è Oefenbundel telt mee voor 4/20 van het totaal
o Indienen op 26 mei
LES1: BEHAAGLIJKHEID
- Wat is comfortabel? P3
o Bij licht (300 à klein lichtje; 3000 à heel fel)
- Transpiratie: te veel en warmte wegsturen
- Kledij kun je zien als spouwmuur
- Vanuit tabel p4 -p 6 snappen en zoeken
- Materialen voelen soms kouder aan dan andere ook al hebben ze de zelfde oppervlaktetemp.
o Zo bepaalde materialen kiezen, omdat bv hout sneller opwarmt en warm voelt dan beton
à thermostaat lager zetten heeft het zelfde effect
- Tabel p7
o Lichtgrijs: voelbare zone
- P11 – het is effectief 25graden, met de windsnelheid voelt het aan als 22
- P 13 - klasse A is natuurlijk het best, maar veel meer maatregeling en kosten
- P16- hoe verder van de curve hoe minder aangenaam, hoe kouder of warmer
COMFORT WAT?
BEHAAGLIJKHEID
- Een toestand waarin niemand iets over zijn omgeving te klagen heeft.
- Gaat over thermisch comfort
o Zit in het hoofd
§ Je voelt iets aan
- Alternatief -> bedoeling de gebruikers de indruk geven …
1
,DE MENSELIJKE WARMTEREGULATIE
- Van koude kamertemp. Naar warme
o Koud- voeten koud, is onbehaaglijk (vermijden)
o Warm – warmte naar overal (vermijden)
- Wat is comfortabel? (zie foto)
- warmteafgifte door transpiratie
o lichaam die overschot aan warmte
wegsturen
- warmteafgifte door latente warmte in waterdamp
van uitgeademde lucht
o uitgeademde lucht heeft hogere temp -> lucht is volledig verzadigd
- warmteafgifte door voelbare warmte in de uitgeademde lucht
- warmteafgifte door kleding
o = isolatielaag (kleding & huid:
dubbele isolatie)
o kledij - huid -> zelfde als spouwmuur
o warmteweerstand berekenen (Rcl)
- warmteafgifte door metabolisme
o eten - energievoorziening van zijn
lichaam
o eenheid: Watt of MET
o tabellen snappen
- warmteafgifte door verrrichte arbeid
o kinetische energie
- warmteafgifte door geleiding
o voeten - wanneer is een materiaal voetwarm
o vloerverwarming (hout is optimaal)
o temperatuur vd ruimte bij parketvloer kan lager staan dan bij betonnen vloer
WARMTEAFGIFTE IN NORMALE OMSTANDIGHEDEN
Onder normale omstandigheden is de verhouding van de aandelen in de warmteafgifte ongeveer als volgt:
- Afgifte door straling : +/- 50%
o Wanden, vloer, meubels
- Afgifte door convectie : +/- 30%
o Te maken met kledij
- Afgifte door verdamping : +/- 20% (FYI = “verdunstung” = verdamping (vochtdiffusie)
o Verzadigde dampdruk: 100% in lichaam bij bep. temperatuur
è Lichaam kan niet omgaan met 2 verschillende temp.
è Hoe hoger de temp hoe meer verdamping
è Hoe lager de temp hoe meer straling
2
, è Lantente warmte
Operatieve temperatuur
- Trs = (Temperatuur lucht + GemiddeldeTemperatuurwanden) / 2
= comforttemperatuur
1) Het meten van behaaglijkheid
- Grootheden
§ Droge bol temperatuur TL
§ Natte bol bemperatuur TN
§ Luchtsnelheid v
§ Temperatuur van de omwanding TW-
- Meten van de temperatuur
§ Methode van de krekels
§ Kathathermometer
• Moet lichaam voorstellen
• Stralingsinvloeden
• Afkoelingssnelheid berekenen
§ Zwarte bol thermometer
• Imiteert lichaam
§ Natte bol thermometer
• Nat textiel rond bol + katoenen lus gekoppeld aan waterreservoir
• Kijken hoe snel het gaat
§ Invloed van luchtsnelheden
• Lucht passeert langs lichaam, neemt altijd
dunne isolatielaagje stilstaande lucht rond ons
lichaam mee
§ Invloed van de luchtsnelheid : gecorrigeerde effectieve
temperatuur
• Grafiek: welke gevoelstemperatuur er is
• Isolatie bepalen met bepaalde luchtsnelheid
adhv deze grafiek
2) Comfortvergelijking van Fanger (p.12)
- Zo groot mogelijk comfort hebben voor grote groepen
o Hoe een groep waarnemers het (binnen)klimaat waardeert
o PMV-index ( predicted mean vote-index) <-> PPD ( predicted percentage dissatisfied) –
niet tevreden
3) Definitie van comfortklassen (p.13)
- Klasse A: max 6% ongelukkige mensen
à veel maatregelen, investeringen,
energiekosten
3