Geschiedenis didactiek
MINIMUMDOELEN
= Kader van historische referentiekennis
Periodisering van 6 tijdvakken:
Doel:
• Ontwikkelen van elementair historisch bewustzijn
• Gemeenschappelijk curriculum (cfr. secundair onderwijs)
Component 1: Kennis van het verleden
Hoe gingen mensen om met de omringende natuur? Hoe overleefden mensen? Hoe organiseerden ze zichzelf? Hoe dachten ze?
• Kleuters → maken kennis met basisbegrippen die bouwstenen vormen voor verdere
verkenning van het verleden adhv tijdperioden prehistorie en oudheid
• Basisschool → periodisering van 6 tijdsvlakken zonder onderscheid tussen oude nabije
oosten en klassieke oudheid
• T/m 4de leerjaar → maken kennis met samenlevingen uit tijdsperioden t/m de
middeleeuwen
• 4de leerjaar → vroegmoderne tijd
• 6de leerjaar → moderne en hedendaagse tijd
Component 2: Kennis van geschiedenis
• Denkwijzen van historici en archeologen
• Gelijkenissen en verschillen tussen samenlevingen uit verschillende tijdsperioden
• Herkennen van continuïteit en verandering
• Kritisch denken en handelen
• Bronnen gebruiken en kritische vragen stellen
• Redeneren over kennis uit de inhoudelijke doelen
Component 3: Reflectie en dialoog vanuit verleden en geschiedenis voor heden & toekomst
• Kennis van verleden & geschiedenis stelt lln in staat om zinvol na te denken over de
relatie tussen heden, verleden & toekomst.
• Lln denken bewust na over hun eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid
(en van andere in de samenleving)
1
, 1. INLEIDING
WAT IS TIJD?
Tijd = abstract, immaterieel, vloeiend en ongrijpbaar
Tijd = denkmiddel, complex
Tijdsbegrip groeit langzaam
• Tijdscomponent Tussen 1347 en 1351 veroorzaakte de pest een demografische ramp in Europa
• Snelheid Een goede wandelaar heeft een snelheid van ongeveer 5km/uur
• Tijdsduur Maak je taak verder af, je krijgt hiervoor exact 30 minuten
Zien dat er tijd voorbijgaat: zon, slijtage, planten, groeien, ouder worden
Subjectieve tijd → is voor iedereen anders bv. lang, kort, snel, traag, …
Objectieve tijd → kunnen we meten, dat geldt voor iedereen hetzelfde bv. minuten, dagen, uren
Biologische tijd → je interne klok, een aangeboren mechanisme dat in elk organisme bv. maag
die begint de grommelen → biologische klokken in planten, dieren en mensen
Tijdsbegrip = regelmaat die we zien in de natuur: beweging van hemellichamen
• Zonnekalender → aarde draait 24u om haar eigen as, dankzij dit ritme kan de tijd
vastgelegd en gemeten worden.
• Maankalender → islam baseert zich op fasen van de maan
bv. de bedevaart naar Mekka wordt bepaald adhv maankalender
Dagelijkse tijd in de kleuterklas
• Het eerste uur wordt vaak gespendeerd aan kalenders (week, dag, jaar, …)
• Maandkalender opvullen met leuke dagen → feestdagen, verjaardagen, …
• Feestdagen hebben een historische achtergrond
Cyclische vs lineaire kalender.
• Cyclisch → het herhaalt zich en het komt terug
• Lineair → opeenvolging, en komt niet meer terug (bv. tijdlijn; middeleeuwen, …)
2
MINIMUMDOELEN
= Kader van historische referentiekennis
Periodisering van 6 tijdvakken:
Doel:
• Ontwikkelen van elementair historisch bewustzijn
• Gemeenschappelijk curriculum (cfr. secundair onderwijs)
Component 1: Kennis van het verleden
Hoe gingen mensen om met de omringende natuur? Hoe overleefden mensen? Hoe organiseerden ze zichzelf? Hoe dachten ze?
• Kleuters → maken kennis met basisbegrippen die bouwstenen vormen voor verdere
verkenning van het verleden adhv tijdperioden prehistorie en oudheid
• Basisschool → periodisering van 6 tijdsvlakken zonder onderscheid tussen oude nabije
oosten en klassieke oudheid
• T/m 4de leerjaar → maken kennis met samenlevingen uit tijdsperioden t/m de
middeleeuwen
• 4de leerjaar → vroegmoderne tijd
• 6de leerjaar → moderne en hedendaagse tijd
Component 2: Kennis van geschiedenis
• Denkwijzen van historici en archeologen
• Gelijkenissen en verschillen tussen samenlevingen uit verschillende tijdsperioden
• Herkennen van continuïteit en verandering
• Kritisch denken en handelen
• Bronnen gebruiken en kritische vragen stellen
• Redeneren over kennis uit de inhoudelijke doelen
Component 3: Reflectie en dialoog vanuit verleden en geschiedenis voor heden & toekomst
• Kennis van verleden & geschiedenis stelt lln in staat om zinvol na te denken over de
relatie tussen heden, verleden & toekomst.
• Lln denken bewust na over hun eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid
(en van andere in de samenleving)
1
, 1. INLEIDING
WAT IS TIJD?
Tijd = abstract, immaterieel, vloeiend en ongrijpbaar
Tijd = denkmiddel, complex
Tijdsbegrip groeit langzaam
• Tijdscomponent Tussen 1347 en 1351 veroorzaakte de pest een demografische ramp in Europa
• Snelheid Een goede wandelaar heeft een snelheid van ongeveer 5km/uur
• Tijdsduur Maak je taak verder af, je krijgt hiervoor exact 30 minuten
Zien dat er tijd voorbijgaat: zon, slijtage, planten, groeien, ouder worden
Subjectieve tijd → is voor iedereen anders bv. lang, kort, snel, traag, …
Objectieve tijd → kunnen we meten, dat geldt voor iedereen hetzelfde bv. minuten, dagen, uren
Biologische tijd → je interne klok, een aangeboren mechanisme dat in elk organisme bv. maag
die begint de grommelen → biologische klokken in planten, dieren en mensen
Tijdsbegrip = regelmaat die we zien in de natuur: beweging van hemellichamen
• Zonnekalender → aarde draait 24u om haar eigen as, dankzij dit ritme kan de tijd
vastgelegd en gemeten worden.
• Maankalender → islam baseert zich op fasen van de maan
bv. de bedevaart naar Mekka wordt bepaald adhv maankalender
Dagelijkse tijd in de kleuterklas
• Het eerste uur wordt vaak gespendeerd aan kalenders (week, dag, jaar, …)
• Maandkalender opvullen met leuke dagen → feestdagen, verjaardagen, …
• Feestdagen hebben een historische achtergrond
Cyclische vs lineaire kalender.
• Cyclisch → het herhaalt zich en het komt terug
• Lineair → opeenvolging, en komt niet meer terug (bv. tijdlijn; middeleeuwen, …)
2