1. Wat is afwijkend gedrag?
Uitzonderlijk gedrag
• Zeldzaam gedrag
• Niet altijd afwijkend (bv. talent)
Sociaal afwijkend
• Afwijking van normen
• Verschilt per cultuur & generatie
• Voorbeeld: evolutie visie op homoseksualiteit
Foute perceptie van realiteit
• Hallucinaties
• Verstoorde zintuiglijke verwerking
Emotioneel lijden
• Langdurige, disproportionele emoties
• Niet passend bij context
Contraproductief gedrag
• Functioneren wordt beperkt
• Voorbeeld: alcoholmisbruik
Gevaar
• Risico voor zichzelf of anderen
• Context is cruciaal
2. Historische evolutie van geestelijke gezondheidszorg
Oudheid – Hippocrates
• Humores → verstoring = afwijkend gedrag
• Eerste classificaties (melancholie, manie)
Middeleeuwen
• Bovennatuurlijke verklaringen
• Exorcisme, heksenvervolging
16e eeuw – Weyer
• Lichamelijke oorzaken voor afwijkend gedrag
Krankzinnigengestichten
• Erbarmelijke omstandigheden
• Dolhuizen (bezoekers kwamen kijken)
1800 – Pinel & Guislain
• Humanisering
• Stoppen met wrede behandelingen
• Eerste moderne instellingen
19e eeuw – terugval
• Dwangbuizen, lobotomie, isolement
Na WOII
• Psychofarmaca
• Anti-psychiatrie
• Ambulante zorg
• Rechten van patiënten
• Bemoeizorg => ficus op zorgwekkende zorgmijders
Keerpunt in de GGZ
• Wetgeving rond psychiatrische pat veel veranderd
o Onder staatstoezicht
o Betere plaatsen
o Beheer van eigendommen van pat
o Interneringen
• Non-restraint systeem => geen dwang, open deur
o Patronaten: voorlopers van sociaal vpk
• Sinds 1994 kunnen pat tegen hun wil worden opgenomen = collocatie
,3. Multidisciplinaire hulpverlening
Belangrijkste disciplines
• Psychiater
• Psycholoog
• Verpleegkundige (sociotherapeut)
• Maatschappelijk werker
• Creatief therapeut
• Ergotherapeut
• Psychomotorisch therapeut
• Ervaringsdeskundige
• Multidiciplinair samenwerken !! nood aan verschillende invalshoeken
Kernidee:
• Psychische problemen = mens + ziekte + context + hulpverlener.
Psychische ziekte is steeds een resultaat van:
• Elke visie geeft mogelijkheid om naar afwijnd gedrag te kijken => is nooit compleet
o Verhaal van patiënt: eigenaardigheden – heden – verleden
o Karakteristieken van patiënt: symptomen – verschijnselen
o Context waarin ziekte ontwikkeld: sociaal – relationeel – fysiek
o Houding – visie – kennis – vaardigheden van behandelaar tov patiënt
Psychologische perspectief:
• Psychotherapie = behandelingsvorm voor psychische problemen berust op kader binnen
psychologie en soms eclectisch. (systeem/ gedragstherapie)
o Meer dan “met iemand praten”
o Psychologisch kader
o Verbale interacties
o Mensen helpen unieke kwaliteiten tot ontwikkeling brengen
4. Psychodynamisch model (Freud, Mahler, Bowlby)
Freud: structuur van de persoonlijkheid
• Id → driften (seks, agressie)
• Ego → realiteitsprincipe
• Superego → normen & schuld
afweermechanismen
Mahler: separatie-individuatie
• Symbiose → digerentiatie → separatie → individuatie
• Ontwikkeling van ego & objectpermanentie
• Symbiose = een voelen met de ander (bv mama en baby begin fase)
• Digerentiatiefase = bewustwording
• Separatie-individualistiefase = wanneer je onafhankelijker wordt
• Objectpermanentie = weten dat heet object bestaat ookal zie je het niet.
, Bowlby: hechting
• Veilige hechting → gezonde ontwikkeling
• Onveilige hechting → risico op problemen
Psychoanalyse en psychodynamische therapie
• Spychoanalyse = methode van psychotherapie => bewustwording waarom iemand doet wat hij
doet (Freud)
o Vrije assiciatie => afweermechanismen worden afgebroken
o Droomanalyse => afweer ego miniaal tijdens slaap
o Overdracht => behandelrelatie vormt afspiegeling van gevoelens tegenover andere
o Tegenoverdracht => behandelaar draagd gevoelens over naar patiënt
• Psychodynamische therapie = helpt inzicht te krijgen, oplossingen te vinden
5. Leertheoretische modellen
Klassieke conditionering
• Leren door associatie
• Voorbeeld: angst door koppeling aan pijnlijke stimulus
Operante conditionering
• Leren door beloning & straf
• Positieve bekrachtiging: sticker krijgen
• Negatieve bekrachtiging: huilende baby optillen
• Straf werkt minder goed
Gedragstherapie
• Systematische desensitisatie
o Meer en meer bloodgesteld worden aan angsverwekkers
o Herhalen tot pat geen angst meer ervaart
§ Bv: mentale beelden oproepen
• Geleidelijke bloodstelling: Exposure (in vivo)
o Doelbewust confrontatie opzoeken
§ Bv: aragnafobie: foto van spin – spin in kooi – spin op hand
• Modeling
o Nieuw gedrag aanleren
o Elke keer (+) feedback
• Token economy
o Beloning van gewenst gedrag
o Pat krijgt “fiche” kan deze sparen en inruilen voor gewenste beloning
6. Cognitieve modellen
Ellis – RET (relatieel-emotieve gedragstheraie)
• A–B–C
o Activerende gebeurtenissen (A = ontslag)
o Opwattingen (B = ik vind nooit nog een ander job)
o Concecuenties (C = ellendig gevoel)
• 5G schema
o Gebeurtenis
o Gedachten
o Gevoel
o Gedrag
o Gevolg
• Irrationele gedachten veroorzaken lijden