onthaalonderwijs
Waar staat OKAN voor en wat zijn de toelatingsvoorwaarden?
OKAN staat voor Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers (of
Onthaalonderwijs). De toelatingsvoorwaarden voor het secundair onderwijs zijn:
Een nieuwkomer zijn en maximaal één jaar ononderbroken in België verblijven
(maar klassenraad kan hierin een uitzondering maken rond verblijfsduur,
leeftijd of schoolloopbaan).
Op 31 december van het schooljaar minstens 12 jaar en nog geen 18 jaar zijn.
Niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal hebben.
Onvoldoende Nederlands spreken of begrijpen om de lessen goed te kunnen
volgen.
Maximaal 9 maanden ingeschreven zijn in een onderwijsinstelling met het
Nederlands als onderwijstaal (vakantiemaanden juli en augustus niet
inbegrepen, tenzij de klassenraad anders beslist).
Wat zijn de doelstellingen, de duur en de leerplannen van OKAN?
Doel:
Nederlands leren om te kunnen doorstromen naar het regulier secundair
onderwijs, volwassenenonderwijs of de arbeidsmarkt, gecombineerd met
inburgering (hoe Belgische maatschappij werkt (Openbaar vervoer, nadruk op
stiptheid …).
Duur:
Standaard 1 jaar (maar scholen opteren soms voor een 2de jaar of een
schakelklas). Aan het einde krijgen ze een attest van regelmatige lesbijwoning
(wat een vrijstelling geeft voor het inburgeringstraject) en een advies van de
klassenraad. Op de vervolgschool krijgen ze vaak nog ondersteuning van een
vervolgschoolcoach (soms via het COVAAR-project).
Leerplannen:
Er zijn geen vaste leerplannen. Wel zijn er 25 ontwikkelingsdoelen:
17 taaldoelen (opgebouwd rond 5 taalhandelingen), 4 algemene doelen en 4
attitudes.
In het voorjaar van 2022 was er een grote piek in inschrijvingen door:
de oorlog in Oekraïne.
Welke 4 leerlingentypes zijn er binnen OKAN?:
Ex-OKAN-leerlingen zijn een erg heterogene groep. We onderscheiden 4 types op
basis van scholingsgraad:
1 Gelijkgeschoolde leerlingen: Hebben een continue schoolcarrière in het
thuisland met een gelijkaardige vakinhoud (enkel didactiek en
studiemethodes kunnen verschillen).
,2 Andersgeschoolde leerlingen: Hebben een continue schoolcarrière in het
thuisland, maar een sterk verschillende vakinhoud en een ander
onderwijssysteem (didactiek en studiemethodes verschillen).
3 Laaggeschoolde leerlingen: Hebben een discontinue schoolcarrière (bv.
door oorlog), wat leidt tot een gebrek aan voorkennis en gebrekkige
basisvaardigheden (rekenen, lezen, schrijven).
4 Ongeschoolde leerlingen: Geen schoolcarrière, lage alfabetiseringsgraad
(lezen, schrijven, rekenen, digitale vaardigheden) en hebben een inzicht dat
zich vaak beperkt tot het 'hier en nu' (weinig kennis van de wereld).
Welke moeilijkheden en valkuilen ervaren ex-OKAN-leerlingen in het
reguliere onderwijs (gevolg)? Veel leerlingen lopen na OKAN vertraging op.
Valkuilen in de klas: Voorkennis ontbreekt (of ze hebben een ander
referentiekader), vakjargon is te zwaar, toetsen maken en notities nemen
duren te lang (ze hebben meer decodeertijd nodig).
Twee soorten Nederlands: Ze worden geconfronteerd met het Nederlands
van de leerkracht (schooltaal) en het Nederlands van de speelplaats (dialect,
chattaal).
Cijfers: Het watervaleffect is sterk: 20% zakt na een jaar van de
doorstroomfinaliteit (D) naar de dubbele finaliteit (D/A) of
arbeidsmarktfinaliteit (A). De kans op zittenblijven is enorm.
Hoe verloopt het proces van taalverwerving bij anderstaligen?
Taalverwerving is een proces van leren door te proberen (trial-and-error)
Fases: Het begint altijd met een stille periode waarin de leerling alleen
luistert en leest. De leerkracht moet dit respecteren. Daarna volgt de
aanspreekbaarheidsfase: basiscommunicatie voor het ‘hier en nu’ en pas later
de taal-denkfase: de mogelijkheid om over complexe of abstracte zaken na te
denken.
Voorwaarden: Er moet een rijk taalaanbod zijn en de taalleerder moet veel
kansen krijgen om de taal te oefenen via interactie.
Impliciet vs. expliciet (aanpak/taalverwerving): In alle vakken wordt taal
geoefend door er simpelweg mee bezig te zijn (impliciet), maar leerkrachten
moeten ook doelbewust belangrijke woordenschat aanleren (expliciet)
Taalvaardigheidstoetsen
Welke taalvaardigheidstoetsen bestaan er in het secundair onderwijs
om de beginsituatie van leerlingen te bepalen?
TAS: Taalvaardigheidstoets Aanvang Secundair onderwijs
Voor 1e jaar A en B-stroom
Screenen of een leerling extra taalsteun nodig heeft om de lessen te kunnen
volgen.
TIST: Taalvaardigheidstoets Instroom Tweede jaar Secundair onderwijs
(opvolger van TAS, maar dan bij de start van het 2e jaar).
, TASAN: Taalvaardigheid Aanvang Secundair onderwijs Anderstalige
Nieuwkomers
Om het niveau van luisteren, lezen en schrijven na OKAN te bepalen.
Diataal: Een commercieel taaltoetspakket (geen overheidstoets) voor
leerlingen van 10 tot 15 jaar (meerdere screeningsmomenten). Bestaat uit:
o Diatekst (begrijpend lezen)
o Diawoord (woordenschat)
o Diafoon (luistervaardigheid)
o Diaspel (spelling en taalbeschouwing)
o Diaplus (materialen en suggesties voor taalondersteuning)
CAT en DAT
Wat is het verschil tussen DAT en CAT?
Taalontwikkeling gaat van alledaagse taal naar schooltaal (een proces dat tot wel
7 jaar duurt).
DAT (Dagelijks Algemeen Taalgebruik): Is de omgangstaal / thuistaal.
Eenvoudige mondelinge taal
˗ Eenvoudige zinsbouw
˗ Woorden met alledaagse betekenis
Interactie
˗ Eenvoudige communicatie
˗ Taalhandelingen (iemand groeten, bestellen, weg vragen)
Contextuele steun
˗ Gebeurtenissen die dichtbij staan – nabije omgeving
˗ Kortgeleden
˗ Bv. gebeurtenissen op het werk, overstekende kat, voetbalwedstrijd, het weer… jij en
gesprekspartner weten beiden waarover het gaat, voorkennis voor beiden, je kan eventueel
wijzen
Concreet taalgebruik
˗ Hoe concreter de taal, hoe meer je met je handen en voeten kunt praten
omdat de “werkelijkheid” erbij staat (tastbaar, alledaags)
CAT (Cognitief Abstract / Academisch Taalgebruik): Is de schooltaal en
vaktaal.
Taalgebruik is vooral schriftelijk
- Leren uit schriftelijke teksten
- Weinig mogelijkheden tot vragen stellen
- Proefwerken meestal schriftelijk (in alledaagse situatie minder belangrijk)
- Wat wordt er precies bedoeld?, begrijp ik het wel goed?
- (Lln. moeten op school veel meer nadenken over wat er gezegd en gelezen
wordt dan ze buiten school gewoon zijn te doen)