EN BOUWMANAGEMENT
Prof. Dr. Kristof Uytterhoeven
Jozef Hessel
Robin De Ridder
KULEUVEN – 2025/2026
H1: Beginselen van (bouw)recht, Prof. Dr. Kristof Uytterhoeven
H1.1: Toepasselijke wetgeving
H1.2: Onderscheid openbare orde, dwingend recht en aanvullend
recht
H1.3: Inleiding tot het statuut en de deontologie van de architect
H1.3.1: De wet van 20 februari 1939
H1.3.2: De deontologie van de architect
H2: Verbintenissenrecht
H2.1: Verbintenissen: Begripsomschrijving, bronnen en soorten
H2.2: Contracten
H3: Beginselen van (bouw)management, Jozef Hessel
H3.1: De architect
H3.2: De architect binnen een economisch weefsel
H3.3: De architect en de vergunning
H3.4: De architect en de projecten
H4: Ruimtelijke ordening en stedenbouw, Robin De Ridder
H4.1: Ruimtelijke Planning (Vlaanderen, Brussel, Wallonië)
H4.2: Ruimtelijk Beleid (Afwijkingen, vergunning, handhaving,
voorbeeldvragen)
Beginselen van (bouw)recht = 6/12 = 50%
Geen giscorrectie
- 20 multiple choice vragen
- Alle wetteksten gepubliceerd op Toledo toegelaten
- Regels inzake gebruik worden op Toledo gepubliceerd
Beginselen van bouwmanagement = 4/12 = 33,33%
Met giscorrectie
Stedenbouw en ruimtelijke ordening = 2/12 = 16,7%
Open en gesloten vragen
P. E. 1
,H1: Beginselen van (bouw)recht, Prof. Dr. Kristof Uytterhoeven
Kernidee
Architectuur gaat niet alleen over ontwerpen.
Een architect moet ook:
- Rekening houden met wetgeving
- Contracten opstellen en interpreteren
- Budgetten bewaken
- Aansprakelijkheden kennen
- Vergunningen respecteren
- De uitvoering van werken controleren
Het doel van dit vak is dus niet om van architecten juristen te maken, maar hen
vertrouwd te maken met juridische begrippen en de juridische taal van de
bouwsector.
Een eerste belangrijk inzicht:
Bouwrecht is geen afzonderlijke rechtstak.
Er bestaat geen "Wetboek van Bouwrecht".
Het bouwrecht bestaat uit een verzameling regels afkomstig uit verschillende
rechtstakken.
Men spreekt daarom soms van een mozaïekrecht.
H1.1: Toepasselijke wetgeving
1. Algemeen overzicht
De basis van het bouwrecht is het burgerlijk wetboek (BW). Dis is een piramide
waarbij de onderste laag: hoe meer je onderaan zit, hoe meer algemeen de regels
zijn. Dus van algemene regels (onderaan) tot bijzondere regels (bovenaan).
1.1. 1ste laag: Burgerlijk Wetboek
Dit vormt de basis van het bouwrecht. Het bevat algemene regels over:
- Contracten
- Aansprakelijkheid
- Bewijs
- Verbintenissen
- Goederen
Deze regels zijn niet alleen van toepassing op bouwprojecten maar op alle
contractuele relaties.
P. E. 2
, 1.2. 2de laag: ondernemingsrecht
Architecten en aannemers zijn ondernemingen.
Daardoor gelden ook de regels van het Wetboek van Economisch Recht (WER).
Voorbeelden:
- Consumentenbescherming
- Betalingsachterstand
- Faillissement
- Marktpraktijken
1.3. 3de laag: aannemingen van werk en diensten
Dit bevat specifieke regels voor:
- Architecten
- Aannemers
- Ingenieurs
- Andere dienstverleners
Momenteel bevinden veel van deze regels zich nog in het oude Burgerlijk
Wetboek. Boek dateert van 1804.
Gaat over aantal artikels, maar formulering van die wetteksten zijn niet de meest
eenvoudige.
1.4. 4de laag: bijzondere wetten (de top)
Gaat bv. over overheidsopdrachten
Dit zijn zeer specifieke regels voor de bouwsector.
Voorbeelden:
- Wet van 20 februari 1939
- Wet Breyne
- Verzekeringswetten
Belangrijk principe
Hoe hoger in de piramide, hoe specifieker de regel.
Een bijzondere regel heeft voorrang op een algemene regel.
Voorbeeld:
- Een algemene regel uit het Burgerlijk Wetboek moet wijken voor een
specifieke consumentenbeschermende regel uit het ondernemingsrecht.
Het bouwrecht bestaat uit een geheel van algemene en bijzondere rechtsregels. De
algemene regels bevinden zich voornamelijk in het Burgerlijk Wetboek. Naarmate
men hoger komt in de hiërarchie, worden de regels specifieker. Bijzondere regels
hebben voorrang op algemene regels en kunnen daarvan afwijken. Zo zullen bij een
overeenkomst tussen een architect en een consument de
consumentenbeschermende bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht
voorrang hebben op de algemene regels van het Burgerlijk Wetboek.
P. E. 3
, 2. Relevante bepalingen BW
2.1. Het Burgerlijk Wetboek (BW)
Het Burgerlijk Wetboek vormt de basis van het Belgische privaatrecht en bijgevolg
ook van het bouwrecht. Het oorspronkelijke Burgerlijk Wetboek dateert van 1804 en
werd ingevoerd door Napoleon Bonaparte tijdens de Franse overheersing. Na de val
van Napoleon bleef dit wetboek van kracht en ook na de Belgische onafhankelijkheid
in 1830 werd het behouden. Hoewel het oude BW doorheen de jaren vaak werd
gewijzigd, bleef de basisstructuur meer dan 200 jaar oud.
Om het recht aan te passen aan de moderne samenleving werd gestart met de
invoering van een nieuw Burgerlijk Wetboek. Deze hervorming heeft twee
doelstellingen:
- de wetteksten herschrijven in een moderne en duidelijkere taal
- het recht actualiseren door nieuwe regels en ontwikkelingen uit rechtspraak en
rechtsleer op te nemen.
Wanneer men vandaag spreekt over nieuwe bepalingen van het Burgerlijk Wetboek,
verwijst men naar het nieuwe BW. Voor onderwerpen die nog niet hervormd zijn,
blijven de bepalingen van het oude BW gelden.
Het nieuwe Burgerlijk Wetboek is opgebouwd uit verschillende boeken.
Boek 2 en boek 4 zie je hier niet, eerder over familie, erfenissen…
Voor het bouwrecht zijn vooral relevant:
- Boek 3: Goederenrecht
- Boek 5: Verbintenissenrecht
- Boek 6: Buitencontractuele aansprakelijkheid
- Boek 8: Bewijsrecht
- Boek 9: Persoonlijke zekerheden
Boek 7 (Bijzondere contracten), dat onder meer regels over aanneming van werk en
diensten zal bevatten, was op het moment van de les nog niet definitief
goedgekeurd.
Het Burgerlijk Wetboek bevat voornamelijk algemene regels die van toepassing zijn
op alle contracten en rechtsverhoudingen.
2.2. Het Wetboek van Economisch Recht (WER)
Naast het Burgerlijk Wetboek bestaat het Wetboek van Economisch Recht (WER).
Ook dit wetboek werd grondig hervormd en opgebouwd uit verschillende boeken.
P. E. 4