Hoorcollege 1
1. wat is deontologie?
1.1 historisch
- Deontologie als onderdeel van ethiek
- Ethiek als onderdeel van de filosofie: geen ‘steriele’ filosofie (cf. Levinas), maar
filosofie die nadenkt over de praktijk van samenleven
1.2 de morele ervaring
We ervaren bepaalde situaties als goed/fout:
Buikgevoel (= synoniem)
Bijvoorbeeld. ‘De troostende vader’; ‘de schreeuwende leidinggevende’
Ethiek: op systematische wijze omgaan met deze morele ervaring
Hoe moeten we dan met elkaar omgaan? Wat willen we bereiken?
1.3 Norm:
- Datgene waarmee men iets meet of vergelijkt om te kijken of het ‘OK’ is
- Uitgangspunt voor het handelen
o Bijvoorbeeld: hoe deden ze dat vroeger in onze instelling/ bedrijf?
- Duidelijk en concreet: in realiteit uit te voeren
- Kan positief en negatief geformuleerd zijn: zowel begrenzing als sturing van
handelen
- Regels, protocollen, afspraken in een organisatie/ op de werkvloed…
1.4 Waarden:
- Wat ethisch van belang is
- Meestal positief geformuleerd
o Bijvoorbeeld: behandel al je cliënten/ klanten op een rechtvaardige manier
- Minder concreet en bijna niet ‘haalbaar’ (idealistisch)
- Twee functies: motiveren onze keuzes en verantwoorden onze keuzes
Waarden zijn meer absoluut en tijdloos dan normen,
Normen gelden in een (deel van een) specifieke maatschappij en tijdsvlak
Normen worden idealiter afgeleid uit waarden
- Bijvoorbeeld: (waarde) veiligheid en gezondheid (norm) geen telefoon achter
het stuur
De wet als tijdelijke en cultuur geboden praktische invulling van een ethisch systeem: een
verzameling ‘afgedwongen’ normen
Vaak wel raaklijn ethiek-recht:
- Waar mensen samenleven moeten lijnen getrokken worden om conflict te
vermijden
, Ethische discussie blijft voortgaan en kan (opnieuw) ter discussie stellen
- Bijvoorbeeld: euthanasiewetgeving, GDPR-wetgeving, etc.
Recht is afdwingbaar, geldt minder voor ethisch principe
1.5 definitie ethiek
= de studie van “correct handelen in de samenleving”
- Probeert criteria vast te stellen waarmee een handeling als goed of fout kan
worden gekwalificeerd, en waarmee de motieven en consequenties van deze
handeling kunnen worden geëvalueerd/ besproken kunnen worden.
- Ethiek steunt op vragen stellen en reflecteren over de antwoorden daarop.
- Ethiek begint niet met handelen, maar met nadenken over ons handelen!
- Bij ethiek gaat het over waarden (en relaties). Wie werkt met mensen gaat relaties
aan en vertrekt daarbij vanuit zijn waarden en werkt met mensen die mogelijks
andere voorwaarden belangrijk vinden. Waarden kunnen botsen en ook waarden
en normen kunnen niet met elkaar in overeenstemming zijn. Beide zijn dilemma’s,
zie ook lager.
1.6 definitie deontologie
Deontologie = de plichtenleer voor een bepaald beroep
Afkomstig uit het Grieks: betekent “deon” (plicht) met het achtervoegsel- logie (leer).
= een onderdeel van ethiek
= ‘beroepsethiek’
Deontologie is tweedelig:
- Bepaalde fundamentele principes/regels/normen kennen
= “de wetten, beroepscode, artikels” = de wet- en regelgeving over het beroep
= de normen van de psychologisch consulent kennen.
- Nadenken over de eigen rol in ethische dilemma’s en hoe beslissingen te nemen in
het beroep van PC.
= ethische reflectie
= het kunnen toepassen van de wet- en regelgeving/ van de beroepscode in een
eigen ethisch denken om zo tot een werkwijze/handelswijze in de praktijk te
komen.
= o.a. kunnen nadenken over “waarom” bestaan bepaalde wetten, regels, codes
en normen?
= nadenken over waarden die bestaan in het beroep. Worden die waarden correct
tot uiting gebracht met de huidige regels/normen/richtlijnen.
Belangrijke vragen binnen deontologie:
- Wat valt eronder goed handelen in mijn functie?
- Wat is goed handelen als PC?
Deontologie biedt de gelegenheid tot discussie over fundamentele vragen die na het
afstuderen ongetwijfeld zullen opduiken in het beroepsleven.