H5: Principes van Formuleringen
Life Cycle of Drugs — 1ste Bachelor — UGent
I. Doel van Formulatie-onderzoek
Kernboodschap: "A drug is more than a molecule alone"
Formulatie = het verwerken van het actief bestanddeel (geneesmiddel, GM) in een
farmaceutisch preparaat (= doseringsvorm / farmaceutische specialiteit), gecombineerd met
hulpstoffen.
Drie hoofdeisen aan een doseringsvorm
• Stabiliteit van het GM in de doseringsvorm (aanvaardbare shelf-life)
• Vrijstelling op de juiste plaats en met de correcte snelheid (vb. Voltaren vs. Voltaren
Retard → vertraagde vrijstelling)
• Commercieel aanvaardbaar: gemakkelijk toe te dienen, massaproductie mogelijk,
aanvaardbare kostprijs
Hulpstoffen
Hulpstoffen hebben geen farmacologische werking, maar zijn essentieel voor:
• Structuur van de doseringsvorm
• Stabilisatie van het GM
• Oplossnelheid en oplosbaarheid
• Vrijstelling van het GM (bv. vertraagde vrijstelling → het GM zelf zorgt niet voor de
vertraging, wel de hulpstoffen)
Voorbeeld: Aspirine 500 tablet vs. Sedergine bruistablet
Beide bevatten 500 mg acetylsalicylzuur (zelfde GM), maar de hulpstoffen verschillen
volledig:
Aspirine tablet: maïszetmeel, cellulosepoeder → voor compressie en structuur
Sedergine bruistablet: citroenzuur + natriumbicarbonaat (bruisreactie), natriumbenzoaat,
polyvidone → niet bedoeld om in te slikken
Voorbeeld: PRIMPERAN® (metoclopramide HCl) – keuze hulpstoffen afhankelijk van
doseringsvorm
Tablet (10 mg): lactose, microkristallijne cellulose, maïszetmeel, siliciumdioxide,
magnesiumstearaat
Drinkbare oplossing (5 mg/5 ml): hydroxyethylcellulose, zoetstoffen, bewaarmiddelen
(parabenen), citroenzuur, smaakstoffen
Suppositoria (10 mg): vette suppobasis → moet smelten bij lichaamstemperatuur
Injecteerbare oplossing (10 mg/2 ml): natriumchloride, water voor injectie
⇒ Hetzelfde GM, maar telkens volledig andere hulpstoffen. Keuze is afhankelijk van
1
Prof. Chris Vervaet | Laboratorium voor Farmaceutische Technologie
, Samenvatting H5 | Principes van Formuleringen Life Cycle of Drugs — UGent | Prof. Chris Vervaet
de doseringsvorm!
II. Doseringsvormen
Overzicht types
• Vaste vormen: tabletten (45,8%), capsules (13,0%), poeders
• Vloeibare orale vormen: oplossing, suspensie, emulsie (16,0%)
• Injectiepreparaten (15,0%)
• Rectale/vaginale vormen: suppositoria, ovulen (3,3%)
• Dermale vormen: zalf, crème, gel (3,0%)
• Oogpreparaten (1,8%), inhalatie/aerosolen (1,2%)
±75% orale vormen, ±59% vaste vormen – redenen: gemak voor patiënt + vlotte
industrieel productieproces.
Factoren bij keuze doseringsvorm
• Stabiliteit GM (in doseringsvorm én in gastro-intestinaal stelsel)
• Systemische vs. lokale werking
• Absorptie-eigenschappen doorheen membranen
• Patiëntendoelgroep (bv. kinderen, ouderen)
• Patiëntencompliantie (patient compliance)
• Productieproces en kostprijs
• Vereiste dosis: IV-infusie vereist hoogste dosis (±1000 mg), depot (1 maand) laagste
(±0,3 mg) → doseringsvorm bepaalt hoeveel GM je nodig hebt
III. Onderdelen bij het Optimaliseren van een
Doseringsvorm
Twee grote luiken:
• Preformulatie: verzamelen van basisinformatie over de fysico-chemische
eigenschappen van het GM – zoveel mogelijk kennis opdoen
• Formulatie: selectie doseringsvorm en hulpstoffen; optimaliseren van samenstelling
voor stabiliteit, efficiëntie en beschikbaarheid
A. Preformulatie-studie
2
Prof. Chris Vervaet | Laboratorium voor Farmaceutische Technologie