Samenvatting: WerkPlekLeren sem 1
Deel1 – Algemeen kader:
1 Het belang van onderwijs en de leerkracht:
Curriculum
= een leerplan, studie- of onderwijsprogramma dat de inhoud & doelen &
manieren van leren binnen een opleiding beschrijft.
Toegang hebben & deelnemen aan onderwijs = wordt belangrijk gevonden
binnen onze samenleving voor zowel het individu als de samenleving als
geheel.
20 nov 1989 Algemene Vergadering (Verenigde Naties in New York) nam
Rechten van het Kind aan.
In België kreeg het Verdrag begin 1992 kracht van wet. Het geldt voor
minderjarigen.
Minderjarig = jonger dan 18 jaar
Recht op onderwijs = één van de kinderrechten
in de grondwet & concreet gemaakt in de leerplicht
Kleuterparticipatie
= het actief aanmoedigen & ondersteunen van kinderen in de leeftijd
van 2,5 tot 6 jaar om naar kleuterschool te komen en regelmatig
aanwezig te zijn.
Ongekwalificeerde uitstroom
= verwijst naar jongeren die het secundair onderwijs verlaten zonder
diploma te behalen.
1.1 De functies van onderwijs:
VLOR = Vlaamse Onderwijsraad
Opdracht van onderwijs volgens VLOR
“een optimale persoonlijkheidsontwikkeling en een kritisch-creatieve
integratie in een dynamische samenleving betrachten, uitgaande van een
pedagogische missie van elke school.”
Biesta (2009-2011) onderscheidt 3 functies van onderwijs:
1) Kwalificatie
= dat kinderen & jongeren competenties kunnen verwerven die hen in
staat stellen om iets te doen. Kan specifiek maar ook algemeen zijn.
(Je hebt deze competenties nodig om bv: in de samenleving te kunnen
functioneren, bepaald beroep uitoefenen.)
,Flore Peirlinckx BoKo1 (10/12/’25)
Competenties
= een geheel van kennis & vaardigheden & attitudes.
(Je kan deze 3 immers niet los van elkaar zien als het gaat over je concrete
functioneren.)
2) Socialisatie
= dat kinderen & jongeren voorbereid worden op hun leven als lid van
de maatschappij. Ze maken kennis met tradities & omgangsvormen &
praktijken. Ze leren participeren & relaties aangaan & bewust
keuzes maken.
3) Persoonsvorming
= dat kinderen & jongeren zichzelf kunnen zijn & worden. Ze
ontwikkelen een eigen identiteit en ontdekken hun drijfverven &
passies.
(De vragen: “wie ben ik?”, “Wat kan ik?”, … staan hierbij centraal)
1.2 Binnen onderwijs is de leerkracht belangrijk:
Leeromgeving = school & de klas
Belangrijke taak leerkracht:
Creëren & vormgeven van de leeromgeving
Competente leerkrachten:
Zorgen ervoor dat kinderen gemakkelijker leren & zichzelf beter
kunnen ontplooien & hun welbevinden stijgt.
Ook gevoelsmatig belangrijke positie als leerkracht:
Iedereen komt op verschillende manieren & op verschillende
momenten & vanuit verschillende perspectieven in contact met
leerkrachten. Leerkrachten kunnen een blijvende indruk nalaten. Ze
geven via het ontwikkelen van kinderen, vorm aan onze samenleving.
1.3 De rol van de leerkracht:
Het vertrouwde beeld over de leraar = De leraar staat vooraan in de klas en
geeft uitleg…
Is slechts een beperkte weergave van wat het beroep omvat.
Een leraar geeft niet enkel les. Neemt nog wat rollen op zich zie
basiscompetenties & beroepsprofielen…
Pedagogische relatie:
= vertrouwensrelatie die ontstaat tussen kind & leraar, zorgt ervoor
dat kind zich openstelt om te leren.
,Flore Peirlinckx BoKo1 (10/12/’25)
De ouders:
= leraar werkt ook samen met de ouders. Zij kennen hun kind het beste
& leveren belangrijke info aan om slaagkansen te verhogen. Leraren
zijn in contact met ouders & omgeving van de school ook het
uithangbord van schoolcultuur & schoolsfeer.
Vernieuwing:
= nieuwe inzichten in de methodes & nieuwe vak inhouden & nieuwe
middelen om het lesgeven te ondersteunen, … vragen om een
permanente bijscholing & levenslang leren.
Een team:
= een leraar is een deel van een school & een team en geeft zo mee vorm
aan de schoolcultuur.
Onze maatschappij:
= een leraar werkt mee aan het vorm geven van onze maatschappij.
Het onderwijs wordt beïnvloed door de maatschappij waar het deel
van uitmaakt, maar ligt tegelijk mee aan de basis van die
maatschappij.
1.4 Wat heb je geleerd in dit onderdeel?
Het belang van onderwijs uiteggen
De functies van onderwijs volgens Biesta uitleggen en koppelen aan de
visie van jouw lerarenopleiding.
De rollen en het belang van de leerkracht binnen het onderwijs
uitleggen.
De betekenis van een aantal termen en concepten uit dit onderdeel
kunnen geven: minderjarig, curriculum, kleuterparticipatie,
competentie, ongekwalificeerde uitstroom.
2 Termen van het vakgebied:
Onderwijskunde:
= pedagogiek
Opvoeding:
= opvoedingsmilieu
Didactiek:
= algemene didactiek & vakdidactiek & kleuterdidactiek
2.1 Onderwijskunde:
Onderwijskunde
De wetenschap die leren & opleiden & ontwikkelen in onderwijs
beschrijft en probeert te begrijpen & verklaren.
, Flore Peirlinckx BoKo1 (10/12/’25)
Helpt leerprocessen ondersteunen & organiseren & ontwikkelen
Verschillende disciplines:
Sociologie:
= verklaart het gedrag van mensen op basis van hun omgeving &
onderzoekt hoe mensen hun omgeving beïnvloedden.
Psychologie:
= de wetenschappelijke studie van menselijk gedrag & denken &
voelen.
Het recht
De pedagogie
2.2 Pedagogie(k):
Pedagogiek opvoedkunde
= wetenschappelijke studie van de manier waarop volwassenen (ouders,
opvoeders, onderwijzers) kinderen grootbrengen met een bepaald doel.
Pedagoog = de beoefenaar van deze studie.
Kind = in onze cultuur gedefinieerd als jonger dan 18
Pedagogiek:
Praktijkwetenschap
Elke praktijkomstandigheid is verschillend. Er is nooit eenduidig advies
voor elke situatie of een methodiek die overal past.
Onvermijdelijk een normatieve wetenschap
Wordt sterk beïnvloed door individuele maatschappelijke normen &
waarden.