemeenschap is verbeeld.
Proberen definiëren van een cultuur, volkslied, vlag, taal,…nodig om tot een
gemeenschap te bekomen. Het is een gevoel dat we erbij horen (imagined community)
- Legitiem geweld: macht is de mogelijkheid om mensen iets te laten doen wat ze anders
niet zouden doen (macht moet aanvaard zijn). Sommige staten zijn legitiemer dan
anderen. Voorbeeld: dwingen om belastingen te betalen, zorgt ervoor dat de staat kan
blijven werken.
- Territorium: zonder grondgebied heb je geen staat.
Anarchisme = maatschappij zonder staat (staat niet in handboek, kennen!):
- Zelfbestuur door vrijwillige samenwerking tussen gelijken.
- Elke autoriteit beperkt vrijheid en creëert ongelijkheid (structureel geweld door de staat).
- Graeber: Human economy (= economie die bestaat zonder staat: handelen op basis van
wederkerigheid: ik doe iets voor jou, ik verwacht als ik iets nodig heb, dat jij dan iets terug
doet = impliciete schuld/verwachting = creëert een relatie, het verbindt de maatschappij)
- Commercial economy ( = economie met staat: er wordt afgerekend tot op de euro
(schuld is dan afbetaald) relatie is onbestaande na het afhandelen van de transactie)
2
,Twee grote stromingen (soorten anarchisme):
1. Individualistisch anarchisme: Berlins negatieve vrijheid (afwezigheid van regels, je kan
zeggen wat je wilt)
Vb: libertarianisme
➔ Kernprincipe: zelfbeschikkingsrecht = elke dwang alles wat je beperkt gaat in
tegen dit pricinipe.
➔ Voorbeeld: drugsgebruik is je eigen keuze, belastingen vragen mag niet met
dwang, open grenzen (geconstrueerd door de staat)
➔ Staat kan private bezitten beheren.
➔ Idee van een natiestaat.
➔ De staat gebruikt dwang die tegen dit principe ingaat
▪ Dwang enkel om rechten van anderen te borgen
▪ Mensen niet beschermen tegen zichzelf
▪ Niet dwingen om bij te dragen aan het algemeen belang
▪ Geen beperkingen op waar mensen willen gaan
▪ Privaat bezit is heilig
2. Socialistisch anarchisme: Berlins positieve vrijheid (mensen moeten in staat zijn om
hun mening te kunnen uiten)
Vb: commons beweging
➔ Begin 19de eeuw ontstaan
➔ Zie kritiek op wat de staat allemaal doet.
➔ Commons: vertaling anarchisme in beleid van vandaag. Commons = gedeelde
landbouwgronden in Engeland (1ste land dat industrialisatie doormaakte):
enclosure-beweging, gemeenschappelijke gronden werden geprivatiseerd.
‘Meent’ noemde de gemeenschappelijke gronden. Collectief bezitsregime, niet
iedereen kon zomaar de gronden gebruiken. Instellingen die deze collectieve
hulpbronnen beheerden, zodat er geen misbruik werd gemaakt.
‘Gemeente’ : komt van ‘meent’
Voorbeeld: Wikipedia is een encyclopedie die door de gemeenschap wordt
gemaakt.
Maatschappij zonder staat: tribale, etnische, regionale en religieuze politieke systemen.
Voorbeeld: VS trok zich terug uit Afghanistan. Dit zorgde voor chaos. Idee: we gaan een staat
bouwen met instituties zoals wij ze kennen. Joe Biden zei dat het teveel kostte, dus ze trokken
hun troepen terug. Op 2 weken tijd was het Afghaanse leger verslagen. Een van de redenen
waarom het zo snel viel is omdat de natiestaat die het VS dacht opgebouwd te hebben, dat het
op een ander maatschappij model gebaseerd was.
3
, 3 Liberale democratische rechtstaat
Lijkt op trias politica:
1. Parlementaire democratie: zorgt dat de meerderheid beslist ‘majority rule’
Door verkiezingen kunnen minderheden ook meerderheden worden.
2. Rechtstaat: minderheden worden beschermt door de rechtstaat ‘minority protection’.
Overheid moet zich aan zijn eigen regels behouden, die hij zelf opstelt.
= fundamenten van de rechtstaat (regulatory state).
3. Bureaucratie (uitvoeringsapparaat: wat je beslist moet je kunnen uitvoeren)
Beleid dat gemaakt wordt door de meerderheid uit te kunnen voeren.
= liberaal in de zin van: vrijheden worden beschermd (i-liberale democratie: Hongarije en de VS,
ze leggen de beslissingen van rechters naast zich neer. Rol van de bureaucratie worden
onmogelijk gemaakt. Musk met zijn overheidsapparaat. Op het moment dat ze verkozen zijn
kunnen ze doen wat ze willen).
1 Democratie: kenmerken
1. Vertegenwoordiging
2. Verkiezingen adhv FFF = free, fair en frequent
a. Free: zonder dwang
b. Fair: gelijke kansen om aan verkiezingen deel te nemen. Discussie partij
financiering. Voorbeeld VS: ze maken het moeilijk om te stemmen voor mensen
die al minder mobiel zijn, zo kunnen ze makkelijk de verkiezingen sturen.
c. Frequent:
3. Meningsuiting
4. Informatie
5. Vereniging: politiek kunnen organiseren
In sommige systemen wordt het moeilijk gemaakt om je politiek te kunnen organiseren.
6. Burgerschap: iedereen moet toegang hebben tot de politieke sfeer. Burgerschap op basis
van woonplaats.
2 Recht: 2 hoofdfuncties
1. Ordenend: afspraken maken, normen vastleggen, sturen van verandering
2. Beslechtend: geschillen oplossen, sanctioneren
Ook de overheid is gevat door het recht.
3 Bureaucratie:
1. Apparaatsfunctie
a. Betrouwbaar, georganiseerd kan werken
b. Gecontroleerd.
2. Kennisfunctie
a. Expertise
b. Onafhankelijkheid: je moet kritiek kunnen geven als burger als je met iets niet
akkoord gaat.
4
Les 1: Overheid en maatschappij
1 Overheid en maatschappij
Voorbeeld 1: maatregelen hittestress
- Meer druk op de stad omdat het te warm wordt ( in de stad is het vaak 5 à 6 graden
warmer) => door klimaatopwarming in de steden
- Vaak is het te droog
- Blauwe gebieden = parken
- Probleem: gezondheid van de mensen (ouderen), natuur, …
- Beleidsmaatregelen (stad, federale overheid): meer bomen aanplanten, autovrije zones
(minder CO2), opvangplekken voor water (wadi’s), ontharding
Sociaal niveau: groendaken op woonzorgcentra, airco niet (dit vraagt veel energie wat
voor meer warmte zorgt), schaduw
= overheid, individuen (maatschappij) moet deze maatregelen nemen
Zie schema:
Als je beleid gaat maken (sport, veiligheid) dan is er een gedeelde verantwoordelijkheid. De
overheid kan het nooit alleen. Als individu verhoudt je je tov de maatschappij, er zijn
verschillende invloedsferen (burgermaatschappij, gemeenschappen en de markt).
1
,De lijn scheidt het publieke van het privaat domein.
- De staat kan dwang uitoefenen. Als je het niet eens bent kan je je stem laten horen.
- De markt: ruilhandel. Als je niet tevreden bent dan ga je naar een andere handelaar.
Competitie als een organiserend principe. Markt werkt om winst te maken (profit)
- Burgermaatschappij (civil society) = het middenveld (term in Vlaanderen): zorg en
vertrouwen zijn de kern. Je doet het omdat je het belangrijk vindt voor anderen.
Voorbeeld: WWF (breuk van vertrouwen: je bijdrage die je betaald wordt niet goed benut
= corruptie)
- Gemeenschappen (mensen die je kent: familie, vrienden,…): liefde en loyauteit.
Beleid zit overal.
2 De Staat
Wat is een staat?
Definitie Max Weber:
“Een gemeenschap die een (succesvolle) claim legt op het
legitieme gebruik van fysiek geweld binnen een territorium”
- Gemeenschap: er moet een collectieve identiteit/gevoel zijn. Gemeenschap is verbeeld.
Proberen definiëren van een cultuur, volkslied, vlag, taal,…nodig om tot een
gemeenschap te bekomen. Het is een gevoel dat we erbij horen (imagined community)
- Legitiem geweld: macht is de mogelijkheid om mensen iets te laten doen wat ze anders
niet zouden doen (macht moet aanvaard zijn). Sommige staten zijn legitiemer dan
anderen. Voorbeeld: dwingen om belastingen te betalen, zorgt ervoor dat de staat kan
blijven werken.
- Territorium: zonder grondgebied heb je geen staat.
Anarchisme = maatschappij zonder staat (staat niet in handboek, kennen!):
- Zelfbestuur door vrijwillige samenwerking tussen gelijken.
- Elke autoriteit beperkt vrijheid en creëert ongelijkheid (structureel geweld door de staat).
- Graeber: Human economy (= economie die bestaat zonder staat: handelen op basis van
wederkerigheid: ik doe iets voor jou, ik verwacht als ik iets nodig heb, dat jij dan iets terug
doet = impliciete schuld/verwachting = creëert een relatie, het verbindt de maatschappij)
- Commercial economy ( = economie met staat: er wordt afgerekend tot op de euro
(schuld is dan afbetaald) relatie is onbestaande na het afhandelen van de transactie)
2
,Twee grote stromingen (soorten anarchisme):
1. Individualistisch anarchisme: Berlins negatieve vrijheid (afwezigheid van regels, je kan
zeggen wat je wilt)
Vb: libertarianisme
➔ Kernprincipe: zelfbeschikkingsrecht = elke dwang alles wat je beperkt gaat in
tegen dit pricinipe.
➔ Voorbeeld: drugsgebruik is je eigen keuze, belastingen vragen mag niet met
dwang, open grenzen (geconstrueerd door de staat)
➔ Staat kan private bezitten beheren.
➔ Idee van een natiestaat.
➔ De staat gebruikt dwang die tegen dit principe ingaat
▪ Dwang enkel om rechten van anderen te borgen
▪ Mensen niet beschermen tegen zichzelf
▪ Niet dwingen om bij te dragen aan het algemeen belang
▪ Geen beperkingen op waar mensen willen gaan
▪ Privaat bezit is heilig
2. Socialistisch anarchisme: Berlins positieve vrijheid (mensen moeten in staat zijn om
hun mening te kunnen uiten)
Vb: commons beweging
➔ Begin 19de eeuw ontstaan
➔ Zie kritiek op wat de staat allemaal doet.
➔ Commons: vertaling anarchisme in beleid van vandaag. Commons = gedeelde
landbouwgronden in Engeland (1ste land dat industrialisatie doormaakte):
enclosure-beweging, gemeenschappelijke gronden werden geprivatiseerd.
‘Meent’ noemde de gemeenschappelijke gronden. Collectief bezitsregime, niet
iedereen kon zomaar de gronden gebruiken. Instellingen die deze collectieve
hulpbronnen beheerden, zodat er geen misbruik werd gemaakt.
‘Gemeente’ : komt van ‘meent’
Voorbeeld: Wikipedia is een encyclopedie die door de gemeenschap wordt
gemaakt.
Maatschappij zonder staat: tribale, etnische, regionale en religieuze politieke systemen.
Voorbeeld: VS trok zich terug uit Afghanistan. Dit zorgde voor chaos. Idee: we gaan een staat
bouwen met instituties zoals wij ze kennen. Joe Biden zei dat het teveel kostte, dus ze trokken
hun troepen terug. Op 2 weken tijd was het Afghaanse leger verslagen. Een van de redenen
waarom het zo snel viel is omdat de natiestaat die het VS dacht opgebouwd te hebben, dat het
op een ander maatschappij model gebaseerd was.
3
, 3 Liberale democratische rechtstaat
Lijkt op trias politica:
1. Parlementaire democratie: zorgt dat de meerderheid beslist ‘majority rule’
Door verkiezingen kunnen minderheden ook meerderheden worden.
2. Rechtstaat: minderheden worden beschermt door de rechtstaat ‘minority protection’.
Overheid moet zich aan zijn eigen regels behouden, die hij zelf opstelt.
= fundamenten van de rechtstaat (regulatory state).
3. Bureaucratie (uitvoeringsapparaat: wat je beslist moet je kunnen uitvoeren)
Beleid dat gemaakt wordt door de meerderheid uit te kunnen voeren.
= liberaal in de zin van: vrijheden worden beschermd (i-liberale democratie: Hongarije en de VS,
ze leggen de beslissingen van rechters naast zich neer. Rol van de bureaucratie worden
onmogelijk gemaakt. Musk met zijn overheidsapparaat. Op het moment dat ze verkozen zijn
kunnen ze doen wat ze willen).
1 Democratie: kenmerken
1. Vertegenwoordiging
2. Verkiezingen adhv FFF = free, fair en frequent
a. Free: zonder dwang
b. Fair: gelijke kansen om aan verkiezingen deel te nemen. Discussie partij
financiering. Voorbeeld VS: ze maken het moeilijk om te stemmen voor mensen
die al minder mobiel zijn, zo kunnen ze makkelijk de verkiezingen sturen.
c. Frequent:
3. Meningsuiting
4. Informatie
5. Vereniging: politiek kunnen organiseren
In sommige systemen wordt het moeilijk gemaakt om je politiek te kunnen organiseren.
6. Burgerschap: iedereen moet toegang hebben tot de politieke sfeer. Burgerschap op basis
van woonplaats.
2 Recht: 2 hoofdfuncties
1. Ordenend: afspraken maken, normen vastleggen, sturen van verandering
2. Beslechtend: geschillen oplossen, sanctioneren
Ook de overheid is gevat door het recht.
3 Bureaucratie:
1. Apparaatsfunctie
a. Betrouwbaar, georganiseerd kan werken
b. Gecontroleerd.
2. Kennisfunctie
a. Expertise
b. Onafhankelijkheid: je moet kritiek kunnen geven als burger als je met iets niet
akkoord gaat.
4