Inleiding
Wat is ethiek
Ethiek is het aannemen van een houding tegenover een moreel probleem op een rationele manier.
Voorbeeld: mag een dove ouder voor een doof kind kiezen?
Voorbeeld: is het goed dat er een verplichte samenlevingsdienst voor jongeren komt?
Elke moreel probleem is een normatief probleem, maar niet elk normatief probleem is een moreel
probleem.
Houding Moreel probleem
Oplossing Normatief probleem
Nieuw probleem zien Zorgt voor spanning
Zinvolle reflectie Weinig consensus
Een benadering waardoor er geen Mening wordt verwacht
probleem meer is
Wat is die rationaliteit? We gaan eerst over de niet-rationele houdingen
Niet-rationele houdingen
Geloof – wil van God
Plato schreef het dilemma van Euthyphro waarin hij probeerde duidelijk te maken dat ethiek niks te
maken heeft met geloof.
Euthyphro is woedend: hij is te weten gekomen dat zijn vader een slaaf heeft doodgemept,
ondanks dat dit verboden is. Hij wil zijn eigen vader inleveren en in die kwade bui komt hij
Socrates tegen. Euthyphro vertelt hem dit verhaal en Socrates vraagt hem ‘Waarom vind je dit
zo erg?’ waarop E zegt dat ‘het in strijd is met de wil van God’. Socrates antwoordt hierop:
‘hoe weet je dat dat de wil van God is?’. Euthyphro zei hierop dat Goden onmogelijk zo
immoreel konden zijn dat ze zulks gedrag zouden goedkeuren aangezien dit in strijd is met zijn
beeld van rechtvaardigheid.
DUS: waarom heb je die goden nodig? Kun je dan niet verwijzen naar het idee van
rechtvaardigheid? Je weet niet wat hun mening is over hetgeen wat mensen elkaar aandoen.
1
,Conclusie: argumenten op basis van religieuze overtuigingen kan je evengoed stellen zonder
verwijzigingen te maken naar God. Een loutere omschrijving van wat jij rechtvaardigheid vindt
volstaat, vandaar dat de religieuze argumenten dan ook nutteloos zijn binnen het ethische debat.
Emoties – instincten – intuïties
Emoties spelen een grote rol in moreel gedrag, maar niet altijd op een positieve wijze.
Voorbeeld: een kat uit een boom helpen.
Voorbeeld: een winkeluitbater in Charleroi maakte meerdere keren melding van meerdere
winkeldiefstallen. Politie vond het geen prioriteit dus greep niet in en de winkeluitbater
besloot hierop het heft in eigen handen te nemen: hij bond de dief naakt vast aan een
lantaarnpaal met de boodschap ‘je suis un voleur’ op de borst geschreven. Dit heeft te amen
met moraal: men offert zichzelf op om de gemeenschap duidelijk te maken, dat er rottende
appels in de samenleving zijn en je brandmerkt hem om aan de gemeenschap te laten zien
dat dit een van die rotte appels is. Winkeluitbater werd opgepakt omwille van eigenrichting.
Feitelijke toestand
Het verwarren van normatieve oordelen en feitelijke oordelen – het onderscheid tussen feiten en
normen is belangrijk.
Voorbeeld: 25 jaar geleden verscheen het boek Rape en het sloeg in als een bom: er wordt
een verklaring gegeven aan het seksueel geweld. Het boek gaat over soorten waarbinnen
verkrachting voorkomt: dit gaat van de mens tot de kever tot de bizon etc. Het boek probeert
verkrachting als iets natuurlijks weer te geven.
Men vat dit op als rechtvaardiging van het fenomeen verkrachting, maar dit is het niet:
wetenschappers steunen uiteraard alle initiatieven ter verhelping van het misdrijf. Men moet
wetenschappers de ruimte hier geven om het te zien als een fenomeen dat onderzocht kan
worden. Hier wordt dus een fel onderscheid gemaakt van feitelijke oordelen en normatieve
oordelen
Feitelijke toestand Normatief oordeel
Verklaren Rechtvaardigen
Begrijpen Aanvaarden
Voorspellen Verwerpen
Mits men dit onderscheid niet maakt, maakt men een naturalistische drogreden.
Voorbeeld: ‘seksueel geweld behoort tot onze natuur’ → ‘seksueel geweld is goed’.
2
,Iets kan natuurlijk zijn, maar moreel verwerpelijk zijn. Net zoals iets onnatuurlijk kan zijn, maar toch
ethisch verdedigbaar zijn. Er zijn ook een aantal fenomenen die niet makkelijk rationeel te
onderbouwen zijn. De kracht van sentimenten, instincten, … harder is dan welk redelijk oordeel ook.
Voorbeeld: Duits echtpaar zijn broer en zus, ze hebben 4 kinderen waarvan 3 met een
beperking. De man is geboren in een gezin met een agressieve vader en werd ondergebracht
in een adoptiegezin. Nadat hij wegging, is er nog een dochter geboren in hetzelfde gezin. De
vader sterft en de man keert terug naar zijn gezin op 18-jarige leeftijd. Eenmaal teruggekeerd,
wordt hij smoorverliefd op de dochter, en dus zijn eigen zus. Hij heeft zijn eigen zus 4 keer
bezwangerd.
Bij ons is dit wettelijk geen probleem, enkel trouwen is verboden. In Duitsland is de wet
strenger: het hebben van seksuele relaties met eigen zus of broer is bij wet verboden. De man
kreeg een celstraf van 8 (!!) jaar. De zus niet ov. persoonlijkheidsstoornis en was dus
ontoerekeningsvatbaar.
Rationele argumenten Irrationele argumenten
Wederzijdse toestemming Incest voelt vies (mits lange periodes samen
Meerderjarige volwassenen te leven (doorheen puberteit), minder
aversie mits je elkaar niet hebt gezien
doorheen puberteit (hier het geval))
Genetisch risico geen punt bij niet-verwante Vrijwel overal ter wereld taboe
koppels
Wat met verwante koppels die geen
kinderen willen of zich steriliseren?
3
, Waarom volstaan de morele vermogens (die we nu al bezitten) niet?
We beschikken in ons 10e levensjaar al over heel wat morele vermogens: (pijn)empathie, fairness en andere
vermogens.
Morele vermogens
Pijnempathie
Pijnempathie is het vermogen om mee te leven met een persoon die pijn ervaart. Hieraan wordt ook de
reflex gekoppeld die men heeft om de persoon te gaan helpen. Zelfs mensenapen hadden dit vermogen.
De ontwikkeling hiervan wordt voorgesteld in het Ontwikkelingsmodel van Martin Hoffman
Emotionele besmetting* –
Global distress 0 – 0,5 jaar
reactive crying**
Globaldistress vermijden door
Egocentrische empathie 0,5 – 1 jaar bron van pijn te vermijden – A
valt, B ziet het en loopt weg
Hulpreflex – eigen noden =
Quasi-egocentrische empathie 1 – 2 jaar
centraal
Theory of mind – andere noden =
Waarachtige empathie 2 – 4 jaar
centraal
Volledige pijnempathie vanaf 4
Verdere ontwikkeling 4 – 7 jaar
jaar
*emotionele besmetting: pasgeboren kind neemt emoties over & ervaart ze alsof ze dit zelf meemaakt.
**reactive crying: 1 baby huilt – andere baby’s beginnen ook te huilen.
***theory of mind: het vermogen om te beseffen dat jouw ervaringen niet overeenkomt met de ervaring
van een ander.
Sally & Anne Test: je hebt een doos en een box in een speelkamer. Sally komt binnen met een bal,
stopt deze in de doos en verlaat de kamer. Anne komt binnen, verplaatst de bal van de doos naar de
box en verlaat erna de kamer. Sally komt terug binnen: waar gaat Sally kijken? Doos of Box?
Fairness
Fairness is het gevoel van rechtvaardigheid. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen 6 verschillende
vormen:
1. Prosociaal gedrag versus altruïstisch gedrag: prosociale spel
Prosociaal tegen pesterig – prosociaal zijn kost niets
Voorbeeld: A heeft een kledingstuk dat hij niet meer draagt, iemand wil dit kledingstuk. A kan ofwel
dat kledingstuk geven ofwel, ondanks dat hij er niets meer mee kan doen, het niet geven.
Altruïstisch tegen egoïstisch – altruïstisch zijn kost iets
4