INLEIDING
De extracellulaire matrix (ECM) is een complexe, dynamische netwerkstructuur die overal
rondom cellen voorkomt en een essentiële rol speelt bij het behouden van structuur en
functie van weefsels. Het bestaat uit verschillende eiwitten en moleculen die
samenwerken om biomechanische eigenschappen en celgedrag te beïnvloeden. De
dichtheid kan variëren.
BELANGRIJKSTE FAMILIES VAN CAM’S EN ADHESIERECEPTOREN
Cel-adhesiemoleculen binden aan elkaar en aan IC eiwitten
E-cadherine
o Vormt Ca2+ afh EC, homofiele interacties met E-cadherines op
aangrenzende cellen
CAM’s
o Leden van Ig-superfamilie
o Vormen homofiele of heterofiele bindingen
Integrines
o Heterodimeer
o Adhesiereceptoren
o Binden aan zeer grote, multi-adhesieve matrixeiwitten (fibronectine)
Selectines
o Koolhydraat-bindend lectinedomein: suikerstructuren herkennen
o Vormen vaak oligomeren v hogere orde
EIWITTEN VAN DE ECM
Collageen
o vormen vezels
o Belangrijk structureel eiwit, altijd bestaande uit een drievoudige helix
o Type IV collageen:
Velvormend, geen lange strengen
Structurele component van basale lamina
bestaande uit netwerkstructuren
flexibele kronkels door niet-helixische segmenten
syndroom van Alport: coll type IV niet goed gevormd
o Type VI collageen zorgt voor nauwe binding in pezen
o Vorming vereist vitamine C voor hydroxylatie; tekort leidt tot
aandoeningen zoals scheurbuik
Proteoglycanen
o Uniek type glycoproteïne
o perlecan
Multi-adhesieve matrix-eiwitten
o Belangrijke organisatoren v ECM
o Fibronectine en lamine:
lange, flexibel
, meerdere domeinen
binden ≠ soorten collageen, andere matrixeiwitten & polysach.
Signaalmoleculen, adhesiereceptoren
Regulatie cel-matrixadhesie, celvorm en gedrag
Bepaalde ECM-eiwitten weg => skeletontwikkeling volledig abnormaal
FUNCTIES VAN DE EXTRACELLULAIRE MATRIX
Verankering e omringing
o 3D-architectuur van vaste cellen in stand houden
o Weefselgrenzen bepalen
Bepalen van biomechanische eigenschappen van EC milieu
o Stevigheid, elasticiteit, porositeit, vorm
kenmerken
o bepalen van polariteit, overleving, proliferatie, differentiatie en
bestemming van cellen => bepalen embryonale en neonatale ontwikkeling
en volwassen functie en reactie op milieu en ziekten
celmigratie
o remmen/vergemakkelijken
binding aan/fungeren als reservoir van groeifactoren
o genereren v EC concentratiegradiënt v groeifactor
o co-receptor v/ groeifactor
o helpen met juiste binding van groeifactor aan receptor
signaalreceporen activeren op celopp.
ECM VAN DE BASALE LAMINA
verbindt meeste epithelia en andere georganiseerde groepen cellen met
aangrenzende bindweefsel
4 eiwitten: lamine, coll. Type IV, perlecan en nidogen: binden zich aan elkaar en
aan cellulaire receptoren
Functie: cellen organiseren en beschermen, herstel weefsels, barrières vr
permeabiliteit, geleiden v migrerende cellen tijdens ontwikkeling
Laminine komt erin voor
o Heterodimeer, multi-adhesief matrixeiwit
o Vormen netwerk
o Vorm herkennen: