Hoofdstuk 2:
Fysiologie:
Wat is fysiologie?
Fysiologie is nu en is altijd de studie geweest van de homeostatische
mechanismen waardoor een organisme kan blijven bestaan ondanks de
steeds veranderende druk die wordt opgelegd door een vijandige
omgeving.
Homeostase = het in evenwicht houden van het interne milieu.
Het celmembraan
Functies van het membraan:
Afscheiding van binnenkant en buitenkant
Ook nog andere functies
Membraanlipiden:
algemene structuur van fosfolipiden
rest groep
fosfaatgroep
vetzuur
,Fosfolipiden zijn amfipathisch:
hydrofiel hoofd (polair)
hydrofobe vetzuur staart (apolair)
Fosfolipiden zijn 10 nm
gedrag in water:
Wanneer fosfolipiden in water terechtkomen:
De koppen richten zich naar het water
De staarten richten zich van het water weg
twee vormen:
1. Micel
2. Bilayer
Vetzuren in fosofolipiden:
1. verzadigde (verkeerd= vast= geen dubbele binding)
2. Onverzadigde (oké= vloeibaar=dubbele binding)
beïnvloedt de vloeibaarheid, structuur en dikte van de lipide membraan.
Fosfolipiden van dierlijke cellen bevatten meestal 1 verzadigde
Vloeibaarheid van membraan:
Gel-sol state:
= Fosfolipiden membraan is een vloeibare structuur met extreme
temperatuur gevoeligheid.
Tm= transitietemperatuur (smelttemperatuur)
kort & onverzadigd -> lage Tm
lang en verzadigd -> hoge Tm
, vast vloeibaar
Toestanden:
Vast (gel state)
Vloeibaar (sol state)
Wanneer het membraan te vloeibaar wordt:
Ontstaan er scheuren of gaten
Wordt het membraan meer permeabel
Toevoeging van cholesterol:
Hoge hoeveelheid: verhoogde vloeibaarheid want fosfolipiden
hebben geen interactie meer met elkaar
Lage hoeveelheid: verlaagt vloeibaarheid
Flip-flop systeem:
Beweging van vetzuren en fosfolipiden:
Fosfolipiden kunnen:
o zijwaarts in dezelfde laag bewegen (binnen 1 leaflet)
o Cirkelvormige bewegingen maken in dezelfde laag (binnen 1
leaflet)
Enzymen die flip-flop mogelijk maken (tussen leaflets):
Flippase: buiten naar binnen
Floppase: binnen naar buiten
Scramblase: kunnen langs beide kanten draaien (geen ATP nodig)
Behoren tot ABC transporters : hebben energie nodig (ATP)
Cholesterol:
Gedraagt zich anders dan fosfolipiden: