EXAMEN: mondeling met schriftelijke voorbereiding (15 min), casus met
open vragen, 15 min mondelinge toelichting, codex + mag extra
wetgeving afdrukken, zegt niet of je bent geslaagd, goed de casussen uit
de les kennen zo kan je het examen.
Deel I. Inleiding en historische ontwikkeling van het recht inzake
welzijn op het werk
Arbeid(ers) in de 19e eeuw
- Industriële Revolutie
bv. Waalse staalfabriek Cockerill – 1815
- Uitvindingen, technische ontwikkeling, mechanisering
productieproces
- Fabrieksarbeid
- Economische crisis door overproductie
- Lange arbeidsdagen, laag loon
- Kinderarbeid
- Arbeidsongevallen
- Werkloosheid
- Honger, erbarmelijke huisvesting, alcoholisme
“De werklieden van de vier katoenspinnerijen van Braine onderscheiden zich van
al de andere inwoners van deze stad doordat ze mager, bleek en ziekelijk zijn: zij
zijn vooral onderhevig aan longaandoeningen, aan kliergezwellen en worden nooit
ouder dan zestig jaar. De oorzaak hiervan is het bestendig inademen van
stofdeeltjes beladen met katoenvezels, het gebrek aan verluchting omwille van de
noodzaak de vensters bestendig gesloten te houden tijdens het werk, de grote
warmte, de slechte geur van de olie voor de raderen, de hinder bij het verteren
van het ochtend en avondmaal dat de werklieden slechts mogen gebruiken voor
zover het werk wordt voortgezet, het mateloos gebruik dat ze maken van
pruimtabak, de arbeidsduur die 14 of 15 uur bedraagt met één enkele
onderbreking ’s middags, de verplichting tijdens de winter met het werk door te
gaan gedurende vier of vijf uur ’s avonds met kunstlicht hetgeen buitengewoon
vermoeiend is, tenslotte de zedeloosheid".
uit Verslag van de Medische Commissie van Henegouwen van 1843; zie G.
DELVAUX (ed.), Honderd jaar sociaal recht in België 1886/1887 – 1986/1987,
Brussel, Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid / Ministerie van Sociale Voorzorg,
1987, 35-36
Arbeid(ers) in de 19de eeuw – juridisch kader
Vrij liberale samenleving, vrije economie/arbeid/ondernemen, zo weinig
mogelijk overheidsingrijpen.
In deze periode waren WG en WN twee gelijke partijen om een ov aan te
gaan maar in realiteit zijn ze niet gelijk. De ene partij is economisch
sterker dan de andere partij waardoor er nadelige voorwaarden
ingeschreven kunnen worden bv: lange werk uren
Nog geen beschermend sociaal recht, wel was er:
- Vrijheid van arbeid en van ondernemen; toepassing burgerlijk recht
(wilsautonomie en contractsvrijheid, aansprakelijkheid...)
1
, Slechts beperkte bepalingen m.b.t. ‘huur van werk en diensten’in
Burgerlijk Wetboek (1804)
- gemeen overeenkomstenrecht toepassen
- maar: economisch sterkere positie WG!
- Private verzekeringen; vrijwillige verzekeringskassen worden later
gesubsidiërd en groeit uit tot de sociale verzekeringen die later
verplicht worden
Nog geen beschermend sociaal recht, wel bv:
- Keizerlijk decreet 15 oktober 1810: vergunningen voor ongezonde
werkplaatsen + maatregelen m.b.t. openbare veiligheid en
gezondheid
- Decreet 3 januari 1813: Verbod op kinderarbeid in mijnen voor
kinderen jonger dan 10 jaar
Bedoeling was eigenlijk om de mijnen te beschermen en niet de
kinderen.
ingebed in industrieel recht
1886: gewelddadige stakingen en sociale onrust (= scharnierjaar)
“L’Europe traverse en ce moment une de ces crises qui gardent un nom
dans l’histoire. Jamais depuis un siècle les nations n’ont été aussi
agitées. Partout on entend les mêmes plaintes, les mêmes
revendications. Les ouvriers demandent du travail. On ne peut leur en
fournir. Ils ont faim, froid et les magasins sont pleins de marchandises,
qui restent là, attendant le consommateur qui ne vient pas. Déjà les
pauvres commencent à se fâcher et les émeutes sont à l’ordre du jour.
Tout cela ne présage rien de bon et l’on peut se demander comment cela
finira... ».
L. BERTRAND in Le peuple, 28 februari 1886 geciteerd in J. PUISSANT, “1886,
La contre-réforme sociale ?” in P. VAN DER VORST (ed.), Honderd jaar
Belgisch sociaal recht , Brussel, Bruylant, 1992, 79.
- Opstanden werden bloedig onderdrukt door het leger
- MAAR: Burgerij is bang
- Er komt een Onderzoekscommissie van de Arbeid en dit onderzoek
brengt schrijnende
sociale wantoestanden aan het licht
bv. Kinderarbeid vanaf 6 à 7 jaar
- Als gevolg van deze schrijnende resultaten dat Koning Leopold II
aankondigt in zijn troonrede op 9 november 1886 de uitwerking van
sociale wetgeving aan
Wetten ten gevolge van 1886:
• Wet 5 mei 1888: toezicht op de gevaarlijke, ongezonde of
hinderlijke inrichtingen en op de stoomtuigen en stoomketels
(arbeidsinspectie)
• Wet 13 december 1889 betreffende de arbeid van vrouwen en
2
,Kinderen
- verbod op kinderarbeid onder 12 jaar
- maximum 12u/dag voor jongens tussen 12 en 16 jaar; voor meisjes
tussen 12 en 21j
Waarom niet voor mannen? Vrouwen en kinderen waren de zwakker
groepen.
Vóór 1899
Arbeidsveiligheidsrecht ingebed in industrieel recht
- Wet 5 mei 1888: arbeidsinspectie
- KB 21 september 1894: in zekere zin voorloper van het ARAB
beschouwd. Dit omdat er in deze periode vergunningen werden gegeven
voor gevaarlijke inrichtingen dat voorwaarden vereiste. Men ging dan in
dit KB alle verschillende maatregelen bundelen in in KB. Het ARAB is ook
een bundel van vele bepalingen inzake veiligheid.
Wet 2 juli 1899: de eerste algemene arbeidsveiligheidswet (=
scharnierpunt)
Belangrijk omdat er een wetgrond wordt gecreëerd voor de UVM om
maatregelen te kunnen nemen om de WN te beschermen. Gevolg hiervan
is dat er veel veiligheidsbepalingen komen die de vorm aan nemen van
gedragsnormen of technische voorschriften. Men wou voor elk mogelijk
risico dat er kan zijn een regel te maken.
- bescherming van werknemers tegen risico’s van arbeidsongevallen
en beroepsziekten
- uitvoerende macht bevoegd om maatregelen te nemen
- reglementaire benadering van de veiligheidsproblematiek:
technische voorschriften + concrete gedragsnormen
Arbeidsovereenkomstenwet
Veiligheidsverplichtingen in de Arbeidsovereenkomstenwet 10
maart
1900 (arbeiders)
- Algemene veiligheidsplicht werkgever: "met de zorgvuldigheid van
een goede huisvader en behoudens elke strijdige overeenkomst te
zorgen dat de arbeid wordt verricht in behoorlijke omstandigheden
met betrekking tot de veiligheid en de gezondheid van de
werknemer en, dat hem bij ongeval de eerste hulpmiddelen kunnen
worden verstrekt".
- Algemene veiligheidsplicht werknemer: “zich onthouden van al wat
schade kan berokkenen hetzij aan zijn eigen veiligheid, hetzij aan die
van medearbeiders of derden”
- Wet bediendenarbeidsovereenkomst: 7 augustus 1922
Reden is dat arbeiders in een lagere klasse zitten het zijn
ongeschoolde mensen. Bedienden zijn diegene die zich in de
entourage van de WG bevonden en men vond dat deze sterk genoeg
3
, konden staan in de relatie tav de WG.
“Goede huisvader” verwijzing in de verplichting voor de WG = een
inspanningsverbintenis
Je kan zeggen dat de wetgeving niet concreet is en ruimte laat voor
interpretatie.
Maar in de RS werden toch bepaalde zaken concreet afgeleid bv:
informatieverplichting over het gevaar aanwezig in de inrichting
In de bewoording voor de veiligheidsverplichting van de WN lijkt een
negatieve verplichting. Maar lees je de MvT zie je dat het toch ook
een positieve verplichting in houdt.
Begin 20ste eeuw: invoering verzekering professionele risico’s
(sociale zekerheid)
Arbeidsongevallenwet 24 december 1903
zeer belangrijk omdat men hier “het geweer van schouder is gaan
veranderen”. In de 19e eeuw waren er veel arbeidsongevallen. Men moest
burgerlijk aansprakelijkheidsrecht toepassen op deze ongevallen: fout,
schade, causaal verband. Deze bewijslast was voor het SO een struikelblok
om een integrale vergoeding te kunnen bekomen. Hierdoor bleven vele
arbeidsongevallen onvergoed of maar gedeeltelijk vergoed. Vaak ook niet
evident aan te tonen wat de oorzaak is van een ongeval.
Door de eerste arbeidsongevallenwet wordt het idee dat er een
professioneel risico is en het bedrijf moet een vergoeding voorzien. Maar
er werd maar een beperkte vergoeding gegeven.
Wordt ook wel het historisch sociaal compromis genoemd: verlaging van
de bewijslast
>< beperkte vergoeding en dus niet meer integraal
Principe van burgerlijke immuniteit. WG wordt immuun voor bijkomende
vorderingen dat de WN gaat instellen inzake het arbeidsonegval
Beroepsziektewet 24 juli 1927
(langer op moeten wachten wegens gebrek aan kennis inzake de gevolgen van een
beroepsziekte)
-uiting van Bismarckiaans geörienteerde sociale politiek (Otto von
Bismarck)
scheiding preventie – vergoeding
arbeidsbeschermingsrecht ontwikkelde zich naast sociale
zekerheid
Otto is een liberaal en is tegen het overheidsingrijpen. Als er een
arbeidsongeval is dat voorzien in een vergoeding we willen solidariteit
creëeren onder de WN. Hierdoor een scheiding tussen preventie en
vergoeding. Tot op de dag van vandaag is dit nog steeds zo in België.
4