INLEIDING
Het economisch recht omvat twee evenwaardige constitutieve bestanddelen
• Het ondernemingsrecht (klassieke handelsrecht)
• Het marktrecht
Aanknopingspunten economisch recht
Handelsrecht: = De rechtsregels die de verhouding tussen de handelaars onderling (met inbegrip van
industriëlen en financiers) beheersen.
• Regels m.b.t. ondernemingen en t.a.v. de OH
Burgerlijk recht = Gemeen privaatrecht dat betrekkingen regelt tussen particulieren die geen
handelaar zijn of niet in die hoedanigheid optreden.
• = Alle mensen die optreden in het rechtsverkeer als niet-handelaar
Economisch recht = Deel van het publiekrecht dat betrekkingen regelt tussen OH en bedrijfsleven.
• EU: Europese verdragen
→ In EU een vrije markteconomie, maar af en toe gestuurd o.b.v. Europese verdragen
o Art. 3, lid 3 VWEU: Doelstellingen EU ➔ EU moet interne markt tot stand brengen. Interne
markt kent geen binnengrenzen (vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en
diensten – art. 26, lid 2 VWEU).
o ≠ Douane-unie: Enkel vrijheid van goederen (28-30 VWEU)
• Sociale markteconomie gesteund op interne markt
o Spil: Ondernemingen als kern van interne markt
o DUS: Niet enkel publiekrecht, maar noodzakelijke betrekking privaatrecht
MAAR markteconomie stelt: ‘ondernemingsgewijze productie en distributie’ centraal
Onderneming is spil markteconomie en wordt gaandeweg kern voor hergroepering van regels
van diverse signatuur zodat economisch recht in ruime zin groeit, dat alle regels omvat van
publiekrecht én privaatrecht die de ondernemingsactiviteit betreffen.
• Bij markteconomie is onderneming de spil (bepaald of er wordt geproduceerd, waar, hoeveel, …)
en dus NIET DE OH (maar OH kan wel een bepaalde incentive geven).
Pagina 1 van 185
Eliza Nielandt 2026
,ECONOMISCH RECHT IN RUIME ZIN RUST OP 2 PIJLERS:
• Ondernemingsrecht (klassiek handelsrecht) betreft: ‘Statuut onderneming en instrumenten
waarover zij beschikt om haar doelstellingen te bereiken)’
o = Statuten om bepaalde doelstelling te bereiken
• Marktrecht betreft: ‘Rechtsregels die betrekking hebben op het marktgebeuren en op het
handelen van de daarbij betrokken hoofdspelers: ondernemingen, consumenten en OH’
o = Regels die concurrentiegraad op markt regelen
➔ Financieel recht vormt net als vennootschapsrecht en fiscaal recht een makkelijk afsplitsbaar
onderdeel van economisch recht. → Daarom apart behandeld als apart vak.
➔ Hoofdspelers op de markt zijn ondernemingen, OH en ook de consument wordt steeds meer van
belang.
HISTORISCH SCHETS HANDELSRECHT
• Oudste wettenverzameling: Codex Hammurabi (1728-1686 v. Chr.)
o Hammurabi was een heerser die besloot bepaalde handelsregels uit te vaardigen.
o Enige wettenverzameling die bewaard is gebleven met regels uit die periode
• Romeins recht (60 v.Chr. – 395 na Chr.)
o Hier geen handelsrecht, enkel burgerlijk recht
o Handelsgeschil? Romeins recht was dan voldoende kneedbaar om al die problemen op
te lossen
o Gevolg: Geen nood aan apart handelsrecht, gewoon burgerlijk recht toepassen
• Middeleeuwen
o Handel groeit en belangrijke havens ontstaan
o Romeinse recht volstaat niet meer → Niet aangepast aan nieuwere handelsvormen
o Niet verwerken in bestaande kerkelijke recht, want justum precium leer waardoor het
niet mogelijk was handelsrecht hierin te verwerken
o Gilden en corporaties ontstaan: ‘Wij bepalen wie er toegang krijgt tot het beroep
(specifieke gilden) en als je de toegang krijgt tot onze gilden of corporatie, passen we
deze regels toe.’
o Gilden is dus ook rechtsprekend orgaan
o Gevolg: Ontstaan subjectief handelsrecht (toepassing regels afhankelijk tot welke gilde
je behoort)
• 1673: Colbert neemt plaats in als rechterhand van Lodewijk XIV
o Ordonnances uitvaardigen: Wettenverzameling
o Commerce de Terre: Handel over land
o Code de la marine: Handel over zee
o We hebben nu een wettenverzameling met rechtstreekse invloed op BEL recht
• 1789: Franse Revolutie: Vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid
o Basisbeginsel vrijheid en gelijkheid staat haaks op gilden en corporaties
o Gevolg: Al die gilden en corporaties worden afgeschaft
o Gevolg: De facto ook geen handelsrecht meer (ook rechtsprekende functie gilden
verdwijnt)
o Dus: Decreet d’Allarde en Wet Le Chapelier: Iedereen is vrij beroep uit te oefenen dat die
wil (gilden bepalen dit niet meer) onder voorwaarde dat je dwingende regels van OO
naleeft.
▪ MAAR gebrek aan recht is problematisch
▪ Daarom: Overgang naar objectief handelsrecht: Iedereen die deze activiteit
uitoefent, is aan die regels onderworpen
▪ Wetboek van koophandel en rechtbanken van koophandel vereist
• Ordonnances van Colbert liggen aan de basis van het wetboek van koophandel
o W.Kh. 1807: 210 jaar bestaan, afgeschaft in 2018
o Herziening wetboek van koophandel en herziening rechtbank koophandel
o Vervangen door wetboek van economisch recht en ondernemingsrechtbank
Pagina 2 van 185
Eliza Nielandt 2026
,HUIDIGE TERMINOLOGIE
2 grote componenten
• Regels i.v.m. statuut onderneming
• Regels i.v.m. marktordening
o Wat is van belang? Toegang tot de markt
o In principe vrije toegang tot de markt, MAAR ondernemingen zelf kunnen wel beslissen
andere ondernemingen uit de markt te houden. Daarom kartelrechtelijke bepalingen
vereist (ingrijpen OH) → Boek IV en V WER
▪ Eerlijke concurrentie, dus ook regels omtrent eerlijke mededinging → Boek VI:
Marktpraktijken en consumentenbescherming)
▪ OH moet zich ook aan regels houden (subsidies enkel aan bepaalde) → Boek IV:
Regels m.b.t. onvervalste mededinging + Europees recht/art. 107-109 VWEU (?)
BASISPRINCIPES (BOEK II)
• Al wat tot de bevoegdheid van de federale OH behoort, vinden we hier terug.
• Doelstellingen WER (art. II.2): 3 doelstellingen:
o Vrijheid ondernemen
o Loyauteit eco transacties verzekeren
o Hoog niveau bescherming consument waarborgen
• Vrijheid ondernemen → II.3 en II.4: Zelfde regels als Decreet d’Allarde → Wetgever heeft Decreet
d’Allarde met vrijheid van ondernemen hierin opgenomen
• Andere 2 niet gedefinieerd
o Loyauteit: boek VI
o Hoog niveau consumentenbescherming: niet letterlijk in boek VI, wel hieruit afleiden
Pagina 3 van 185
Eliza Nielandt 2026
,OVERLOPEN WER
Boek I: Algemene definities
• Art. I.1, lid 1, 1°: Algemene definitie, behoudens andersluidende bepaling
o 3 hoofdcategorieën
o Uitzonderingen
Boek II: Geen definities (zie hiervoor)
Boek III:
• Art. I.4: Inschrijvingsplichtige ondernemingen (KBO): Art. III.49 → Ondernemingen moeten zich
inschrijven in KBO vooraleer ze die activiteiten uitoefenen (?)
• §2: Uitzonderingen
• Art. I.4/1: Informatie en bijzondere verplichtingen ondernemingen → Ander ondernemingsbegrip
o Gaat om uitoefenen economische activiteit
o Heel ander begrip dan algemeen ondernemingsbegrip
• III.5.1: Boekhoudkundige regels
• III. 82: Verwijzing naar algemene ondernemingsbegrip, maar ook hier met uitzonderingen
Boek IV: IV.6, 12°: Ander ondernemingsbegrip
Boek V: Zelfde ondernemingsbegrip als boek IV
Boek VI: Kijken naar puntje 39: Zelfde ondernemingsbegrip
Boek VII: Betalingsdiensten: Aanknopingspunt → Betalingsdienst aandienen en gebruiken, dus geen
specifieke ondernemingsdefinitie
Boek VIII: Kwaliteit van ondernemingen: Algemene definitie
Boek XI: Kijken naar art. I.1, lid 2: Eerste lid is niet van toepassing op boek 11
Boek X: Geen ondernemingsbegrip?
Boek XII: Elektronische handel: Richtlijn Europese handel → Doorwerking Europees recht
• Deze regels zijn van toepassing op een gevestigde dienstverlener (dienstverlening vanuit
duurzame vestiging voor onbepaalde tijd werkelijke en economische activiteit uitoefenen) → vrij
gelijkaardig aan ondernemingsbegrip uit boek IV, V, VI.
Boek XV en XVI: Onderneming gedefinieerd zoals boek IV, V en VI
Boek XVII: Handhaving in bijzondere procedures
Boek XIX: Minnelijke invordering en …: Weer zelfde definitie
Boek XX: Onderneming is de onderneming in de zin van het algemeen ondernemingsbegrip, maar een SA
is een onderneming met een uitzondering (???)
➔ Wat geeft hier de doorslag? Meest gebruikte is die van boek IV etc.
➔ Dit is dus eigenlijk het algemene ondernemingsbegrip, terwijl de wetgever met algemene
ondernemingsbegrip een algemene definitie wou geven, maar er zijn meer uitzonderingen op de algemene
regel dan dat die algemene regel effectief van toepassing is.
Pagina 4 van 185
Eliza Nielandt 2026
,Statuut ondernemingen: Wat valt hieronder?
• Algemene regels boek III die ondernemingen moeten respecteren
• Boek XX: Insolventie → Wat indien hieromtrent problemen ontstaan
o Niet in dit vak, insolventierecht master
• BW en Boek X: Instrumenten om doel te verwezenlijken in de markt
o Vallen hier wel onder, maar niet in dit vak
Regels m.b.t. vrije mededinging en toegang tot markt
• Komen deels uit Europees recht, deels uit kartelrecht en Boek XI (want is grote uitzondering op
vrijheid van ondernemingen (= IER)).
o Bv.: Art. XI.136 BW: Merken en tekeningen en modellen → Onder voorbehoud van
handhavingsbepalingen wordt de bescherming van merken en tekeningen uit modellen
geregeld door het Benelux-verdrag inzake IE (BVIE) (= Uniforme regels voor BEL, NED,
LUX)
Pagina 5 van 185
Eliza Nielandt 2026
,ONDERNEMING IN ZIN WER
Rechtsleer:
• Adagium: Elkeen die op dezelfde wijze de markt betreedt, wordt onderworpen aan dezelfde
rechtsregels.
o MAAR evolutie BEL: Verschillen hierin waarnemen
• WHPC 1991 (Wet op de Handelspraktijken en Consumentenbeschermingen): ‘Handelaar’ wordt
‘Verkoper’
o Een zekere organisatie om diensten of goederen aan het publiek, op de markt aan te
bieden of het voornemen daartoe
o Niet: Geïsoleerde handelingen
• Later WMPC (verruiming): Aansluiting zoeken bij ondernemingsbegrip kartelrecht
o ‘Verkopersbegrip’ wordt ‘Ondernemingsbegrip’
o Voordeel: Uniformiteit → Binnen mededingingsrecht in ruime zin heb je dan dezelfde
aanknopingspunten (zelfde ondernemingsbegrip)
o 2013: Overgenomen bij invoeren eerste wetboeken economisch recht
o 2018: Wetboek van koophandel opgeheven
o Maar willen overkoepelend ruim ondernemingsbegrip hebben
o Daarom ondernemingsbegrip in algemene zin ingevoerd om uniform
ondernemingsbegrip te hebben, maar in praktijk is dit niet het geval, want markt
gerelateerde ondernemingsbegrip is in feite/in praktijk het algemene
ondernemingsbegrip.
• Aanknopingspunt van economisch recht = Functioneel
• In functie van de doelstelling van de betrokken wetgeving kunnen dezelfde begrippen andere
betekenissen krijgen (kunnen dus varianten bestaan):
o Onderscheid tussen onderneming in Boek I, Boek III, Boeken IV, V én VI (met variant),
Boek XI en Boek XX WER.
o Algemeen ondernemingsbegrip Boek I WER primeert niet → Wel begrip uit Boek IV, V, VI
WER = marktrechtelijk ondernemingsbegrip
DOEL
Ondernemingsbegrip ter vervanging van handelaarsbegrip
• Wetgever wou met dit algemene ondernemingsbegrip een ondernemingsbegrip invoeren zuiver op
basis van formele criteria.
• Wilde ondernemingsbegrip o.g.v. begrip ‘economische activiteit’ vermijden
o Reden: Rechtsonzekerheid
Let op: Voor andere deelboeken blijft andere ondernemingsbegrip (markt gerelateerde begrip) behouden.
• Hier wel verwijzen naar ‘op duurzame wijze een economisch doel nastreven’
= Uitoefenen economische activiteit
Pagina 6 van 185
Eliza Nielandt 2026
,DEEL I: ONDERNEMINGSBEGRIP
ONDERNEMING IN DE ZIN VAN BOEK I
Art. I.1 WER
• NP met zelfstandige beroepsactiviteit
• Iedere RP, tenzij publiekrechtelijke die geen goederen of diensten aanbiedt op markt
• Iedere andere organisatie zonder RP-heid, met uitkeringsoogmerk (for profit karakter)
IEDERE NP MET ZELFSTANDIGE BEROEPSACTIVITEIT
3 Voorwaarden:
1) Natuurlijke persoon
2) Zelfstandige activiteit = Zelf het financiële risico dragen van een handeling of activiteit.
o Treden op voor eigen rekening
o Uitsluitend handelingen in het kader van een zelfstandige activiteit
o Niet: WN onder arbeidsovereenkomst, statuut (ambtenaren)
3) Beroepsactiviteit = Elke praktijk die beroepsmatig kan worden uitgeoefend met als doel in zijn
levensonderhoud te voorzien, zonder enige begrenzing.
o Enige frequentie, duurzaamheid, regelmaat en dus zekere organisatie vereist
▪ Want ‘activiteit’, geen geïsoleerde handeling
▪ Uitz.: Handelingen van particulieren vallen hierbuiten
Bij enige regelmaat kan C2C een B2C worden
Bv.: Tweedehandsspullen verkopen op vinted, maar als je dit regelmatig
doet kan het worden gezien als beroepsactiviteit en zal je dus als
onderneming worden gezien en onder regels ondernemingsrecht vallen.
Quid deeleconomie (bv. vinted)
Activiteiten in de deeleconomie = Onderneming als ze duurzaam zijn en een zelfstandige
beroepsactiviteit uitmaken
Geen beroepsactiviteit: Netwerk dat vraag en aanbod koppelt om goederen en diensten te
ontsluiten zonder daarbij inkomsten na te streven
Enkel bij boek III WER: Kruispuntbank ondernemingen
o Inschrijvingsplichtige indien inkomsten in belastbaar tijdperk boven 7700 euro is (AJ
2026) = Kwalitatieve fiscale → Wetgever gebruikt klaarblijkelijk zelf (noodgedwongen)
materiële criteria om het formele criterium te duiden.
o MAAR, inkomsten pas indicator van onderneming indien verworven uit zelfstandige
beroepsactiviteit
o Werkt dus niet door op algemeen ondernemingsbegrip. Je bent een onderneming o.b.v.
algemeen ondernemingsbegrip. Pas als je je moet inschrijven als onderneming, val je
onder bepalingen boek 3 en is dit materieel criterium dus van toepassing.
Wetgever wilt formeel criterium, nl. ‘zelfstandige beroepsactiviteit’ uitoefenen. Maar koppelt dan
toch terug aan fiscale drempel.
Mening prof: Beter zou geweest zijn moest wetgever toch voor begrip ‘economische activiteit’ zijn
gegaan, want dit is het aanbieden van goederen en diensten op de markt tegen betaling. (Zie later
BKK Mobil Arrest)
Reden: Nu met dit algemene ondernemingsbegrip ook NP’en die geen economische activiteiten
uitvoeren eronder doel vallen, waardoor doel gemist is. Doel is nl. net degene die op dezelfde
wijze de markt betreden (en dus op dezelfde manier een economische activiteit uitvoeren) onder
dezelfde regels te doen vallen.
Pagina 7 van 185
Eliza Nielandt 2026
,Quid zaakvoerders en bestuurders van vennootschappen en verenigingen?
Voeren nl. wél zelfstandige beroepsactiviteit uit, maar geen economische activiteiten op zich.
Reactie RP:
o HvB Brussel 2018: Mandaat van zaakvoerder = Beroepsactiviteit
▪ Beroepsactiviteit, geen vrijetijdsbesteding
▪ Doel = Voorzien in levensonderhoud/inkomen
▪ Is een beroepsactiviteit zoals het bedoeld werd door wetgever.
▪ DUS: JA, zaakvoerder is een onderneming
o HvB Bergen 2019: Zaakvoerder = Geen onderneming als die hiertoe geen bijzondere
organisatie opgezet
▪ Hij handelt anders in naam en voor rekening van de RP
▪ Gebruikt dan organisatie RP, maar zet zelf geen organisatie op. Is dus geen
beroepsactiviteit zoals bedoeld door wetgever in ondernemingsbegrip.
▪ DUS: NEEN, zaakvoerder is geen onderneming als die hiertoe geen bijzondere
organisatie opzet.
o HvB Luik 2019: Bestuursmandaat in vennootschap = Beroepsactiviteit
▪ Volgt HvB Brussel
▪ Doel = Voorzien in levensonderhoud/inkomen
▪ JA, is een onderneming
o Lagere rechtspraak: Zaakvoerder is pas onderneming als hij zelf economische activiteit
ontplooit en goederen/diensten aanbiedt op de markt
Staat dus ter discussie.
Mening prof + lagere rechtspraak: Beter koppelen aan begrip ‘economische activiteit’.
Reden: Gelijkschakeling met boeken IV, V en VI WER.
MAAR wetgever wilde een ondernemingsbegrip o.b.v. 2 criteria: (a) Zelfstandige uitoefening van
(b) een beroepsactiviteit
DUS: Criteria zaakvoerders en bestuurders
(1) Zelfstandig: Activiteit die niet aan AO of statuur is verbonden
(2) Beroepsactiviteit: Activiteit van enige regelmaat
o HvB koppelt hier al criteria van: ‘voorzien in levensonderhoud/inkomen’ aan →
met name tegen bezoldiging
o Vroeger werd aan handelaar altijd ‘winstoogmerk’ gekoppeld. Daarom wordt er
gezegd dat het moet gaan om zaakvoerders die toch bezoldigd zijn/het gebruiken
om in levensonderhoud te voorzien.
(Regels uit) Sociaal statuut zelfstandigen kan indicatie zijn:
Hierin staat:
o Als je een bestuurder bent van een vennootschap of vereniging die winstgevende
activiteiten nastreeft → Weerlegbaar vermoeden dat zij een zelfstandige
beroepsactiviteit uitoefent (en dan dus een onderneming is).
o Vermoeden is weerlegbaar → Hoe? Bewijs kosteloosheid mandaat
Besluit: Wat in RL over het algemeen werd aanvaard:
o Enkel bezoldigde bestuurders/NP’en zijn ondernemingen indien de betrokken activiteit
voldoende duurzaam wordt uitgeoefend (Bij- of hoofdberoep)
▪ Sluit zich aan bij HvB Brussel en Luik
o Bestuurders van VZW = Geen onderneming, wegens onbezoldigd karakter mandaat
Pagina 8 van 185
Eliza Nielandt 2026
, Cass. 18 maart 2022: Vanaf nu deze interpretatie volgen
• NP is geen onderneming, tenzij hij een organisatie heeft
• Organisatie = Samenbrengen van materiële, financiële of menselijke
middelen om een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen
• Reden: Een onderneming kenmerkt zich minder door de activiteit of het
doel dan door haar organisatie, met name de wijze waarop zij materiële,
financiële of menselijke middelen aanwendt.
• Een NP die zaakvoerder of bestuurder is in een RP, mist bijgevolg die
door de wetgever vooropgestelde zelfstandige organisatie.
• Ondanks feit dat er in art. I.1 WER wordt bepaald dat een NP die een
zelfstandige activiteit uitoefent al een onderneming is, dan nog zegt
cassatie dat dit niet volstaat en er een aparte organisatie vereist is.
→ Later heeft Cass. dit standpunt bevestigd in latere arresten.
→ Discussie hier: Voegt cassatie een criteria toe, of is het een interpretatie van
de reeds door de wetgever vooropgestelde criteria dat het nl. moet gaan om een
organisatie (‘Elk van de volgende organisaties’).
→ Brengt meer uniformiteit met boek 6: Zelfstandige
vennootschapsmandatarissen zoals bestuurders en zaakvoerders bedienen zich
van de organisatie van de RP en hebben dus geen eigen organisatie, dus geen
onderneming (ondanks ze bezoldigd zijn).
Hof Antwerpen 2024: Komen met oplossing
o Niet elke bestuurder van een vennootschap is automatisch een onderneming in de zin
van art. I.1, lid 1, 1° WER. Een natuurlijke persoon is slechts een onderneming wanneer
hij aantoont een organisatie te vormen, bestaande uit materiële en immateriële
middelen samengebracht, met het oog op het uitoefenen van een zelfstandige
beroepsactiviteit.
o Beroepsactiviteit:
▪ Met een zekere regelmaat en duurzaamheid activiteiten verrichten
▪ Met het oog op het verwerven van een inkomen
o Zelfstandig: Niet als WN of ambtenaar → Inschrijving als zelfstandige + Belast als
zelfstandige in hoofdactiviteit is een indicatie.
o Organisatie: De activiteit van enige bestuurder valt niet samen met de activiteit als
orgaan van de betrokken vennootschap. Aan het criterium van organisatie is voldaan
wanneer de bestuurder een geheel van eigen materiële en immateriële middelen
samenbracht.
▪ Beoordelen in het licht van de concrete aard van de activiteit als bestuurder
▪ Ook al steunde de bestuurder op de eigen organisatie van de RP (voor de
materiële middelen, waarover hij vrij en rechtmatig kon beschikken, zoals auto,
GSM, laptop) bleek hij ook zelf gestructureerd te zijn om zijn taken als
bestuurder waar te nemen en vormde hij derhalve een eigen organisatie.
→ Ook al maak je gebruik van organisatie van RP, breng je ook nog immateriële
middelen samen (werklust en intellectuele capaciteiten). Als je die inbrengt
binnen een zekere structuur, want je wilt je onderneming kunnen opvolgen, heb
je een organisatie.
→ Daarom naar concrete aard vd activiteit kijken: Taak als bestuurder is nl.
onderneming goed opvolgen, uitvoeren bestellingen, boekhouding, …
→ Zijn eigenlijk menselijke middelen die je op gestructureerde manier
samenbrengt. Brengt dus wel materiële middelen en menselijke middelen om
een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen samen (zie cass. 2022)
Pagina 9 van 185
Eliza Nielandt 2026
, Begrip organisatie wordt nog verder uitgewerkt:
▪
• Bestuurder bundelt fysieke en intellectuele prestaties en zijn
werkkracht
• Met het oog op het verwerven van inkomsten (rechtstreeks of
onrechtstreeks)
• Indicaties: Bestuurder draagt ondernemingsrisico, eigen middelen,
geen eigen economische activiteit ontwikkelt en evenmin goederen of
diensten op de markt aanbieden
• Eigen economische activiteit NIET vereist
DUS: HvB Antwerpen – 3 criteria:
Beroepsactiviteit: Herhaald wat dit is
Zelfstandig: Herhaald wat dit is
Organisatie: Geef invulling aan begrip, zoals door cass. vooropgesteld
CONCLUSIE
Je moet een natuurlijke persoon zijn. Je moet zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen. Je moet het
oogmerk hebben een inkomen te verwerven.
• Zelfstandig betekent dat je geen WN mag zijn en niet verbonden mag zijn aan een specifiek
statuut.
• Beroepsactiviteit betekent dat het
o Een geheel van handelingen moet zijn: Zekere frequentie en regelmaat (dus geen
geïsoleerde handeling)
o Organisatie: Bundelen fysieke en intellectuele prestatie → Je volgt je activiteit op een
gestructureerde wijze op (bv. Je staat op en gaat elke dag werken). (HvB Antw.)
▪ (Let op: Dit is de meest recente gang van zaken in de RP, maar is bepaald op
niveau van HvB, dus cassatie (die hierboven staat) kan er in de toekomst nog
altijd tegenin gaan.)
• Inkomen verwerven (HvB Antw.)
o Bv.: Je bent wel gestructureerd als je elke avond gaat voetballen, dus zal wel een
beroepsactiviteit hebben, maar je gaat hier geen inkomen mee verwerven, dus ben je
geen onderneming.
Pagina 10 van 185
Eliza Nielandt 2026