Kwetsbaarheid
Casus 1
Emma controleert haar schooltaken telkens opnieuw omdat ze bang is fouten te
maken. Hierdoor raakt haar werk nooit af.
Vragen
Welk transdiagnostisch probleem herken je?
Welke interventie uit de cursus kan helpen?
Casus 2
Tom zegt regelmatig: "Ik ben nergens goed in. Iedereen kan meer dan ik."
Vragen:
Welk transdiagnostisch probleem herken je?
Hoe kan je hem ondersteunen?
Casus 3
Jens wil minder gamen maar zodra hij zich verveelt, zit hij opnieuw uren achter
zijn computer.
Vragen:
Welke twee behandelingsstrategieën zijn aangewezen?
Welke risicofactor herken je?
Casus 4
Een cliënt zegt: "Maak je maar geen zorgen. Binnenkort is alles opgelost."
Vragen:
Waarom is deze uitspraak zorgwekkend?
Welke vragen stel je?
Casus 5
Lisa spijbelt steeds vaker, haar punten dalen en ze schrijft gedichten over de
dood.
Vragen:
Welke alarmsignalen herken je?
Wat doe je als begeleider?
Casus 6
Een oudere man trekt zich terug uit sociale contacten, hamstert medicatie en
zegt dat het leven geen zin meer heeft.
Vragen:
Welke risicofactoren zie je?
Welke actie onderneem je?
Casus 7
Sarah leeft al jaren in armoede. Ze piekert voortdurend over geld en slaapt
slecht.
Vragen:
Welke psychologische gevolgen van armoede herken je?
Leg de vicieuze cirkel uit.
Casus 8
Een jongen van 12 probeert zijn moeder financieel te helpen en maakt zich
voortdurend zorgen over de rekeningen.
Vragen:
Welk begrip uit de cursus herken je?
1
, Waarom is dit problematisch?
Casus 9
Een cliënt werd vier maanden geleden slachtoffer van een ernstig
verkeersongeval. Hij heeft nachtmerries, vermijdt autorijden en schrikt van elk
hard geluid.
Vragen:
Aan welke stoornis denk je?
Welke symptomen herken je?
Casus 10
Tom ziet tijdens zijn werk hoe een collega ernstig gewond raakt. Hij rent
onmiddellijk naar de collega om te helpen.
Vraag: Welke reactie uit de schokfase zie je?
Casus 11
Sarah loopt weg van een traumatische gebeurtenis omdat ze de situatie niet
aankan.
Vraag: Welke reactie uit de schokfase zie je?
Casus 12
Een stagiair blijft verstijfd staan tijdens een ernstig ongeval en reageert niet.
Vraag: Welke reactie uit de schokfase zie je?
Casus 13
Een vrouw verloor haar partner drie jaar geleden. Ze denkt dagelijks aan het
verlies en kan haar leven niet meer opnemen.
Vragen:
Welk begrip herken je?
Waarin verschilt dit van normale rouw?
Casus 14
Een cliënt heeft een sombere stemming, slaapt slecht, voelt zich waardeloos en
heeft nergens nog plezier in.
Vragen:
Welke stoornis vermoed je?
Welke kernsymptomen zijn aanwezig?
Casus 15
Een man koopt plots dure auto's, slaapt amper twee uur per nacht en zegt dat hij
miljonair zal worden.
Vragen:
Welke episode herken je?
Welke kenmerken ondersteunen dit?
Casus 16
Een cliënt vertrouwt niemand en denkt voortdurend dat anderen hem willen
bedriegen.
Vraag: Welke persoonlijkheidsstoornis past hierbij?
Casus 17
Een vrouw heeft nauwelijks behoefte aan sociale contacten en leeft het liefst
alleen.
Vraag: Welke persoonlijkheidsstoornis past hierbij?
Casus 18
Een cliënt gelooft dat hij gedachten kan lezen en gedraagt zich erg excentriek.
2