Bouwfysica en installaties
H1: Ventilatie
Waarom ventileren?
Aangenaam gebruikscomfort van een woning wordt bepaald door:
- thermisch comfort
- visueel comfort
- akoestisch comfort
- luchtkwaliteit: gezonde binnenlucht → door te ventileren!!
Gezonde binnenlucht door:
- afvoer van waterdamp (10-15 l/dag in woning) door: ademhaling, transpiratie,
koken, douchen,... → anders risico op oppervlaktecondensatie en
schimmelvorming: slecht voor gebruiker en gebouw!
- afvoer geuren door bewoners en materialen: transpiratie, toiletgebruik, koken,
poetsproducten,...
- afvoer of verdunnen vervuilde lucht
- toevoer verse, zuurstofrijke lucht → de mens verbruikt zuurstof (O2) en ademt koolstofdioxide
(CO2) uit
→ ventileren is noodzakelijk voor comfort en gezondheid van bewoners!
Basisventilatie van residentiële gebouwen
Vroeger ventileren (of eerder verluchten) door:
- openen van ramen en deuren = spuiventilatie = een vorm van intensieve ventilatie
- via kieren en spleten = lekken, in- exfiltratie = via schrijnwerk, rolluikkasten, stopcontacten…
→ vormen van ongecontroleerde ventilatie!
Jaren ‘70 (oliecrisis):
- economische realiteit: energieverbruik (verwarmen) werd duur, plots nood aan beperken
warmteverlies.
- oplossing: luchtdicht bouwen, MAAR:
→ te weinig kennis over werking en noodzaak van ventilatie in een gebouw.
→ te weinig ventilatie: door ophoping van vervuilde lucht hoger risico op oppervlaktecondensatie,
schimmelvorming en slechtere luchtkwaliteit, dus lager wooncomfort.
Nu: verplichte basisventilatie (= hygiënische basisventilatie):
- belangrijke documenten die de eis van een regelbaar ventilatiesysteem vastleggen:
- het voorzien van hygiënische basisventilatie dmv een regelbaar ventilatiesysteem is onderdeel
van de EPB- regelgeving sinds 2006 → architectenberoep versus EPB-verslaggever
1
,Basisprincipes:
Onderscheid ventilatie-eisen tussen:
- ruimtes binnen beschermd volume: EPB van toepassing, eisen ventilatiedebiet worden opgelegd.
- ruimtes buiten beschermd volume + speciale ruimtes (zolders, kelders, garages,...): EPB niet van
toepassing, eventueel wel andere eisen + regels van goede praktijk
→ ruimtes BINNEN beschermd volume:
- algemeen: geen accumulatie van lucht! → toevoer = afvoer
→ balans op gebouwniveau
→ balans op ruimteniveau
- vervuilde lucht zo snel mogelijk afvoeren
- vereenvoudigd ventilatiesysteem:
→ toevoer in droge ruimtes = lage vochtproductie, langdurige bezetting
→ doorvoer via circulatieruimtes = geen eisen ontwerpdebiet!
→ afvoer in natte ruimtes = hoge productie vocht of geuren
Ontwerpdebiet basisventilatie:
→ algemene regel:
- minimumeisen → voorkomen dat te kleine ruimtes onvoldoende zouden worden geventileerd →
zie tabel!!
- maximumeisen voor ventilatiesysteem A en C (in functie van warmteverliezen)
Doorstroomopeningen:
- minima debieteisen opgelegd → zie tabel!!
- geen accumulatie van lucht! (toevoer = afvoer)
- mogen niet afsluitbaar zijn
- let op met akoestiek
- een doorstroomopening kan ook een opening zijn, bv. open keuken, trapgat,...
→ ruimtes BUITEN beschermd volume:
- bv. zolder → goed op letten dat er geen lucht vanuit deze ruimtes wordt binnengezogen →
luchtdichte scheiding!
→ SPECIALE ruimtes:
Garages:
- verluchtingsmonden in rechtstreeks contact met buitenruimte of onderaan in de wand op max
40cm boven afgewerkt vloerpas
- garage kleiner dan 40m²: totale vrije openingen min gelijk aan 0,2% van totale vloeroppervlakte
- garage groter dan 40m²: permanente mechanische afzuiging
2
,Gemeenschappelijke gangen of trappenhuizen:
- voldoende luchtdichtheid tussen de afzonderlijke wooneenheden.
- ten minste worden verlucht door één toevoer- en één afvoeropening, die niet afsluitbaar zijn.
- rekening houden met brandnorm: gangen en trappenhuizen = gescheiden!
- best in licht overdruk tov wooneenheden.
Stookafdelingen en -plaatsen:
- ten minste worden verlucht door één toevoer- en één afvoeropening, die niet afsluitbaar zijn.
- KB brandpreventie
Kelders en zolders:
- natuurlijke verluchting: via zolder of kelderraampjes, vrije sectie in geopende stand min 140cm²
OF via ventilatieroosters: som van debieten min 50m³/h (bij drukverschil van 2Pa), sectie van
kanalen min 140cm².
- mechanische afzuiging: afzuigdebiet min 25m³/h - toevoerroosters min 25m³/h, kanalen vrije
doorsnede min 70cm².
- mechanische toevoer en afvoer: min toevoer en afvoerdebiet van 25m³/h.
Ventilatiestrategieën
Vier ventilatiesystemen:
- systeem A: natuurlijke toevoer en afvoer
- systeem B: mechanische toevoer en natuurlijke afvoer
- systeem C: natuurlijke toevoer en mechanische afvoer
- systeem D: mechanische toevoer en afvoer
→ vormen van gecontroleerde ventilatie!
Systeem A: natuurlijke ventilatie
- drijvende krachten:
- wind: toevoeropeningen aan de overdruk en
afvoeropeningen aan de onderdrukzijdes
- thermische trek: warme lucht stijgt; zorg voor een zo groot
mogelijk hoogteverschil tussen toevoer- en afvoeropening.
- eisen toevoer:
- regelbare toevoeropeningen (RTO’s) → min 3
tussenstanden
- muurrooster, rooster in buitenschrijnwerk (vb invisivent
renson)
- gevraagde min. ventilatiedebiet
- insectwerend, brandwerend en inbraakveilig
- bij voorkeur op een hoogte van min. 1,8m boven afgewerkt vloerpas
- aandachtspunt: koudeval ter hoogte van toevoerrooster → verwarmingselement onder
raam voorzien
3
, - eisen doorstroom:
- doorstroomopeningen (DO’s): deurrooster, muurrooster of spleet onder de
deur
- niet afsluitbaar of regelbaar
- gevraagde min. ventilatiedebiet: 50m³/u voor keukens, 25m³/u voor andere
- voor spleet onder deur zijn: 140cm² voor keukens, 70cm² voor andere
- eisen afvoerkanaal:
- verloop moet verticaal zijn, 50cm boven dak/nok, diameter min.5cm
- max. luchtsnelheid van 1m/s (25m³/h; diameter 94mm)
- gladde buizen hebben voorkeur
- eisen afvoeropening:
- voldoen aan min. debiet
- moet regelbaar zijn (min. 3 standen)
- insectwerend, brandwerend en inbraakveilig
- bij voorkeur zo hoog mogelijk boven afgewerkt vloerpas
→ voordelen:
- eenvoudig
- geen ventilator, dus geen elektriciteitsverbruik
- geen kanalen voor toevoer, dus geen bedoezeling
→ nadelen:
- afhankelijk van het weer, dus onzeker debiet, niet heel stabiel
- geen warmteterugwinning (WTW) mogelijk, dus koude lucht komt in
winter binnen
- oppervlaktecondensatie tegen rooster
- mogelijks lokaal discomfort door koudeval
Systeem B: inblaasventilatie
- drijvende krachten:
- wind en thermische trek
- overdruk door inblaasventilatie
- worden weinig tot zelden toegepast
- eisen toevoer: mechanische toevoer van minimum ontwerpdebiet via inblaasventilator
- eisen doorstroom en afvoer: zie vereisten systeem A
→ voordelen:
- mechanische inblaas, dus grotere garantie op stabiel toevoerdebiet
→ nadelen:
- permanent elektriciteitsverbruik door inblaasventilator
- overdruk kan exfiltratie door gebouwdelen veroorzaken
- luchtaanvoer = kanaalgebonden, waardoor vervuiling van de aangevoerde lucht kan optreden bij
slecht onderhoud
4
H1: Ventilatie
Waarom ventileren?
Aangenaam gebruikscomfort van een woning wordt bepaald door:
- thermisch comfort
- visueel comfort
- akoestisch comfort
- luchtkwaliteit: gezonde binnenlucht → door te ventileren!!
Gezonde binnenlucht door:
- afvoer van waterdamp (10-15 l/dag in woning) door: ademhaling, transpiratie,
koken, douchen,... → anders risico op oppervlaktecondensatie en
schimmelvorming: slecht voor gebruiker en gebouw!
- afvoer geuren door bewoners en materialen: transpiratie, toiletgebruik, koken,
poetsproducten,...
- afvoer of verdunnen vervuilde lucht
- toevoer verse, zuurstofrijke lucht → de mens verbruikt zuurstof (O2) en ademt koolstofdioxide
(CO2) uit
→ ventileren is noodzakelijk voor comfort en gezondheid van bewoners!
Basisventilatie van residentiële gebouwen
Vroeger ventileren (of eerder verluchten) door:
- openen van ramen en deuren = spuiventilatie = een vorm van intensieve ventilatie
- via kieren en spleten = lekken, in- exfiltratie = via schrijnwerk, rolluikkasten, stopcontacten…
→ vormen van ongecontroleerde ventilatie!
Jaren ‘70 (oliecrisis):
- economische realiteit: energieverbruik (verwarmen) werd duur, plots nood aan beperken
warmteverlies.
- oplossing: luchtdicht bouwen, MAAR:
→ te weinig kennis over werking en noodzaak van ventilatie in een gebouw.
→ te weinig ventilatie: door ophoping van vervuilde lucht hoger risico op oppervlaktecondensatie,
schimmelvorming en slechtere luchtkwaliteit, dus lager wooncomfort.
Nu: verplichte basisventilatie (= hygiënische basisventilatie):
- belangrijke documenten die de eis van een regelbaar ventilatiesysteem vastleggen:
- het voorzien van hygiënische basisventilatie dmv een regelbaar ventilatiesysteem is onderdeel
van de EPB- regelgeving sinds 2006 → architectenberoep versus EPB-verslaggever
1
,Basisprincipes:
Onderscheid ventilatie-eisen tussen:
- ruimtes binnen beschermd volume: EPB van toepassing, eisen ventilatiedebiet worden opgelegd.
- ruimtes buiten beschermd volume + speciale ruimtes (zolders, kelders, garages,...): EPB niet van
toepassing, eventueel wel andere eisen + regels van goede praktijk
→ ruimtes BINNEN beschermd volume:
- algemeen: geen accumulatie van lucht! → toevoer = afvoer
→ balans op gebouwniveau
→ balans op ruimteniveau
- vervuilde lucht zo snel mogelijk afvoeren
- vereenvoudigd ventilatiesysteem:
→ toevoer in droge ruimtes = lage vochtproductie, langdurige bezetting
→ doorvoer via circulatieruimtes = geen eisen ontwerpdebiet!
→ afvoer in natte ruimtes = hoge productie vocht of geuren
Ontwerpdebiet basisventilatie:
→ algemene regel:
- minimumeisen → voorkomen dat te kleine ruimtes onvoldoende zouden worden geventileerd →
zie tabel!!
- maximumeisen voor ventilatiesysteem A en C (in functie van warmteverliezen)
Doorstroomopeningen:
- minima debieteisen opgelegd → zie tabel!!
- geen accumulatie van lucht! (toevoer = afvoer)
- mogen niet afsluitbaar zijn
- let op met akoestiek
- een doorstroomopening kan ook een opening zijn, bv. open keuken, trapgat,...
→ ruimtes BUITEN beschermd volume:
- bv. zolder → goed op letten dat er geen lucht vanuit deze ruimtes wordt binnengezogen →
luchtdichte scheiding!
→ SPECIALE ruimtes:
Garages:
- verluchtingsmonden in rechtstreeks contact met buitenruimte of onderaan in de wand op max
40cm boven afgewerkt vloerpas
- garage kleiner dan 40m²: totale vrije openingen min gelijk aan 0,2% van totale vloeroppervlakte
- garage groter dan 40m²: permanente mechanische afzuiging
2
,Gemeenschappelijke gangen of trappenhuizen:
- voldoende luchtdichtheid tussen de afzonderlijke wooneenheden.
- ten minste worden verlucht door één toevoer- en één afvoeropening, die niet afsluitbaar zijn.
- rekening houden met brandnorm: gangen en trappenhuizen = gescheiden!
- best in licht overdruk tov wooneenheden.
Stookafdelingen en -plaatsen:
- ten minste worden verlucht door één toevoer- en één afvoeropening, die niet afsluitbaar zijn.
- KB brandpreventie
Kelders en zolders:
- natuurlijke verluchting: via zolder of kelderraampjes, vrije sectie in geopende stand min 140cm²
OF via ventilatieroosters: som van debieten min 50m³/h (bij drukverschil van 2Pa), sectie van
kanalen min 140cm².
- mechanische afzuiging: afzuigdebiet min 25m³/h - toevoerroosters min 25m³/h, kanalen vrije
doorsnede min 70cm².
- mechanische toevoer en afvoer: min toevoer en afvoerdebiet van 25m³/h.
Ventilatiestrategieën
Vier ventilatiesystemen:
- systeem A: natuurlijke toevoer en afvoer
- systeem B: mechanische toevoer en natuurlijke afvoer
- systeem C: natuurlijke toevoer en mechanische afvoer
- systeem D: mechanische toevoer en afvoer
→ vormen van gecontroleerde ventilatie!
Systeem A: natuurlijke ventilatie
- drijvende krachten:
- wind: toevoeropeningen aan de overdruk en
afvoeropeningen aan de onderdrukzijdes
- thermische trek: warme lucht stijgt; zorg voor een zo groot
mogelijk hoogteverschil tussen toevoer- en afvoeropening.
- eisen toevoer:
- regelbare toevoeropeningen (RTO’s) → min 3
tussenstanden
- muurrooster, rooster in buitenschrijnwerk (vb invisivent
renson)
- gevraagde min. ventilatiedebiet
- insectwerend, brandwerend en inbraakveilig
- bij voorkeur op een hoogte van min. 1,8m boven afgewerkt vloerpas
- aandachtspunt: koudeval ter hoogte van toevoerrooster → verwarmingselement onder
raam voorzien
3
, - eisen doorstroom:
- doorstroomopeningen (DO’s): deurrooster, muurrooster of spleet onder de
deur
- niet afsluitbaar of regelbaar
- gevraagde min. ventilatiedebiet: 50m³/u voor keukens, 25m³/u voor andere
- voor spleet onder deur zijn: 140cm² voor keukens, 70cm² voor andere
- eisen afvoerkanaal:
- verloop moet verticaal zijn, 50cm boven dak/nok, diameter min.5cm
- max. luchtsnelheid van 1m/s (25m³/h; diameter 94mm)
- gladde buizen hebben voorkeur
- eisen afvoeropening:
- voldoen aan min. debiet
- moet regelbaar zijn (min. 3 standen)
- insectwerend, brandwerend en inbraakveilig
- bij voorkeur zo hoog mogelijk boven afgewerkt vloerpas
→ voordelen:
- eenvoudig
- geen ventilator, dus geen elektriciteitsverbruik
- geen kanalen voor toevoer, dus geen bedoezeling
→ nadelen:
- afhankelijk van het weer, dus onzeker debiet, niet heel stabiel
- geen warmteterugwinning (WTW) mogelijk, dus koude lucht komt in
winter binnen
- oppervlaktecondensatie tegen rooster
- mogelijks lokaal discomfort door koudeval
Systeem B: inblaasventilatie
- drijvende krachten:
- wind en thermische trek
- overdruk door inblaasventilatie
- worden weinig tot zelden toegepast
- eisen toevoer: mechanische toevoer van minimum ontwerpdebiet via inblaasventilator
- eisen doorstroom en afvoer: zie vereisten systeem A
→ voordelen:
- mechanische inblaas, dus grotere garantie op stabiel toevoerdebiet
→ nadelen:
- permanent elektriciteitsverbruik door inblaasventilator
- overdruk kan exfiltratie door gebouwdelen veroorzaken
- luchtaanvoer = kanaalgebonden, waardoor vervuiling van de aangevoerde lucht kan optreden bij
slecht onderhoud
4