Supply chain = alle stappen van leverancier tot eindconsument
- Meerdere betrokken partijen ( = stakeholders) met elk hun eigen rol in de
supply chain: bv. landbouwers, transporteurs, importeurs, exporteurs,
vrachtwagenchauffeurs, magazijnmedewerkers, administratief personeel,
…
- Supply chains zijn zelden geïsoleerd, meestal verwoven met andere supply
chains waardoor een netwerk gevormd wordt.
- Klant triggert de supply chain en betaalt voor de logistieke activiteiten.
MAAR: klant weet niet op voorhand wat hij wenst, maar wil het wel
direct ontvangen wanneer hij het wenst. Bedrijven moeten dus
proberen om de toekomstige wensen van de klant op tijd te voorspellen
zodat producten niet de hele supply chain moeten doorlopen wanneer
de klant ze nodig heeft.
Stap 1: ORDER (= bestelling)
- Makkelijke manier voor bedrijven om de wens van de klant te kennen. De
klant maakt die namelijk kenbaar door een bestelling te plaatsen.
Ontoereikend als enige methode
Stap 2: FORECAST ( = voorspelling)
- Genoodzaakt risico dat het bedrijf neemt om te zorgen dat ze aan de wens
van klanten kunnen voldoen.
- Hoe accurater de forecast, hoe beter voor het bedrijf.
- Forecast-consumptie: een deel van de forecast wordt vervangen door iets
concreter zoals een order.
Afroepcontract: commitment van de klant voor in de toekomst over een
bepaalde periode en bepaalde hoeveelheid producten aan te kopen. Binnen
die periode roept de klant dan kleinere hoeveelheden af die hij op dat
moment wenst te ontvangen. (= zekerheid voor het bedrijf dat een bepaalde
hoeveelheid goederen de deur uit zal gaan)
Make: wat bedrijven zelf produceren
Buy: wat bedrijven aankopen
Make + Buy = aanbod
TOTALE onafhankelijke marktvraag = orders + forecast
- Onafhankelijke vraag = vraag die van een klant komt
- Afhankelijke vraag = vraag die ontstaat door productie van een ander
product. (bv. productie chocolade zorgt voor afhankelijke vraag naar
cacao)
Een bedrijf kan een verhoogde vraag naar een seizoensgebonden
product oplossen door zelf een beetje meer te produceren en de rest
over te laten aan cocontractors die voor hen gaan produceren.
Customer service:
- Algemeen: Tevredenheid van de klant
Op tijd leveren (liefst zo snel mogelijk = een korte leadtime)
Juiste hoeveelheden
Correcte kwaliteit
Correcte prijs
Geen schade
Duidelijke en juiste facturen
, Helpdesk bij problemen (after-sales service)
- Binnen supply chain: Kunnen we de producten uitleveren wanneer de klant
erom vraagt? (voorraadbeheer!)
Binnen SCM: acties om de CS-graad te verhogen
- Flexibiliteit
- Korte leadtimes
Meer on-time delivery
Minder fysieke voorraad (makkelijker nieuwe versies van producten
implementeren)
Meer klantentevredenheid
Producten die in de supply chain zitten zijn working capital voor het
bedrijf. Ze hebben hierin geïnvesteerd, maar halen er op dat moment
nog geen winst uit. Daarom proberen bedrijven zo weinig mogelijk
producten in de SC te hebben.
- Verhogen van leveringsbetrouwbaarheid:
Grote impact op tevredenheid van de klanten: beter langere
leadtime maar wel op tijd geleverd dan korte leadtime en te laat
geleverd.
OTIF (on time in full) is dus het beste om een hoge CS graad te
behouden want dit houdt rekening met de volledigheid en de tijdigheid
van uitgeleverde orders.
- Customer service gaat over het hele bedrijf en al haar activiteiten.
Indien alle departementen een CS van 95% hanteren betekent dat,
dat er bij elk departement 5% CS verloren gaat. Dat betekent dus
dat de gecombineerde CS een pak lager komt te liggen.
Je kan je baseren op volledige orders (OTIF) of op aparte
productlijnen binnen een order. Als je dus nog niet de volledige order
hebt uitgeleverd, maar wel al bepaalde lijnen.
- Backorders: Wanneer een bestelling niet volledig beschikbaar is, zal een
bedrijf die wel accepteren en de ontbrekende orderlijnen pas uitleveren als
die producten terug beschikbaar zijn.
Klanten hebben een garantie op het ontvangen van het gevraagde
product
MAAR klanten komen in de problemen bij dringende nood want ze
zijn gebonden aan hun order en kunnen dus niet meer ergens
anders gaan of ze moeten het product dubbel kopen.
- SKU = Stock Keeping Units (unieke code per product)
SLA – KPI
- SLA = Service Level Agreement (afspraak met een ander bedrijf/klant)
- KPI = Key Performance Indicator (dient om te meten of het bedrijf voldoet
aan de SLA)
- PI = Performance Indicator (meting van een waarde waar geen specifieke
doelstelling aan gekoppeld werd)
Optimalisatie van systeem dmv bekomen informatie.
KOOP: het punt in de SC waar het product gelinkt wordt aan een klantenorder
- Vanaf na het KOOP start de verantwoordelijkheid van het bedrijf om de
benodigde producten uit te leveren
- Rode pijlen = PUSH (producent brengt producten op de markt zonder
zekerheid van een concrete klantenorder)
, - Blauwe pijlen = PULL (klant plaatst een order waarna het bedrijf aan de
slag gaat om die bestelling uit te leveren)
- Make to stock: vaak FMCG. Producten komen in de winkelrekken terecht en
de klant kan ze kopen zolang er voorraad is. (bv. zeep)
- Configure to order: Producten zijn klaar voor verkoop, maar er wordt een
kleine aanpassing gemaakt (= uitgestelde productdifferentiatie) (bv. T-shirt
met persoonlijke print)
- Assemble to order: Assemblage van half-afgewerkte producten gebeurt
slechts na een specifiek klantenorder. (bv. hamburger bij fast-food chain)
- Make to order: Producten worden gemaakt om een specifiek klantenorder
uit te leveren. Klant kan kiezen uit gestandaardiseerde materialen. (bv.
auto’s)
- Engineer to order:
GRONDSTOFFEN worden pas
aangekocht na een specifiek
klantenorder. Klant kan
ALLES zelf kiezen.
Ordernemersrisico: produceren
of aankopen met risico
- Produceren of aankopen van producten op basis van een forecast
- Produceren of aankopen van producten die de klanten op een later
moment waarschijnlijk zullen willen aankopen.
- Bij KOOP 5 (ETO, PULL) heb je geen voorraad en dus een grote kans om
niet aan de vraag van de klant te kunnen voldoen. Daarnaast heb je hoge
vaste kosten omdat je moet investeren in een productieproces dat aan
zeer specifieke vereisten van de klant kan voldoen en waarvan de
capaciteit flexibel is.
Customization: minder efficiënt, maar wel meer keuze voor de
klanten