Les 1: Introductie in geestelijke gezondheidszorg
• Start van de inhoudelijke lessen.
• Thema:
o Voorzieningen en actoren binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Centrale vragen
• Wanneer is professionele hulp voor geestelijke gezondheidsproblemen nodig?
• Bij wie kan men terecht?
• Wat mag men verwachten van hulpverlening?
Wanneer professionele hulp?
• Algemeen:
o Iedereen voelt zich wel eens minder goed.
• Professionele hulp is aangewezen wanneer dit invloed heeft op:
o Algemeen welbevinden.
o Persoonlijke relaties.
o Contact met de omgeving.
o Werk- of studiesituatie.
• Mogelijke gevolgen:
o Zich isoleren.
o Niet meer functioneren in het dagelijks leven.
o Arbeidsongeschiktheid.
Waar kan men terecht?
• Eerste stap:
o Contact met de huisarts.
• Andere mogelijkheden:
o Rechtstreeks beroep doen op een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG).
o Consultatie bij psychiater of psycholoog.
Wat mag men verwachten?
• Verwachtingen:
o Geen onmiddellijke oplossing.
o Aanpak vraagt tijd en inspanning.
• Rol van de hulpverlener:
o Ondersteuning.
o Begeleiding.
• Evolutie in zorg:
o Minder residentiële zorg.
o Meer ambulante begeleiding.
,Hulpverleningsproces: fase 1 (aanmelding)
• Aanmelding gebeurt vaak:
o Via een verwijzer (bv. huisarts).
• Tijdens eerste contact:
o Verzamelen van basisgegevens.
• Praktisch:
o Afspraak voor intakegesprek.
o Timing afhankelijk van urgentie en wachtlijsten.
Hulpverleningsproces: fase 2 (intake en onderzoek)
• Samen met de patiënt:
o Probleemanalyse opstellen.
o Verwachtingen bespreken.
• Aandacht voor:
o Biologische factoren.
o Mogelijke nood aan biologische
behandeling.
Hulpverleningsproces: fase 2 (intake en onderzoek)
• Tijdens intake en onderzoek:
o Hulpverlener en patiënt maken samen een probleemanalyse.
o Verwachtingen van de patiënt worden bevraagd.
• Aandacht voor:
o Rol van ontwikkelingsgeschiedenis.
o Psychodynamische aspecten (ervaringen uit het verleden).
Hulpverleningsproces: fase 2 (vervolg)
• Verder wordt nagegaan:
o Emotionele factoren.
o Cognitieve factoren.
o Gedragsmatige factoren.
• Doel:
o Factoren identificeren die het probleem uitlokken of in stand
houden.
Hulpverleningsprocess: fase 2 (vervolg)
• Extra aandacht voor:
o Betekenis van het probleem binnen het sociale netwerk.
o Functie van het probleem in relaties (gezin, omgeving).
,Hulpverleningsproces: fase 3 (behandeling)
• Behandeling kan bestaan uit:
o Medicamenteuze therapie (biologisch).
o Psychotherapie (psychologisch).
o Combinatie van beide.
• Evolutie:
o Meer aandacht voor rol van kinesitherapie in preventie en behandeling.
• Vorm van hulpverlening:
o Individueel.
o Met partner of gezin.
o In groep.
Psychotherapie: wat betekent dit?
• Belangrijkste vormen:
o Psychodynamische therapie.
o Cognitieve gedragstherapie.
o Systeemtherapie.
Psychodynamische therapie
• Uitgangspunt:
o Problemen hangen samen met onderliggende gevoelens en motieven.
• Focus:
o Onbewuste processen.
o Vroegkinderlijke ervaringen (bv. hechting).
• Doel:
o Inzicht krijgen in onbewuste processen.
o Hierdoor anders leren omgaan met problemen.
Cognitieve gedragstherapie (CGT)
• Uitgangspunt:
o Gedrag is aangeleerd.
• Focus:
o Gedachten, gedrag en emoties beïnvloeden elkaar.
o Werken in het hier-en-nu.
• Doel:
o Niet-helpende gedachten en gedragingen vervangen of leren aanvaarden.
o Bewuster leren kiezen hoe men reageert.
Systeemtherapie
• Uitgangspunt:
o Problemen ontstaan in interacties tussen mensen.
• Visie:
o Probleem van één persoon = symptoom van het systeem (gezin).
• Aanpak:
o Werken met relaties of het volledige gezin.
o Gezinsleden worden betrokken in therapie.
, Systeemtherapie: casus Joren
• Situatie:
o Joren (10) vertoont probleemgedrag op school.
o Conflicten tussen ouders over opvoeding.
o Spanningen beïnvloeden ook het zusje.
• Focus therapeut:
o Interactiepatronen binnen het gezin.
o Hoe deze patronen het probleemgedrag in stand houden.
Systeemtherapie: analyse casus
• Mogelijke instandhoudende patronen:
o Tegenstrijdige opvoedingsstijlen.
o Spanningen tussen ouders.
o Vicieuze cirkel binnen het gezin.
• Kernidee:
o Probleem wordt niet enkel bij het kind gelegd.
o Context en relaties zijn bepalend.
Systeemtherapie: behandeling van de casus
• Doel van de behandeling:
o Instandhoudende patronen binnen het gezin doorbreken.
• Aanpak:
o Werken met het hele gezin.
o Ouders leren:
▪ Consistent en gezamenlijk optreden.
▪ Duidelijke grenzen stellen.
• Verder:
o Communicatie verbeteren.
o Spanningen verminderen.
o Emoties leren benoemen en uiten.
• Reflectievraag:
o Is er een mogelijke rol voor de kinesitherapeut?
Medicatie (psychofarmaca)
• Geneesmiddelen bij psychische problemen:
o Worden psychofarmaca genoemd.
• Effect:
o Veroorzaken fysiologische veranderingen met psychische gevolgen.
• Belangrijkste groepen:
o Kalmeermiddelen (tranquillizers, sedativa, anxiolytica).
o Slaapmiddelen (hypnotica).
o Antidepressiva.
o Neuroleptica (antipsychotica).
o Pijnstillers (analgetica).
• Belangrijk voor kinesitherapie:
o Antipsychotica kunnen motorische en metabole nevenwerkingen hebben.