1.1 Lehman Brothers – 2008 (ruim 10 jaar, na de financiële crisis)
De ondergang van Lehman Brothers in 2008 was meer dan het faillissement van één bank. Het wordt
gezien als een systeemschok voor de wereldeconomie.
1.1.1 Waarom een systeemschok?
Grote banken werden beschouwd als “too big to fail”: men ging ervan uit dat ze niet failliet
kónden gaan, omdat dat het hele financiële systeem zou ontwrichten.
Toch liet de Amerikaanse overheid Lehman Brothers failliet gaan. Dat zorgde voor paniek en
verlies van vertrouwen in het financiële systeem.
1.1.2 Gevolgen voor de financiële markten
Banken vertrouwden elkaar niet meer → kredietverlening viel stil.
Beurzen stortten in, bedrijven kregen geen leningen meer, economieën gingen in recessie.
1.1.3 Financiële markten zijn niet meer gescheiden
Voor 2008 leek het alsof financiële markten (banken, beurzen) los stonden van politiek.
De crisis liet zien dat dit niet klopt:
o Overheden moesten banken redden met belastinggeld.
o Centrale banken (zoals de ECB en de Fed) grepen massaal in met noodmaatregelen.
1.1.3.1 Conclusie
Omdat financiële markten sterk verweven zijn met politiek en beleid, moet je niet alleen
economische factoren volgen (rentes, groei, inflatie), maar ook politieke factoren zoals:
Overheidsingrijpen
Regelgeving
Internationale politieke spanningen
1.2 Corona
In maart 2020 is de beurs gecrasht, ze is hersteld in april een maand later
Beurs hersteld altijd, ongeacht welke soort crisis
1
,1.3 Amerika
De Verenigde Staten reageren vaak sneller en agressiever op economische problemen dan andere
regio’s (zoals Europa).
Dat komt vooral door de manier waarop hun centrale bank werkt.
1.3.1 Jerome Powell
Jerome Powell is de voorzitter van de centrale bank van Amerika.
De Federal Reserve kan snel beslissingen nemen over renteverlagingen, renteverhogingen en
noodmaatregelen.
Ze hoeft minder rekening te houden met meerdere landen of regeringen (zoals de ECB wel moet
doen in Europa).
Daardoor kan Amerika sneller ingrijpen bij crises.
1.4 Elke beweging ontstaat door een ‘verwachting’
Financiële markten reageren niet op wat er nú gebeurt, maar op wat ze denken dat gaat gebeuren.
1.4.1 Voorbeelden
Verwachting dat de rente gaat stijgen → aandelen dalen nu al
Verwachting dat de economie afkoelt → obligaties stijgen
Verwachting dat de Fed ingrijpt → markten reageren vóórdat het beleid er echt is
De verwachting is vaak belangrijker dan het feit zelf.
1.5 1. Ontwikkeling van het financiewezen en economische groei
1.5.1 Economische groei gaat vaak samen met twee grote ontwikkelingen
1.5.1.1 1. Monetarisering van de economie
Steeds meer economische activiteiten verlopen via geld en het financiële systeem.
Mensen sparen bij banken, lenen geld, investeren via markten i.p.v. ruilhandel of directe betaling.
2
,1.5.1.2 2. Uitbreiding en verdieping van het financiewezen
Het financiële systeem wordt groter (meer banken, fondsen, markten)
Én complexer (meer producten en technieken).
Hierdoor ontstaan nieuwe financiële instrumenten, vooral vanaf de jaren 80.
1.5.2 Nieuwe financiële instrumenten
1.5.2.1 Eerste golf (± 20–30 jaar geleden)
Opties en futures
→ Contracten die inspelen op toekomstige prijsbewegingen
→ Oorspronkelijk bedoeld om risico’s af te dekken
1.5.2.2 Daarna: complexere producten
CDO (Collateralized Debt Obligations)
CDS (Credit Default Swaps)
Deze worden vaak “gesofisticeerde” of complexe instrumenten genoemd, omdat:
Ze meerdere lagen bevatten
Ze moeilijk te doorgronden zijn
Het risico niet altijd duidelijk zichtbaar is
1.5.3 Turbo / hefboomwerking (leverage)
1.5.3.1 Voorbeeld:
Je hebt 1 euro op je rekening
Je wil een aandeel kopen van 5
Je leent 4 bij de bank
Je investeert met geleend geld → Dit is een hefboom (turbo)
1.5.3.2 Twee mogelijke uitkomsten
1.5.3.2.1 1. Positief (turbo naar boven) in goede zin
Aandeel stijgt van 5 naar 10
3
, Je winst is groot in verhouding tot je eigen inbreng (1)
1.5.3.2.2 2. Negatief (turbo naar beneden)
Aandeel daalt sterk
Je verliest niet alleen je eigen geld
Je moet ook de lening aan de bank terugbetalen
o Verliezen worden dus extra groot
1.5.4 Hefboomfondsen
Sommige fondsen gebruiken deze hefboomwerking massaal
Daardoor kunnen ze:
o Hoge winsten maken
o Maar ook enorme verliezen veroorzaken
In sommige landen is dit verboden voor particuliere beleggers,
maar het komt toch voor omdat het:
Verborgen zit in complexe producten
Moeilijk te herkennen is voor niet-professionelen
1.5.5 CDO’s en “in default gaan”
Dat betekent: de schuldenaar kan zijn lening niet meer terugbetalen
De bank beseft: “We gaan ons geld waarschijnlijk niet terugzien”
1.5.5.1 Wat doen banken met dat risico?
Ze proberen het door te schuiven of te verzekeren
Dat gebeurt via CDS (Credit Default Swaps)
1.5.5.1.1 CDS = verzekering tegen faillissement
Een CDS werkt als een soort verzekering
De bank betaalt een premie, als de lening faalt (default), krijgt de bank een vergoeding
4