ADEMHALINGSSTELSEL [E0I80A]
LOTJESSVS GNK 3DE BACH 2025/2026
Examen: 60 MPC
1
,Diagnostische methoden: Prof W. De Wever
DEEL 1: BEELDVORMING VD THORAX
1. INLEIDING: BEELDVORMINGSTECHNIEKEN VAN DE THORAX
Er zijn verschillende radiologische technieken beschikbaar voor het onderzoeken van de thorax. De keuze
voor een specifieke techniek hangt af van de patiënt, de vermoedelijke pathologie, beschikbaarheid,
stralingsdosis, expertise en kostprijs.
Overzicht van beschikbare technieken:
• Standaardradiografie (Chest X-ray / RX Thorax): Basis radiologisch onderzoek.
• Computertomografie (CT-scan): Tweedelijns onderzoek voor dwarsdoorsneden en details.
• Fluoroscopie: Dynamisch röntgenonderzoek ('filmpje').
• Echografie (Transthoracic Ultrasound): Voor pleura, diafragma en hart (niet voor het
longparenchym zelf vanwege de lucht).
• MRI (Magnetic Resonance Imaging): Voor weke delen, hersenmetastasen of vasculaire
structuren, zonder ioniserende straling.
• Nucleaire Geneeskunde & PET: Voor metabole activiteit en longperfusie/ventilatiescans.
• Pulmonale Angiografie: Voor het bestuderen van de vasculaire circulatie (steeds vaker
vervangen door CT-angiografie).
Thorax X-ray
2. DE STANDAARDRADIOGRAFIE (RX THORAX)
Basisprincipes & Karakteristieken
• De RX-thorax is het meest uitgevoerde radiologische onderzoek.
• Het is een projectiebeeld: een 3D-structuur (de patiënt) wordt geprojecteerd op een 2D-beeld.
• De grootste uitdaging: Overlapping (superimpositie) van anatomische structuren zoals bot,
spierweefsel en organen, wat leidt tot 'anatomische ruis'.
• Oplossingen voor overlapping: Meerdere opnames maken vanuit verschillende hoeken (bijv. zij-
aanzicht) of overschakelen op dwarsdoorsnede beeldvorming (CT).
• Alle standaardopnames worden gemaakt tijdens maximale inspiratie (inademing).
Stralingsdosis (Ter referentie)
• Vooraanzicht (PA): 0,02 mSv.
• Zijaanzicht (Lateraal): 0,08 mSv.
Indicaties vs. Niet-indicaties
Wel een indicatie (Wanneer RX uitvoeren?) Geen indicatie (Niet zinvol)
2
,Tekens en symptomen van het respiratoir of Routine screening bij een ongeselecteerde
cardiovasculair systeem populatie
Follow-up van een reeds gekende thoracale ziekte Routine prenatale RX voor onverwachte
(verbetering of progressie) ziektes
Stagering van intra- of extrathoracale tumoren Routine RX enkel en alleen vanwege een
ziekenhuisopname
Pre-operatieve evaluatie bij hart/long-klachten of Verplichte RX voor tewerkstelling
verwachte peri-operatieve risico's (arbeidsgeneeskunde)
Opvolging van patiënten met 'life support devices' Herhaalde routine RX na opname in een
(katheters/tubes) of na hart/longchirurgie langdurige zorginstelling
3. OPNAMETECHNIEKEN (PROJECTIES)
A. POSTERO-ANTERIEURE (PA) OPNAME (VOORAANZICHT)
• Houding: Patiënt staat recht met de buik tegen de detector. De stralen komen van achteren
(posterieur) en gaan naar voren (anterieur).
• Afstand: Röntgenbuis staat op 2 meter afstand van de detector om het vergrotingseffect van het
hart tot een minimum te beperken.
• Stralingstype:
o Harde straling (130-150 kV): Optimaal voor visualisatie van longen en mediastinum.
o Wekere straling (70-80 kV): Optimaal voor visualisatie van de beenderige thorax.
B. LATERALE OPNAME (ZIJAANZICHT / PROFIEL)
• Houding: Patiënt staat recht met de zijkant tegen de detector.
• Nut: Betere lokalisatie van afwijkingen die op de PA-opname gezien zijn (exacte voor-
achterwaartse positie), betere beoordeling van lobaire/segmentaire locatie, en betere
visualisatie van structuren op de mediaanlijn en hili.
3
, C. BEDRADIOGRAFIE (ANTERO -POSTERIEURE / AP OPNAME)
• Houding: Liggend in bed (bij ernstig zieke patiënten).
• Nadelen: Bevat minder diagnostische informatie. De röntgenbron is zwakker (langere
belichtingstijd nodig) en het hart vertoont een vergrotingseffect omdat de detector onder de rug
ligt.
D. SPECIFIEKE/AANVULLENDE OPNAMES
• Expiratie opname: Gemaakt tijdens uitademing. Zeer nuttig om de beweging van het diafragma
te beoordelen en om een pneumothorax op te sporen die op de inspiratiefoto onzichtbaar was.
• Lateral decubitus: Patiënt ligt op de zij, met een horizontale stralenbundel. Vooral gebruikt om
vrij pleuravocht aan te tonen (verschuift onder invloed van de zwaartekracht).
4. SEMEIOLOGIE: HOE LEES JE EEN RX -THORAX?
Een systematische beoordeling is cruciaal en omvat 5 stappen:
1. Herkennen van afwijkingen: Veranderingen in densiteit (doorlaatbaarheid/translucency) of
verplaatsing van structuren.
2. Semeiologie van de afwijking: Beschrijven van locatie (long, pleura, bot), radiodensiteit,
grootte, vorm, begrenzing (scherp vs. Onscherp*), en of het solitair/multipel is.
3. Bijkomende afwijkingen: Zoeken naar geassocieerde tekens (bijv. is het mediastinum
verschoven?).
4. Evolutie in de tijd: Altijd vergelijken met oude RX-beelden!
5. Klinische context: Alle bevindingen integreren met de klachten van de patiënt.
Typische Pathologische Bevindingen op RX:
Type Afwijking Anatomische Mogelijke Betekenis / Voorbeelden
Locatie
Pathologische Thoraxwand Ontsteking of tumor van huid/onderhuids weefsel.
Verdichtingen (witter op RX)
4