Hoorcollege 2 en 3
1. waarom een deontologische code? (Artikel 1 code)
Noodzakelijk voor verschillende zaken:
- Bescherming van zorggebruiken, beroep en samenleving
o De code zorgt ervoor dat zorggebruikers beschermd worden tegen
onprofessioneel handelen, schade, grensoverschrijding, discriminatie of
misbruik
- Duidelijkheid en uniformiteit
o Gedeelde terminologie
o Uniforme verwachtingen
o Herkenbare kwaliteitsnormen
- Houvast bij ethische dilemma’s
o Instrument om toe te passen GEEN kant-en-klaar antwoord
- Professionalisering en herkenbaarheid van het beroep
o De code draagt bij aan de erkenning van de PC als prof. Hulpverlener met
duidelijke verantwoordelijkheden
Hoofdstuk 1 – algemene bepalingen
Artikel 1. Doelstelling van de code
- Algemeen verklarend kader, kunnen toepassen in allerlei settings
- Ethisch denken blijft noodzakelijk
- Geldig van 2021
- Bescherming van het beroep, de cliënt en de PC
- Van kracht op PC’ten in opleiding
Bijvoorbeeld:
Situatie: een student die op stage is deelt vertrouwelijke cliëntinformatie met vrienden
over een bekende persoon uit Hasselt die er in begeleiding is, “omdat het een heftig
verhaal was”.
Relevante code-artikels: artk.1 (eveneens toepasselijk op studenten TP), art. 20-21
(vertrouwelijkheid en beroepsgeheim).
Analyse: de student schendt de vertrouwelijkheid, en dus de fundamentele
beschermende functie van de code.
Artikel 2. Onderschrijving van de code
Bindend (automatisch onderschreven) voor alle leden van de beroepsvereniging voor
PC’ten (BPC)
Geld als steeds op te volgen richtlijn (vrij te onderschrijven) voor
- PC die via hun werkgever aan een andere deontologische code gebonden zijn
- Studente TP (via opleiding en stagecontract)
- Zelfstandige PC en C in loondienst (art. 26)
,Gevolg: cliënten geniet van een bijkomende bescherming + C hebben ook extra
bescherming via de klachtencommissie (bemiddeling)
Bijvoorbeeld:
Situatie: een cliënt volgt begeleiding bij een zelfstandig PC die geen lid is van de BPC,
maar aangeeft dat zij werkt volgens de BPC-code. Na ontevredenheid over de begeleiding
(grensoverschrijdende communicatie en onvoldoende transparantie over haar dossier) wil
de cliënt een klacht indienen bij de klachtencommissie van de BPC.
Analyse: de deontologische code is voor deze C niet bindend via lidmaatschap, maar
slechts vrij te onderschrijven als richtlijn. Omdat zij geen lid is van de BPC, kan de cliënt
geen beroep doen op de klachtencommissie van de BPC. De toegang tot deze
klachtencommissie is immer uitsluitend voorbehouden aan cliënten van C die
aangesloten zijn bij de BPC. Het vrijwillig volgend van de code geeft dus geen
automatisch recht op tuchtrechtelijke opvolging via BPC. De cliënt zal zich tot een andere
bevoegde instantie of ombudsdienst moeten wenden.
Artikel 3. Bekendmaking van de code
De PC heeft de plicht om de code:
- Toegankelijk te maken
- Te delen via website (leden van de BPC die als zelfstandige werken) of via een
geprint exemplaar (indien geen website of cliënt geen internettoegang)
Administratieve verplichtingen (bij opstart van begeleiding)
- Toestemming voor gegevensverwerking
- Kenbaar maken van het bestaan van de deontologische code
Bijvoorbeeld
Situatie: tijdens het eerste gesprek vertelt een C niets over de deontologische code en
vraagt ook geen toestemming voor gegevensverwerking.
Analyse: de C voldoet niet aan de informatieplicht; de cliënt krijgt onvoldoende inzicht in
rechten en procedures, waardoor geïnformeerde toestemming ontbreekt. Zowel art. 3 als
WRP zijn in dit voorbeeld van toepassing en niet gerespecteerd.
Artikel 4. Onverenigbaarheid van regels
Soms veroorzaken artikels ethische dilemma’s hierbij is ethisch reflecteren
noodzakelijk:
- Maakt de PC een zorgvuldige afweging/ denkanalyse van de situatie?
- Raadpleegt een ervaren collega (meer dan 5 jaar ervaring) of de
beroepsvereniging
Eerste stappen van het moreel beraad, je gaat nog niet handelen
Bijvoorbeeld:
, Situatie: een cliënt geeft aan gevoelens te hebben voor zij C en wil een persoonlijke
relatie starten. De C merkt dat het aangaan van een relatie de begeleiding kan verstoren
of schade kan veroorzaken.
Analyse: art. 16 (rolintegriteit) en art. 11 (schade voorkomen) spreken tegen het
respecteren van art. 18 (keuzevrijheid van de cliënt). De C moet de professionele grenzen
bewaken en schade vermijden, ook al zou de cliënt dit graag anders willen.
Artikel 5 – afwijken van de code
Afwijken mag alleen wanneer:
- Er zorgvuldig overleg is geweest met de beroepsvereniging of een collega die NIET
rechtstreeks betrokken is bij de begeleiding
- Er een gemotiveerde afweging is die in lijn blijft met wetgeving
- Deze afweging wordt genoteerd in het dossier
- Opgelet persoonlijke nota’s los van het dossier bestaan niet meer. De belangrijkste
bevindingen uit de consultatie of besproken beslissingen gemaakt samen met de
niet rechtstreeks betrokken collega of de beroepsvereniging worden in het dossier
van de cliënt genoteerd.
Reflectieproces moet aantonen dat:
- Er een zorgvuldige en goed gemotiveerde afweging is gemaakt
- De gekozen handelswijze verenigbaar is met anderen wettelijke bepalingen
- Alle overwegingen, keuzes en bevindingen van consulatie duidelijk zijn vastgelegd
in het dossier
Methodiek voor zorgvuldig overwegen
- Nuance: het gaat om een mogelijke afwijking van de BC = alleen in zeer
uitzonderlijke omstandigheden
- Model van methodische ethisch overleg van Dartel en Molewijk = moreel beraad
Stapsgewijs ethische problemen verkennen, standpunten verduidelijken
Leidraad morele knelpunten systematisch analyseren
5 stappen in het reflectieproces:
1 – casusbeschrijving
- Objectieve beschrijving van de situatie in het dossier
- Benoemen van de conflicterende waarden en formuleren van het precieze
dilemma of ethische zorgvraag
2 – betrokkenen en consulatie
- Identificeren van alle relevante betrokkenen
- Overleg met collega’s of beroepsvereniging, waarvoor reeds een informed consent
bestaat. Je hebt dus reeds de toestemming van de cliënt om met deze personen te
spreken en voor je dit daadwerkelijk doet informeer je hier de cliënt ook over.
- Registreren van datum, gesprekspartner(s) en kernverbindingen
3 – afweging en bepaling
- Aangeven van de artikels uit de beroepscode of wettelijke kaders die tegenover
elkaar staan