Volledige samenvatting
Alle 11 hoorcolleges — Deel I, Deel II en Deel III
Universiteit Antwerpen · Faculteit Rechten
Prof. Kristof Van Assche · Academiejaar 2025–2026
,Inhoudsopgave
Inleiding — opbouw van de cursus
DEEL I — REDENEREN
HC 1 — Cognitieve achtergrond
HC 2 — Bouwstenen van redeneringen + deductief redeneren
HC 3 — Soorten redeneringen (deductief, inductief, abductief)
HC 4 — Structurele redeneerfouten
DEEL II — ARGUMENTEREN
HC 5 — Inleiding tot argumenteren + retorica
HC 6 — Pragma-dialectiek en argumentatieschema’s
HC 7 — Drogredenen
DEEL III — JURIDISCH ARGUMENTEREN
HC 8 — Begripsomschrijving + juridische betogen + bewijs
HC 9 — Twee visies op de bronnen van het recht
HC 10 — Acht juridische argumentatieschema’s
HC 11 — Examen + Q&A
,Inleiding — opbouw van de cursus
Juridische Argumentatieleer (JAL) onderzoekt hoe juristen redeneren, argumenteren en overtuigen. Het
vak is opgebouwd in vier delen die in elkaars verlengde liggen en samen één geheel vormen.
De vier delen van de cursus
1. Deel I — REDENEREN. De individuele, interne denkactiviteit. Hoe werken redeneringen logisch,
wat is een geldige conclusie, en welke cognitieve valkuilen vertekenen ons denken? Vier
hoorcolleges (HC 1–4).
2. Deel II — ARGUMENTEREN. De dialogische, externe activiteit van overtuigen. Niet langer alleen
de logische vorm telt; ook de manier waarop je een standpunt onderbouwt, presenteert en
verdedigt in een debat met een tegenpartij. Drie hoorcolleges (HC 5–7).
3. Deel III — JURIDISCH ARGUMENTEREN. Argumenteren in de specifieke juridische context: regels,
wetten, normen, bronnen van het recht en de juridische argumentatieschema’s. Drie hoorcolleges
(HC 8–10).
4. Deel IV — INHOUD GEVEN AAN JURIDISCHE ARGUMENTEN. Niet rechtstreeks in deze
samenvatting behandeld; valt grotendeels samen met andere rechtsvakken.
De rode draad — en wellicht het belangrijkste examenframe — is dat argumentatieleer in essentie het
trainen is van Systeem 2-controle op de associatieve neigingen van Systeem 1 (de twee denkmodi van
Kahneman die je in HC 1 leert kennen). Goed argumenteren betekent automatische associaties leren
herkennen, bevragen en waar nodig corrigeren. Doorheen de drie delen wordt dat ene principe steeds
verder uitgewerkt — eerst op het niveau van de individuele redenering, dan op het niveau van het debat,
en ten slotte op het niveau van het juridisch betoog.
⚠ KERNREGEL Het beoordelingscriterium verschuift doorheen de cursus: in Deel I gaat het om
GELDIGHEID (puur formeel), in Deel II om DEUGDELIJKHEID (vorm + relevantie + context), en in Deel
III om JURIDISCHE OVERTUIGINGSKRACHT (deugdelijkheid + juridische context, bronnen en
schema’s).
Voor het examen is het belangrijk te beseffen dat de drie delen niet los van elkaar staan — een typische
examenvraag vereist dat je een argument uit Deel III correct klassificeert (welk juridisch schema?), de
bijhorende deugdelijkheid beoordeelt (welke kritische vragen uit Deel II?), en eventuele cognitieve
fouten herkent (welke bias uit Deel I?). De hoorcolleges leveren dus geen drie aparte syllabussen, maar
één doorlopend systeem.
Wat hierna volgt is een hoofdstukgewijze samenvatting van elk hoorcollege, met definities, examples en
de belangrijkste redeneerregels in visuele kaders. Slides die in de hoorcolleges met een rode bol
, gemarkeerd waren ("niet kennen") zijn weggelaten; in de reflectie per hoorcollege staat telkens vermeld
welke onderdelen dat concreet zijn.