Continuïteit met het klassieke theater
• Klassiek theater: verval
o door het christendom afgekeurd ➜ Verbod op theater
o theater = gezien als gruwel en overspel
• Wel toegestaan: (voor)lezen, citeren
• Klassieke teksten: werden gelezen, maar niet opgevoerd
Toch blijft er een zaadje bestaan voor theater
Overgangsfiguren: rondtrekkende: minnestrelen, mimespelers, jongleurs, acrobaten, dansers
à Zij vormen de kiem van het wereldlijk theater
à Dramateksten worden mondeling verspreid
à Echt theater is niet meer over
Klassiek theater hield vast aan eenheid van tijd en ruimte (24u), met bode en koor om gebeurtenissen
samen te vatten.
Eerste theatervernieuwing: vanuit de Kerk
• Grote paradox:
o Kerk verbiedt theater
o Kerk zorgt tegelijk voor heropleving
• Reden:
o Bijbel moet worden uitgelegd aan een analfabeet publiek
o Visueel en aanschouwelijk nodig
è Echte impuls voor theater komt uit de kerk
1. Kerkelijk theater (religieus theater)
Ontstaan
• Ontstaat door de kerk vanuit de christelijke liturgie
• Hoogtepunt kerkelijk jaar: Kerstmis, vooral Pasen in de middeleeuwen
Paastrope (± 11e E) = zang met dialoog
• Quem quaeritis? = “Wie zoeken jullie?”
• Zang met dialoog → klein toneelstuk
• Gelinkt aan gebeurtenis:
o drie Maria’s bezoeken graf
o rotsblok weg
o lichaam jezus weg
o engel zegt: “Hij is verrezen”
• bijbeldiensten in het Latijn
Opvoering
• Vooraan in de kerk
• Toneeltje in de kerk
• Acteurs: priester = engel & mannelijke koorleden = Maria’s
• Publiek: analfabeet, nood aan aanschouwelijkheid
• Ontstaat rond Paasfeest (11e E)
• Dialogische paastrope
• Doel: analfabete massa: Bijbelverhaal bijbrengen
, Evolutie van het kerkelijk theater
Verhaalstof uitgebreid
Steeds meer andere Bijbelse verhalen (hele Bijbel) en heilig levens opgevoerd
Van Paasverhaal → hele Bijbel, heiligenlevens
Komisch
• Toevoeging van: komische teksten
o meer dan liturgie
Acteurs
• Niet enkel geestelijken
• Ook leken (gewone burgers)
• geen vrouwen op scène
Ruimte & decor
Binnen de kerk
• Decor in de kerk gebouwd
• Huzekens: (kleine huisjes) aan de zijkanten
o elk huisje = andere plaats/tijd/scène
o publiek verplaatst zich
o ➜ simultaandecor: meerdere locaties/tijden tegelijk à publiek weet waar het verhaal zich afspeelt
Buiten de kerk
• Op kerkplein of marktplein
• Twee vormen:
1. Statisch: decor blijft staan
2. Op wagens (beweging):
o Optocht van praalwagens
o trekken van halte naar halte
o elke wagen = nieuwe verhaal/ scène
Steeds meer in de volkstaal
Organisatie: gilden
• Georganiseerd door gilden: verenigingen per beroep
• Iedereen betrokken: mannen spelen & vrouwen maken kostuums
• Verantwoordelijkheid gelinkt aan beroep: vissers → Jona en de walvis
Regisseur (vermoed)
• Zeer gesofisticeerd
• Coördinatie nodig (soort regisseur)
Speciale effecten: hel = grote mond à rook, vuur, monsters (vuurspuwende dier dat je at met rook)
Genres van het middeleeuws theater
1. Mysteriespel/ liturgisch drama/ het Bijbelse historiespel
• Bijbelse verhalen die opgevoerd werden
• Voorbeelden: geboorte en verrijzenis van Jezus, Ark van Noach, Jona en de walvis
2. Mirakelspel
• Verhalen over mirakels
• Door God of Maria
• Religieus
• Voorbeeld: Mariken van Nieumeghen
3. Moraliteit of het spel van sinne
• Christelijke inzichten/les/moraal
• Personages = eigenschappen
• Voorbeeld: Elckerlyc