1950 - 1960
Design als verkoopargument
Caddy: symbool voor de consumptiemaatschappij. We gaan
niet langer shoppen voor één dag, maar kopen voor meerdere
dagen en vaak meer dan we nodig hebben.
Consumptie uit noodzaak verandert in consumptie als
entertainment en als middel tot identiteitsvorming: kopen om te
tonen wie we zijn, hoe rijk we zijn. Dat geldt niet alleen voor de
hogere klassen, maar sinds de Tweede Wereldoorlog ook voor de
middenklasse – eigenlijk voor de hele westerse maatschappij.
MoMA & Good Design expo - 1950
Good Design-exposities brengen musea en de commerciële wereld
samen: producten worden tegelijk in een tentoonstelling én in een
soort verkoophal getoond, waardoor ze zowel een culturele als
commerciële functie krijgen. Figuren zoals Charles Eames, Ray
Eames en Kaufmann Jr. spelen hierin een rol als invloedrijke
ondernemers en organisatoren. Binnen dit systeem bepaalt de
wereld van high art (musea) wat als “goed design” wordt gezien,
waarna deze producten ook commercieel worden gepresenteerd. Zo beginnen kunst en
economie elkaar steeds sterker te beïnvloeden: wat in een museum staat krijgt een
hogere culturele waarde en verkoopt daardoor beter.
Daarnaast zorgen Hans Knoll en Florence Knoll ervoor dat modernistische meubelen in
Amerika worden verspreid als exclusieve, dure objecten met een hoge statuswaarde voor
nieuwe rijke groepen. Aanvankelijk worden deze vooral als kantoormeubilair gebruikt, maar
later vinden ze ook hun weg naar privéwoningen, zoals zichtbaar wordt in de cultuur van
series zoals Mad Men.
,1951 - Eerste elektrische scheerapparaat - Max Braun - Firma Braun
Braun wil zich onderscheiden van de rest van de markt door een
sterke, hoog-culturele aanpak: alle producten worden
consequent in zwart of wit ontworpen zodat ze meteen
herkenbaar en uniform zijn. Hiervoor schakelen ze Dieter Rams
in, die producten ontwerpt met een zuiver, sober lettertype en
waarbij de designer zelf anoniem blijft. Hij formuleert ook zijn
bekende principes voor goed design: een ontwerp moet in de
eerste plaats functioneel zijn (in de geest van het Bauhaus),
sober en tot het minimum herleid, en tegelijk duidelijk en
begrijpbaar voor de gebruiker.
Deze extreem zuivere vormgeving heeft later een grote invloed op bedrijven zoals Apple.
Design wordt hier niet alleen gezien als een statussymbool, maar vooral als een manier om
producten beter op de markt te brengen door ze leesbaarder en gebruiksvriendelijker te
maken.
Dieter Rams en zijn hedendaagse invloed
Het ontwerp van de Braun zakradio diende duidelijk als inspiratie voor
Apple, vooral bij hun sobere, witte producten zoals de iPod. De iPod lijkt
bijna een kopie van Dieter Rams’ ontwerp. Apple gaf zelf toe dat ze Rams’
ontwerpen bestudeerden en daarop voortbouwen, met de nadruk op
eenvoud.
1952 - Arne Jacobsen - Ant Chair
De Ant Chair is een stoel op drie poten, met een soort heel
speciale rugleuning. De Butterfly Chair wordt door het bedrijf
Fritz Hansen in de jaren 90 opnieuw in productie gebracht, in
allerhande kleuren. Die stoel is toen de Butterfly Chair
genoemd, omdat dat makkelijker is voor het publiek om te
onthouden.
Scandinavian Design in de jaren 50: Scandinavian Design is deels geïnspireerd door de
modernistische ideeën van het Bauhaus, zoals “form follows function”, maar met een
warmere, zachtere benadering. Die combinatie van eenvoud, functionaliteit en
menselijkheid zorgt ervoor dat deze stijl tot op vandaag nog altijd geliefd en invloedrijk is in
design en interieur.
Diamond Chair - Harry Bertoia, Knoll - 1952
In 1952 ontwierp hij voor Knoll een reeks meubels met felle
kleuren en metaalconstructies. Deze jaren ’50 ontwerpen
bleven populair, ook in de jaren ’80, ’90 en nu. Ze zijn duur
maar worden vaak gebruikt. Harry Bertoia was kunstenaar
en beeldhouwer, en zijn meubels lijken op sculpturen, wat
design de term ‘sculpturaal’ gaf.
, Kritiek op het modernisme
The independent Group - Richard Hamilton - 1952
britse groep kunstenaars (geen designers)
De Independent Group ontstaat in 1952 in Engeland en
bestaat uit Britse kunstenaars (geen designers) die zich
afzetten tegen het modernisme en de
consumptiemaatschappij. Richard Hamilton, zelf
kunstenaar, maakt een collage van een interieur dat niet
bestaat uit “good design”-meubelen, maar een
commercieel en realistisch beeld geeft van hoe mensen
echt wonen. In dit werk zitten verschillende elementen die
samen een verhaal vertellen: een bodybuilder, een pin-up
vrouw, een vrouw met een stofzuiger, een bandrecorder,
een tv, een koelkast op tafel en een cinema. Deze objecten
verbeelden de opkomende consumptiecultuur.
Het werk bevat ook kritiek op musea en high art: de modernistische cultuur is volgens hen
een dominante, elitaire cultuur geworden die niets meer te maken heeft met het dagelijkse
leven van gewone mensen. Terwijl modernisten oorspronkelijk de wereld wilden verbeteren
met een universele, betaalbare en toegankelijke vormgeving, is het tegenovergestelde
gebeurd en zijn hun ontwerpen net elitair geworden.
Doorheen de geschiedenis zie je dat zulke tegenreacties telkens opnieuw ontstaan en
uiteindelijk zelf weer de nieuwe “hippe” en elitaire stroming worden. Uit deze context
ontstaat de nieuwe kunstrichting Pop Art, waarbij Hamiltons werk wordt gezien als een
van de eerste voorbeelden: het benadrukt de leefwereld van de gewone mens en zet zich af
tegen de elitaire modernistische stijl en de waarden van de gevestigde middenklasse.
1955 - Beatnik - Jeugdcultuur
Na de Tweede Wereldoorlog ontstaan voor het eerst echte
jeugdculturen: groepen jongeren die zich bewust afzetten tegen
de generatie vóór hen. Dit gebeurt vooral in de jaren 50 met de Beat
Generation, een groep jongeren die zich laat inspireren door ideeën
van Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir en zich wil losmaken
van de gevestigde waarden.
Net zoals in kunst, architectuur en design waar elke nieuwe generatie
zich afzet tegen de vorige, gebeurt dit nu ook op het niveau van gewone mensen.
Jeugdculturen ontwikkelen hun eigen codes om te tonen tot welke groep ze behoren. Zo
ontstaan later verschillende subculturen zoals hippies en punk, die elk bewust een
anti-beweging vormen en via kleding, gedrag en stijl duidelijk maken in welk “kamp” ze
zitten.