1 Preventief aan de slag
Leerdoel: Je kan de vier (of vijf) vaardigheden in het creëren van een veilig
klasklimaat uitleggen, illustreren met voorbeelden en herkennen in een casus.
Welke vijf vaardigheden kan een leerkracht inzetten om een veilig en
motiverend klasklimaat te creëren, en hoe illustreer je deze met
voorbeelden?
Om een veilig en ABC-ondersteunend klasklimaat te creëren, kan een leerkracht
de volgende vijf vaardigheden inzetten:
1 Leiding geven, afspraken maken, grenzen stellen en routines inbouwen : Dit
zorgt voor structuur en duidelijkheid, rust en voorspelbaarheid.
2 Monitoring (toezicht houden): Leerlingen opvolgen en toezicht houden,
ook buiten de klas, zorgt voor een veilig gevoel en vertrouwen. Een evenwicht
tussen nabijheid en afstand is belangrijk; je toont interesse, maar durft ook op
te treden bij grensoverschrijdend gedrag ((maar bv niet meenemen naar
huis)).
3 Keuzevrijheid bieden: Dit zorgt voor eigenaarschap en ondersteunt de
behoefte aan autonomie. Je kan dit doen door keuzemogelijkheden te geven,
de relevantie van leerstof aan te tonen en het perspectief van de leerling in te
nemen.
4 Positieve betrokkenheid tonen: Dit zorgt voor verbinding. De leerkracht
toont oprechte interesse, waardoor leerlingen voelen dat ze de moeite waard
zijn en zichzelf mogen zijn binnen de grenzen. Een voorbeeld is leerlingen
begroeten aan de deur bij de start van de les.
5 Positieve en constructieve bekrachtiging: Dit ondersteunt de behoefte
aan competentie. Je vertrekt vanuit het kunnen van de leerling, benadrukt dat
fouten maken mag en beloont kleine stappen in de goede richting.
Hoe kan je uit een casus herkennen welke van de vijf vaardigheden voor
een veilig klasklimaat de leerkracht toepast?
Bij het analyseren van een casus zoek je naar specifieke handelingen van de
leerkracht:
Als de leerkracht regels uitlegt, het schoolreglement toepast of vaste
procedures hanteert (zoals een vaste start van de les), past hij structuur en
duidelijkheid toe.
Als de leerkracht zichtbaar aanwezig is tijdens de speeltijd, toezicht houdt in
de gangen of ingrijpt bij ruzies buiten de les, toont hij monitoring.
Als de leerkracht leerlingen laat kiezen tussen werkvormen of onderwerpen,
past hij keuzevrijheid toe.
Als de leerkracht informeert naar de hobby's van de leerling, oogcontact
maakt of de leerling aan de deur begroet, toont hij positieve
betrokkenheid.
, Als de leerkracht een leerling een compliment geeft voor goed gedrag of een
behaald succes viert, toont hij positieve bekrachtiging.
Leerdoel: Je kan enkele voorbeelden geven van hoe een school/leerkracht
leerlingen bij de overstap van het lager naar het secundair onderwijs kan
ondersteunen.
Op welke manieren kunnen een school en een leerkracht leerlingen
specifiek ondersteunen bij de moeilijke overstap van het lager naar het
secundair onderwijs?
De overgang naar het secundair onderwijs is spannend en kan voor angst zorgen,
waardoor het groepsdynamisch proces opnieuw start. De school en leerkracht
kunnen dit als volgt ondersteunen:
Bied de eerste schooldag onmiddellijk structuur en duidelijkheid aan,
zodat de leerlingen zich veilig voelen.
Geef de leerlingen tijd om te wennen aan de nieuwe school en aan elkaar.
Zet kennismakings- en samenwerkingsspelletjes in, zodat leerlingen op
een speelse manier aansluiting vinden.
De klasleerkracht moet zich opstellen als een belangrijke
vertrouwenspersoon.
Voorzie doorheen het jaar specifieke klasuren rond assertiviteit,
groepsvorming en conflicthantering.
Maak gebruik van een (digitale) brievenbus waar leerlingen (anoniem)
berichten kunnen achterlaten.
Leerdoel: Je kan enkele methodieken/spellen opnoemen die een veilige klassfeer
bevorderen.
Welke methodieken of spellen kan je als leerkracht inzetten om
preventief een veilige klassfeer en positieve groepsdynamiek te
bevorderen?
Er zijn verschillende methodieken en tools beschikbaar om een veilige sfeer te
creëren en probleemgedrag te voorkomen:
Happy Snacks en de geluksdriehoek.
Sometics (om sociale verbindingen via een sociogram in kaart te brengen).
Sidekick Sam.
Grensgewijs.
De Rustbox.
Rots en Water (om veerkracht te stimuleren).
"#een jaar lang tegen pesten".
Methodieken zoals "De vijf geboden voor je groep" of "Fotoboek voor je
groep".
, Pro-actieve cirkels.
Leerdoel: Je kan uitleggen hoe de pro-actieve cirkel werkt.
Hoe werkt de methodiek van de pro-actieve cirkel in de klas?
De klas/groep zit in een cirkel zodat iedereen elkaar kan zien en er geen
hiërarchie is. Ook de leerkracht zit best in de cirkel. Er wordt een object (bv. een
praatstok) gebruikt. Alleen wie het voorwerp vasthoudt, mag spreken. De rest
luistert actief. De begeleider stelt een vraag. Dit kan van oppervlakkig naar
dieper gaan. Je bepaalt zelf hoeveel je deelt, er zijn geen oordelen en wat in de
groep gezegd wordt, blijft ook in de groep. Door regelmatig deze activiteit te
doen en te praten over waarden en gevoelens, bouw je vertrouwen op.
2 Alarmsignalen
Leerdoel: Je kan uitleggen hoe problematisch gedrag bij leerlingen veroorzaakt
en versterkt wordt a.d.h.v. één van de aangereikte modellen/schema’s en dit
toepassen op een casus.
Hoe wordt problematisch gedrag veroorzaakt en versterkt volgens het
model van de 'cirkel van onbegrip' (de conflictcyclus)?
Probleemgedrag is vaak een uiting van onderliggende angst, stress of onmacht.
Volgens de cirkel van onbegrip (conflictcyclus) verloopt dit in de volgende
stappen:
1 Het negatieve denkschema: De leerling voelt zich minderwaardig en
angstig. Door eerdere negatieve ervaringen ziet hij volwassenen als
onbetrouwbaar en de wereld als onveilig, waardoor hij in constante
waakzaamheid leeft.
2 De trigger: Er doet zich een neutrale gebeurtenis voor, maar de leerling
interpreteert dit via zijn negatieve denkschema als een bewuste aanval.
3 De reactie van de leerling: De leerling schiet in overlevingsmodus en
verliest de controle. Hij reageert met vechten (agressie, schelden), vluchten
(weglopen) of bevriezen (zwijgen).
4 De reactie van de leerkracht: De leerkracht ziet enkel de agressie,
reageert vanuit zijn eigen normen en waarden en treedt kordaat op tegen het
gedrag of raakt gefrustreerd en straft de leerling.
5 De bevestiging: De bestraffende of onbegripvolle reactie van de leerkracht
lokt precies datgene uit waar de leerling bang voor was. De leerling denkt "zie
je wel, de leerkracht is tegen mij". Het negatieve denkschema is bevestigd, de
cyclus is rond en de leerling zal de volgende keer nog sneller agressief
reageren.
Hoe wordt problematisch gedrag verklaard door het model van 'Aanleg
en omgeving' en het 'Sociaal-interactioneel model van Patterson'?
Model Aanleg en omgeving: Probleemgedrag ontstaat als een combinatie
van kenmerken van het kind (aanleg, persoonlijkheid) en de omgeving
(opvoedingsvaardigheden van ouders, SES, sociale steun). Deze factoren
Leerdoel: Je kan de vier (of vijf) vaardigheden in het creëren van een veilig
klasklimaat uitleggen, illustreren met voorbeelden en herkennen in een casus.
Welke vijf vaardigheden kan een leerkracht inzetten om een veilig en
motiverend klasklimaat te creëren, en hoe illustreer je deze met
voorbeelden?
Om een veilig en ABC-ondersteunend klasklimaat te creëren, kan een leerkracht
de volgende vijf vaardigheden inzetten:
1 Leiding geven, afspraken maken, grenzen stellen en routines inbouwen : Dit
zorgt voor structuur en duidelijkheid, rust en voorspelbaarheid.
2 Monitoring (toezicht houden): Leerlingen opvolgen en toezicht houden,
ook buiten de klas, zorgt voor een veilig gevoel en vertrouwen. Een evenwicht
tussen nabijheid en afstand is belangrijk; je toont interesse, maar durft ook op
te treden bij grensoverschrijdend gedrag ((maar bv niet meenemen naar
huis)).
3 Keuzevrijheid bieden: Dit zorgt voor eigenaarschap en ondersteunt de
behoefte aan autonomie. Je kan dit doen door keuzemogelijkheden te geven,
de relevantie van leerstof aan te tonen en het perspectief van de leerling in te
nemen.
4 Positieve betrokkenheid tonen: Dit zorgt voor verbinding. De leerkracht
toont oprechte interesse, waardoor leerlingen voelen dat ze de moeite waard
zijn en zichzelf mogen zijn binnen de grenzen. Een voorbeeld is leerlingen
begroeten aan de deur bij de start van de les.
5 Positieve en constructieve bekrachtiging: Dit ondersteunt de behoefte
aan competentie. Je vertrekt vanuit het kunnen van de leerling, benadrukt dat
fouten maken mag en beloont kleine stappen in de goede richting.
Hoe kan je uit een casus herkennen welke van de vijf vaardigheden voor
een veilig klasklimaat de leerkracht toepast?
Bij het analyseren van een casus zoek je naar specifieke handelingen van de
leerkracht:
Als de leerkracht regels uitlegt, het schoolreglement toepast of vaste
procedures hanteert (zoals een vaste start van de les), past hij structuur en
duidelijkheid toe.
Als de leerkracht zichtbaar aanwezig is tijdens de speeltijd, toezicht houdt in
de gangen of ingrijpt bij ruzies buiten de les, toont hij monitoring.
Als de leerkracht leerlingen laat kiezen tussen werkvormen of onderwerpen,
past hij keuzevrijheid toe.
Als de leerkracht informeert naar de hobby's van de leerling, oogcontact
maakt of de leerling aan de deur begroet, toont hij positieve
betrokkenheid.
, Als de leerkracht een leerling een compliment geeft voor goed gedrag of een
behaald succes viert, toont hij positieve bekrachtiging.
Leerdoel: Je kan enkele voorbeelden geven van hoe een school/leerkracht
leerlingen bij de overstap van het lager naar het secundair onderwijs kan
ondersteunen.
Op welke manieren kunnen een school en een leerkracht leerlingen
specifiek ondersteunen bij de moeilijke overstap van het lager naar het
secundair onderwijs?
De overgang naar het secundair onderwijs is spannend en kan voor angst zorgen,
waardoor het groepsdynamisch proces opnieuw start. De school en leerkracht
kunnen dit als volgt ondersteunen:
Bied de eerste schooldag onmiddellijk structuur en duidelijkheid aan,
zodat de leerlingen zich veilig voelen.
Geef de leerlingen tijd om te wennen aan de nieuwe school en aan elkaar.
Zet kennismakings- en samenwerkingsspelletjes in, zodat leerlingen op
een speelse manier aansluiting vinden.
De klasleerkracht moet zich opstellen als een belangrijke
vertrouwenspersoon.
Voorzie doorheen het jaar specifieke klasuren rond assertiviteit,
groepsvorming en conflicthantering.
Maak gebruik van een (digitale) brievenbus waar leerlingen (anoniem)
berichten kunnen achterlaten.
Leerdoel: Je kan enkele methodieken/spellen opnoemen die een veilige klassfeer
bevorderen.
Welke methodieken of spellen kan je als leerkracht inzetten om
preventief een veilige klassfeer en positieve groepsdynamiek te
bevorderen?
Er zijn verschillende methodieken en tools beschikbaar om een veilige sfeer te
creëren en probleemgedrag te voorkomen:
Happy Snacks en de geluksdriehoek.
Sometics (om sociale verbindingen via een sociogram in kaart te brengen).
Sidekick Sam.
Grensgewijs.
De Rustbox.
Rots en Water (om veerkracht te stimuleren).
"#een jaar lang tegen pesten".
Methodieken zoals "De vijf geboden voor je groep" of "Fotoboek voor je
groep".
, Pro-actieve cirkels.
Leerdoel: Je kan uitleggen hoe de pro-actieve cirkel werkt.
Hoe werkt de methodiek van de pro-actieve cirkel in de klas?
De klas/groep zit in een cirkel zodat iedereen elkaar kan zien en er geen
hiërarchie is. Ook de leerkracht zit best in de cirkel. Er wordt een object (bv. een
praatstok) gebruikt. Alleen wie het voorwerp vasthoudt, mag spreken. De rest
luistert actief. De begeleider stelt een vraag. Dit kan van oppervlakkig naar
dieper gaan. Je bepaalt zelf hoeveel je deelt, er zijn geen oordelen en wat in de
groep gezegd wordt, blijft ook in de groep. Door regelmatig deze activiteit te
doen en te praten over waarden en gevoelens, bouw je vertrouwen op.
2 Alarmsignalen
Leerdoel: Je kan uitleggen hoe problematisch gedrag bij leerlingen veroorzaakt
en versterkt wordt a.d.h.v. één van de aangereikte modellen/schema’s en dit
toepassen op een casus.
Hoe wordt problematisch gedrag veroorzaakt en versterkt volgens het
model van de 'cirkel van onbegrip' (de conflictcyclus)?
Probleemgedrag is vaak een uiting van onderliggende angst, stress of onmacht.
Volgens de cirkel van onbegrip (conflictcyclus) verloopt dit in de volgende
stappen:
1 Het negatieve denkschema: De leerling voelt zich minderwaardig en
angstig. Door eerdere negatieve ervaringen ziet hij volwassenen als
onbetrouwbaar en de wereld als onveilig, waardoor hij in constante
waakzaamheid leeft.
2 De trigger: Er doet zich een neutrale gebeurtenis voor, maar de leerling
interpreteert dit via zijn negatieve denkschema als een bewuste aanval.
3 De reactie van de leerling: De leerling schiet in overlevingsmodus en
verliest de controle. Hij reageert met vechten (agressie, schelden), vluchten
(weglopen) of bevriezen (zwijgen).
4 De reactie van de leerkracht: De leerkracht ziet enkel de agressie,
reageert vanuit zijn eigen normen en waarden en treedt kordaat op tegen het
gedrag of raakt gefrustreerd en straft de leerling.
5 De bevestiging: De bestraffende of onbegripvolle reactie van de leerkracht
lokt precies datgene uit waar de leerling bang voor was. De leerling denkt "zie
je wel, de leerkracht is tegen mij". Het negatieve denkschema is bevestigd, de
cyclus is rond en de leerling zal de volgende keer nog sneller agressief
reageren.
Hoe wordt problematisch gedrag verklaard door het model van 'Aanleg
en omgeving' en het 'Sociaal-interactioneel model van Patterson'?
Model Aanleg en omgeving: Probleemgedrag ontstaat als een combinatie
van kenmerken van het kind (aanleg, persoonlijkheid) en de omgeving
(opvoedingsvaardigheden van ouders, SES, sociale steun). Deze factoren