1. INTRODUCTIE TOT SNURKEN EN SLAAPAPNEU
1.1 PRESENTATIE VAN PATIËNTEN MET SNURKKLACHTEN
Snurkklachten kunnen zich manifesteren in verschillende consultatiescenario's. Er wordt een onderscheid gemaakt
tussen patiënten die zelf klachten presenteren, vaak op aandringen van een partner, en patiënten die komen op een
voorgeschreven afspraak.
• Scenario 1: Vrije consultatie
o Patiënt wordt de wachtkamer binnengebracht door partner, die het snurkprobleem aankaart.
o Patiënt zelf meldt geen klachten.
o Voorbeeld: Jeff, 63 jaar, met ernstige obesitas en comorbiditeiten, wordt door zijn echtgenoot
voorgesteld wegens hevig snurken.
▪ BMI 42: heeft hypertensie, hypercholesterolemie, borderline diabetes en is 7 jaar geleden
getroffen door een myocardinfarct.
• Scenario 2: Vaste afspraak consultatie
o Patiënt komt zelf, vaak omdat de nieuwe partner klaagt over het snurken.
o Patiënt is zich doorgaans minder bewust van het probleem.
o Voorbeeld: Ian, 36 jaar, verhuist samen met zijn nieuwe vriendin en wordt door haar geattendeerd op zijn
snurken. Hij vraagt om tips.
▪ Is een nieuwe patiënt met hypertensie en rugklachten na het stoppen met sporten
1.2 CLINISCHE EVALUATIE EN DIFFERENTIËLE DIA GNOSTIEK
De aanpak van snurkklachten vereist een grondige anamnese en klinisch onderzoek, waarbij pragmatische oplossingen
worden afgewogen tegen verder onderzoek.
• Anamnese:
o Medicatiegebruik
▪ hypertensie (bètablokkers, ACE-I, diuretica), hypercholesterolemie (antilipidica), diabetes
(metformine), cardiovasculaire aandoeningen (acetylsalicylzuur).
o Cardiovasculaire voorgeschiedenis
▪ myocardinfarct, hypertensie.
o Relevante symptomen
▪ Dyspneu bij inspanning (traplopen), ademhalingsmoeilijkheden, vermoeidheid.
o Leefgewoonten
▪ roken, alcoholgebruik, werk (bv. beenhouwer).
o Familiale voorgeschiedenis van slaapgerelateerde aandoeningen.
1
,• Klinisch onderzoek ⇾ kijken naar determinanten voor faryngeale collaps
o Bloeddrukmeting:
▪ Verhoogde bloeddruk (bv. 165/105 mmHg bij Jeff, 150/95 mmHg bij Ian) kan duiden op
onderliggende problemen zoals hypertensie of slaapapneu.
o Gewicht en BMI:
▪ Obesitas is een significante risicofactor (BMI 42 bij Jeff, BMI 27 bij Ian na stoppen met sporten).
▪ Centrale adipositas (buikomtrek) is ook relevant.
o Inspectie van de luchtwegen:
▪ Nekdiameter:
▪ Dikke nek kan inspectie bemoeilijken
▪ Vergrootte diameter zorgt voor een verhoging extraluminale (+) druk
▪ Tong en zacht verhemelte:
▪ Beoordelen hoe de tong de keelholte maskeert.
▪ Magroglossie
▪ Mallampati score:
▪ Classificatie van de zichtbaarheid van de farynx en tonsillen.
▪ Classe III – IV verhoogd het risico op OSAS
▪ Tonsillen:
▪ Krootte en positie (bv. Friedman tonsil score).
▪ Vergrote tonsillen (kissing tonsils) kunnen obstructie veroorzaken.
▪ Mandibulaire positie:
▪ Retrognathie (achterstand van de onderkaak) en overbeet kan de tongpositie
beïnvloeden en bijdragen aan obstructie.
o Perifeer oedeem:
▪ Discrete pitting oedeem kan wijzen op cardiovasculaire problemen of veneuze stase.
2
, 1.3 PRAGMATISCHE BENADERINGEN VERSUS DIAGNOSTISCH ONDERZO EK
1. Neusdoorgankelijkheid Gebruik van neusstrips of dilatoren om de neusdoorgang te verruimen
(Relevant voor ~5-10% van snurkproblemen, belangrijker bij kinderen.)
2. Antisnurk sprays Sprays gericht op de keel om de weefsels te smeren of te verstevigen.
Wetenschappelijke onderbouwing is beperkt.
3. Oordopjes of apart slapen Een oplossing gericht op de partner om de geluidsoverlast te verminderen, of een scheiding
van slaapruimtes.
4. Gewichtsverlies Cruciaal bij patiënten met obesitas.
Vermindert de vetophoping in de keelregio en verbetert de luchtdoorgang. (Voor Jeff met BMI
42 is dit een primaire aanbeveling.)
5. Tennisbal in pyjama Een methode om rugligging te ontmoedigen, wat snurken kan verminderen.
6. Doorsturen naar testcentrum Essentieel bij vermoeden van slaapapneu, waar polysomnografie of polygraphie de diagnose
kan bevestigen.
• Een grondige anamnese en klinisch onderzoek zijn noodzakelijk om de oorzaak van het snurken te bepalen en de
meest geschikte behandeling te selecteren.
• Bij twijfel of vermoeden van slaapapneu is doorverwijzing naar een slaaplaboratorium geïndiceerd voor
diagnostische tests.
3
, 2. PATHOFYSIOLOGIE VAN OBSTRUCTIEF SLAAPAPNEU
2.1 HET VERNAUWDE LUCHTWEGSYNDROOM
• Obstructief slaapapneu (OSA)
o Wordt primair veroorzaakt door een dynamische vernauwing van de bovenste luchtwegen, met name de
farynx
o Niet neus die een rol speelt
• De farynx is een 'slappe buis' zonder kraakbeenondersteuning, waardoor deze gevoelig is voor collaps, vooral
tijdens de slaap.
ROL VAN OROFARYNGEALE SPIEREN
• Wakkere toestand:
o Een continue (tonische) activiteit van de orofaryngeale dilatatorspieren handhaaft de
luchtwegpatentie.
o Bij toenemende negatieve druk tijdens inademing treedt een fasede toename van deze spiertonus op
om collaps te voorkomen.
• Slaaptoestand:
o Spiermetrelaxatie tijdens de slaap leidt fysiologisch tot een vernauwing van de farynxdoorsnede.
o Bij de meeste individuen is deze vernauwing gecompenseerd door een grote faryngeale diameter
(reservecapaciteit), waardoor er geen flowlimitatie ontstaat.
Het handhaven van luchtwegpatentie vereist een actief samenspel tussen passieve anatomische kenmerken en actieve
spieractiviteit, waarbij slaap de dynamiek significant beïnvloedt.
SPECTRUM VAN LUCHTWEGVERNAUWING
• De mate van faryngeale vernauwing kan variëren van fysiologisch tot pathologisch, met impact op de luchtstroom
Stadium Luchtwegvernauwing Luchtstroom Kenmerken
Normaal Fysiologische vernauwing Voldoende Geen flowlimitatie
Snurken Verhoogde vernauwing, turbulentie Gereduceerd, turbulent Vibraties weefsel
Hypopneu Meer uitgesproken vernauwing, gereduceerd Significant gereduceerd Onvoldoende voor O2-
volume opname/CO2-afvoer
Apneu Totale collaps, geen luchtverplaatsing Geen luchtverplaatsing Geen ademhaling
4