1. Opmaken receptenfiche
Het is noodzakelijk om de recepturen zo didactisch mogelijk te ontwerpen
en inhoud te geven die is afgestemd op het verwerkingsniveau van de lln
(leerplandoelen).
Opbouw van een didactische receptenfiche voor leerlingen met
weinig tot geen voorkennis voeding:
TITEL VAN HET RECEPT
Voor ...... personen
Ingrediënten Middelen Werkwijze
1. Werkpost inrichten
2. …
3. Werkpost opruimen
Bron: (volgens de APA- normen)
Basisregels voor het opmaken van een receptenfiche:
Werk de receptuur uit over de breedte van je blad (landscape
= liggend)
Voorzie iedere receptuur van een titel = duidelijke naam van
de bereiding
Noteer de bron (indien het recept wordt gekopieerd van
ergens)
Noteer voor hoeveel personen de receptuur is opgemaakt
Werk iedere receptuur uniform uit (werk op een school met
een identiek sjabloon!)
Start de receptuur met de vermelding 'Werkpost inrichten'.
Noteer de werkwijze in doordachte stappen. Voorzie schetsen,
foto’s, … waar nodig om de handeling te verduidelijken (soms
handig bij taalzwakke leerlingen).
Neem per fase een nieuw kader.
Noteer de werkwijze in de juiste volgorde van uitvoering.
, Neem alle uit te voeren handelingen op (hoe klein en logisch
ze ook zijn)
Noteer de ingrediënten slechts 1 keer. Ter hoogte van de
werkwijze waar ze voor de eerste keer verwerkt worden.
Zet bij de ingrediënten geen reeds verwerkte grondstoffen.
Neem de verwerking op in de werkwijze!
Begin iedere stap van de uitvoering met het werkwoord =
gebiedende wijze!
Gebruik een gestructureerde taal. Vermijd overbodige
woorden.
Gebruik de juiste vakterminologie (kookprincipes en
kooktechnieken) -> zie syllabus GO 1+2: Indirecte zorg 1+2:
Voeding
Nummer iedere stap van de uitvoering
Werk in fasen die aangepast zijn aan het verwerkingsniveau
van de leerlingen (hoe minder leerlingen kunnen hoe kleiner
de stappen en hoe gedetailleerder de omschrijving van de
uitvoering)
Neem ook de nodige voorbereidingen en/ of afwerkingen op
van de bereiding.
Sluit af met de vermelding ‘Werkpost opruimen’.
Mogelijke toevoegingen aan een didactische receptenfiche:
Timing per opgenomen fase
Verklaringen opgenomen kookprincipes en -technieken
Extra beeldmateriaal
Link naar online videofragment
De energiewaarde
De aanwezige allergenen
Extra uitleg over een opgenomen, minder gekend ingrediënt
Aandachtspunt: bewaak bij de opmaak van een didactische
receptenfiche steeds een duidelijk structuur en overzicht op de uit te
voeren werken!
, 2. Basisprincipe van gezonde maaltijd
De 5 pijlers om beter te eten:
1. Volkoren graanproducten (minstens 125g per dag)
2. Fruit en groenten (fruit 250g per dag en groenten minstens 300g per
dag)
3. Peulvruchten (minstens 1x per week)
4. Noten & zaden (15 tot 25g per dag)
5. Zout (beperk het zoutgehalte in de keuken)
Variëren in voeding is belangrijk omdat geen enkel voedingsmiddel alle
nodige voedingsstoffen bevat. Door verschillende producten te eten, krijgt
je lichaam voldoende vitaminen, mineralen en energie binnen en voorkom
je tekorten.
De link tussen het natuurlijk bioritme en de tijdstippen waarop
we best maaltijden nuttigen: Ons natuurlijke bioritme bepaalt mee
wanneer we het best eten. Overdag zit ons lichaam in de actieve fase en
heeft het meer energie nodig, daarom eten we best ontbijt, lunch en
avondeten op regelmatige tijdstippen. Het ontbijt is belangrijk omdat het
de dag goed start. ’s Avonds en ’s nachts zit ons lichaam in de rustfase en
heeft het minder nood aan voedsel. Laat eten kan het bioritme verstoren
en gezondheidsproblemen veroorzaken. Daarom eet je best niet meer
ongeveer twee uur voor het slapengaan.
Het verschil tussen vasten en rusten:
Als we onze biologische klok respecteren, is er een relatief lange periode
van ongeveer 10 uur waarbij niet gegeten wordt. Dat is de rustfase. Dit
gebeurt heel natuurlijk omdat we gedurende die periode ook slapen. Pas
vanaf een periode van 12 uur niet eten, spreken we van ‘vasten’ en gaat
ons lichaam zich anders gedragen.
Wat is honger- en verzadigingsgevoel?
Ons honger- en verzadigingsgevoel geeft aan wanneer het tijd is om te
eten en wordt aangestuurd door o.a. ons zenuwstelsel en tal van
Het is noodzakelijk om de recepturen zo didactisch mogelijk te ontwerpen
en inhoud te geven die is afgestemd op het verwerkingsniveau van de lln
(leerplandoelen).
Opbouw van een didactische receptenfiche voor leerlingen met
weinig tot geen voorkennis voeding:
TITEL VAN HET RECEPT
Voor ...... personen
Ingrediënten Middelen Werkwijze
1. Werkpost inrichten
2. …
3. Werkpost opruimen
Bron: (volgens de APA- normen)
Basisregels voor het opmaken van een receptenfiche:
Werk de receptuur uit over de breedte van je blad (landscape
= liggend)
Voorzie iedere receptuur van een titel = duidelijke naam van
de bereiding
Noteer de bron (indien het recept wordt gekopieerd van
ergens)
Noteer voor hoeveel personen de receptuur is opgemaakt
Werk iedere receptuur uniform uit (werk op een school met
een identiek sjabloon!)
Start de receptuur met de vermelding 'Werkpost inrichten'.
Noteer de werkwijze in doordachte stappen. Voorzie schetsen,
foto’s, … waar nodig om de handeling te verduidelijken (soms
handig bij taalzwakke leerlingen).
Neem per fase een nieuw kader.
Noteer de werkwijze in de juiste volgorde van uitvoering.
, Neem alle uit te voeren handelingen op (hoe klein en logisch
ze ook zijn)
Noteer de ingrediënten slechts 1 keer. Ter hoogte van de
werkwijze waar ze voor de eerste keer verwerkt worden.
Zet bij de ingrediënten geen reeds verwerkte grondstoffen.
Neem de verwerking op in de werkwijze!
Begin iedere stap van de uitvoering met het werkwoord =
gebiedende wijze!
Gebruik een gestructureerde taal. Vermijd overbodige
woorden.
Gebruik de juiste vakterminologie (kookprincipes en
kooktechnieken) -> zie syllabus GO 1+2: Indirecte zorg 1+2:
Voeding
Nummer iedere stap van de uitvoering
Werk in fasen die aangepast zijn aan het verwerkingsniveau
van de leerlingen (hoe minder leerlingen kunnen hoe kleiner
de stappen en hoe gedetailleerder de omschrijving van de
uitvoering)
Neem ook de nodige voorbereidingen en/ of afwerkingen op
van de bereiding.
Sluit af met de vermelding ‘Werkpost opruimen’.
Mogelijke toevoegingen aan een didactische receptenfiche:
Timing per opgenomen fase
Verklaringen opgenomen kookprincipes en -technieken
Extra beeldmateriaal
Link naar online videofragment
De energiewaarde
De aanwezige allergenen
Extra uitleg over een opgenomen, minder gekend ingrediënt
Aandachtspunt: bewaak bij de opmaak van een didactische
receptenfiche steeds een duidelijk structuur en overzicht op de uit te
voeren werken!
, 2. Basisprincipe van gezonde maaltijd
De 5 pijlers om beter te eten:
1. Volkoren graanproducten (minstens 125g per dag)
2. Fruit en groenten (fruit 250g per dag en groenten minstens 300g per
dag)
3. Peulvruchten (minstens 1x per week)
4. Noten & zaden (15 tot 25g per dag)
5. Zout (beperk het zoutgehalte in de keuken)
Variëren in voeding is belangrijk omdat geen enkel voedingsmiddel alle
nodige voedingsstoffen bevat. Door verschillende producten te eten, krijgt
je lichaam voldoende vitaminen, mineralen en energie binnen en voorkom
je tekorten.
De link tussen het natuurlijk bioritme en de tijdstippen waarop
we best maaltijden nuttigen: Ons natuurlijke bioritme bepaalt mee
wanneer we het best eten. Overdag zit ons lichaam in de actieve fase en
heeft het meer energie nodig, daarom eten we best ontbijt, lunch en
avondeten op regelmatige tijdstippen. Het ontbijt is belangrijk omdat het
de dag goed start. ’s Avonds en ’s nachts zit ons lichaam in de rustfase en
heeft het minder nood aan voedsel. Laat eten kan het bioritme verstoren
en gezondheidsproblemen veroorzaken. Daarom eet je best niet meer
ongeveer twee uur voor het slapengaan.
Het verschil tussen vasten en rusten:
Als we onze biologische klok respecteren, is er een relatief lange periode
van ongeveer 10 uur waarbij niet gegeten wordt. Dat is de rustfase. Dit
gebeurt heel natuurlijk omdat we gedurende die periode ook slapen. Pas
vanaf een periode van 12 uur niet eten, spreken we van ‘vasten’ en gaat
ons lichaam zich anders gedragen.
Wat is honger- en verzadigingsgevoel?
Ons honger- en verzadigingsgevoel geeft aan wanneer het tijd is om te
eten en wordt aangestuurd door o.a. ons zenuwstelsel en tal van