HISTORISCHE SOCIOLOGIE
DE WELVAARTSTAAT
= theoretisch kader voor ontstaan wvs
WVS
= alle zaken gericht op materiele, sociale en culturele verbetering van het leven bevolking
(fondsen en organisaties opgericht hiervoor= collectivisering: van oplossingen van
problemen, reddingsboei maatshcappelijke verdrinking en publieke diensten)
=> kracht van mens= sw (heel vaak conflictueus (zie titel boek)
Samenwerking is iets logistiek: samenwerking zien als oprichten van collectieve goederen
(tegen soc prob)
=> waarom opgericht in wereld van grootmachten (kleine mens ‘nt !rijk’)?: sw=baten
- sommige baten enkel via sw (nt alleen propere lucht)
- goedkoper (park goedkoper dan iedereen tuin)
- voordelen in risicospreidinb (middelen in noodfonds voor indiv pech)
MR : nt nuttig= van de grond: politiek = conflict over samenwerken (wie betaald, wie
profiteert,….)
Toch omstandigheden die conflict overstijgen:
- groep voortrekkers (peleton)
- accute nood (zie natuurrampen, covid vaccinering)
- sterk leiderschap (vb piramides ) : machtsverschillen
??? hoe kan sw gerealiseerd worden in het belagn van de kleine mens?
- ?? hoe onstond de welvaartstaat
- ?? hoe houdt deze stand
HOOFSTUK 1 SAMENWERKING DOOR…EN VOOR DE KLEINE MENS
ORGANISATIE VAN DE SAMENWERKING
Duurzame sw= logistiek proces
1.1 wat zijn collectieve goederen
Mensen die kosten maken (geld of inspanning)=> samenwerking via collectief
goed=> baten voor de sl
Vb: school verreist belastingsgeld en daarmee geinvesteerd in leerkrachten, gebouw,
boeken=> mensen gaan ernaartoe en zo leren we bij en worden we geschoold.
Baten: collectief (propere lucht) , semicollectief (zwembad en school: controleerbr) of
individueel (pensioen)
1.2 beheer van col goed
Strategische en technische keuzes: prioriteiten, designkeuzes, uitvoeringsmodaliteiten en
ondersteuning garanderen (vb p22 23)
mtschppelijke organisatie
- politiek, regels: vastleggen keuzes en uitvoeringsrefels en procedures (vb waar
zetten we scholen)
, - economisch: middelen en mensenkracht inzetten
- sociaal: groep van mensen die runt, meewerkt en investeert en baten krijgt
(groepsvorming en wie?)
- historisch: heeft altijd een tijd en een plaats
1.3 obstakels
sw gebeurd niet automatisch:ook al is collectief goed is altijd superieur (het is rationeler om
één stedelijk zwembad te maken dan iedereen die het apart doet) => niet vanzelfsprekend
dat het w opgelost:
inherente organisatorische problemen:
1. free riders (geen kosten maar wel baten) => als je dit gedrag niet onder controle
krijgt zal er geen samenwerking zijn
2. opstartkosten: (je kunt nu niet gwn een school maken) gevolg is dat het de lust
ontneemt om iets aan het probleem te doen. (duurt tijdje vooraleer baten)
3. zichtbaarheid van probleem (we weten ernst en of er zijn niet altijd) (vb meer of
minder investeren in politie want veel of weinig crimi?)
4. onzekerheid bij investeren
4 zaken waarom er altijd wel remmen zijn op opbouwen collectieve goederen
Praktische uitwerking: overeenstemming baten (verschillende belangen)
1. Niet iedereen heeft er evenveel belang in of nood aan (mensen die niet kunnen
zwemmen boeien niet, afstand van zwembad,…)
2. Toegang tot baten (vb ied toegang tot park, maar wat vr verre afstand en geen
hond of kinderen)
3. Beschikbaarheid van alternatieven (waarom investeren in studiebegeleiding op
school als je het ook privé kan kopen): iedereen met beter positie komt altijd in de
verleiding om dingen zelf te doen, maar je wil ze wel erbij voor de investering
4. Beschikbare alternatieven op groepsniv: lagere klassen hebben soms wachttijd
en ruimte voor investering niet , rijke gemeenten minder afh v nationale
=>bijsluiter dat er organisationele problemen zijn en niet iedereen er iets aan heeft bij
“superieure col goed” (2 drempels)
1.4 vier routes naar realisatie van collect goed
1. Spontaan, door groepsgevoel en inzicht in gem belang
->in kleine homogene gropeen lukt dat wel, in grote grope met veel heterogeniteit
moeilijker
2. Spontaan door kerngroep v belanghebbende
- -> positieve motivatie: kleine kerngroep met een bepaald belang/ zin in grote groep (
kleine groep bouwt iets en grote groep profiteert dus ied blij maar grootste belang bij
kleine) (vb inrichting speelstraat maar iedereen kan daar spelen)
- ->negatieve motivatie: externe effecten : miserie of ongeluk van ene heeft G voor
andere (vb daklozencentra)
- Wederzijdse afhankeliijkheid (vb ugent meer lln als gent leuke stad is)
=>prob als groep belanghebbende te groot is
3. Druk of drieging van rampspoed
- ->(derde) acute druk : vb covid massaal centrums en brand massaal samenkomen
4. Onder leiderschap van hogere machten
Werkt op drie manieren :
o Zacht, dwingende W en normen sociale druk (morele druk)
o Leiders met capaciteiten (vertrouwen)
, o Geweldsmonopolie, hard: verplichten bij te dragen aan cg (vb belastingen )
2 issues zijn heterogeniteit en hogere macht
- Heterogeniteit (=> altijd verschillende belangen : probleem in elke sl) (omgaan
ermee)
- Routes vergen altijd de staat (hogere macht ) : sw= proces: nood aan efficient
bestuursorgaan
SAMENWERKING IN GROTE HETEROGENE POPULATIE
1.1 = categorieën
Economische verschillen : stratificatie in sl
- elite (bezitten en controleren; niet vervangbaar)
- middenklasse (goed leven; niet evident maar vervangbaar)
- lage klasse (makkelijker vervangbaar)
- onderste klasse (al vervangen => strijd)
=> objectief verschillende belangen !!
Vanuit positie: nood
Culturele verschillen: subculturen (zelfde ideeen waarden en expressiestijlen
- dominante cultuur : meeste aangang
- tegencultuur (anti-cultuur): tegengestelden
eco en cult dimensie kunnen samenvallen (vb rijk en opera) & overschrijden van
klassegrenzen door cultuur (vb rode duivels)
geografische verschillen : eco en cult neigen ruimtelijke clustering
1.2 ingroep uitgroep
heterogeniteit= constante (gn verklaring!) : overstijgen?
GROEPEN
= relevante dagelijkse contacten mogelijk en wss (meer dan toevallig tegenkomen) :
INTERACTIE
stimuleert identificattie (behoren tot een groep) : heterogeniteit geprod dr eco cult en geo
categorieën wordt gereproduceerd via groepsvorming
(toegang tot interactieplaatsen (eco), culturele affiniteit, en plaats waar je bent)
GEMEENSCHAPPEN
=>vorming van clusters van interagerende mensen = identiteiten gaan maken (bewust)
MAAR geen rigide proces:
- variatie in sterkte
- ingebeelde gemeenschap (kan heel ver gaan) opengerekt en veel te groot voor
dagelijkse inter (vb duitsland over alles)
- interactie niet automatisch groepsvorming : ook slechte ervvaringen na interactie
Mensen maken groepen & bepalen wie de in- en uit-groep is: sociale grenzen ( identificatie
en interactie)
1.3 heterogeniteit overstijgen : ingroep= met wie wil je samenwerken
, grootte van de groep : hoe kleiner hoe makkelijker samenwerken
bereidheid kan verbreden door grote interactie netwerken: vb BE solid=>EU solid
maar ook omgekeerd : vb BE solid=> VL solid (dus veranderlijke grootte solidaire
samenwerking)
humanitaire motieven : grenzen in en uitgroep vervagen: opgerekte identificatie
( imagined community)
rationele motieven: als ze er zelf maar beter v w ( niet persee identificatie) (overstijgen
grenzen)
=> afhankelijk, sterke groep belanghebbende of accute nood (mr ook minimum aan
imagined comm)
=> nuchter en pragmatisch ook
al deze motieven hand in hand met imagined comm… Samenwerking volgt uit succesvolle
grote groepsvorming (=proces)
1.4 spoor van imagined community loopt dood…
Zijn K : wvs en collectieve goederen zouden dan uit solidariteit vormen-> drie bedenkingne
K
1. Overstijgen v groepsgrenzen vanuit rationalisme en huminatarisme blijft vast in
individualistisch perspectief (er moet een extern collectief proces aan vooraf
komen) ( om humanitair idee te krijgen heb je organisaties nodig om dat te
ontwikkelen en fondsen enz… alles wat individueel is is eigenlijk ooit van
buitenaf) => georganiseerde soc ruimte nodig
Ideeen in het hoofd v mensen komen altijd v buitenaf, en willen we dat iedereen
dezelfde gedachten enz heeft dan moeten we die ideeeen vanbuitenaf via collectieve
goederen voeden (dit kan niet collectieve goederen verklaren door collectieve
goederen= cirkelredenering )
2. Mensen geloven alles (iemand moet een duitser zeggen dat hij duitser is
anders weet je het niet) je kan dat op verschillende niveaus benoemen : i.c. =
ideeen…
3. Logischer om om te keren: solid als gevolg van collectieve goederen eerder dna
vv (bedrijf is oorzaak van teambulding)
=>solidariteit is niet oz v wvs
DE POLITIEK VAN SAMENWERKING: DE STAAT
3.1 opgeven lokale autonomie
Beheer v collectieve goederen efficient = organisatie obv bindende besluitsvorming
Staten voor maatschappelijke uitdagingen (mond snoeren, discussies beslechten,
zekerheid…)
Cluster van instellingen obv centraal beheer: belastingen innen en collectieve goederen
behouden = geleid door staatselite ( geweldsmonopolie
Staten 4 functies: interne orde bewaren, defensie org, economische herverdeling en
communicatiestructuren => coll goed voor hele sl of specifieke goederen
Staten zijn ontstaan door:
DE WELVAARTSTAAT
= theoretisch kader voor ontstaan wvs
WVS
= alle zaken gericht op materiele, sociale en culturele verbetering van het leven bevolking
(fondsen en organisaties opgericht hiervoor= collectivisering: van oplossingen van
problemen, reddingsboei maatshcappelijke verdrinking en publieke diensten)
=> kracht van mens= sw (heel vaak conflictueus (zie titel boek)
Samenwerking is iets logistiek: samenwerking zien als oprichten van collectieve goederen
(tegen soc prob)
=> waarom opgericht in wereld van grootmachten (kleine mens ‘nt !rijk’)?: sw=baten
- sommige baten enkel via sw (nt alleen propere lucht)
- goedkoper (park goedkoper dan iedereen tuin)
- voordelen in risicospreidinb (middelen in noodfonds voor indiv pech)
MR : nt nuttig= van de grond: politiek = conflict over samenwerken (wie betaald, wie
profiteert,….)
Toch omstandigheden die conflict overstijgen:
- groep voortrekkers (peleton)
- accute nood (zie natuurrampen, covid vaccinering)
- sterk leiderschap (vb piramides ) : machtsverschillen
??? hoe kan sw gerealiseerd worden in het belagn van de kleine mens?
- ?? hoe onstond de welvaartstaat
- ?? hoe houdt deze stand
HOOFSTUK 1 SAMENWERKING DOOR…EN VOOR DE KLEINE MENS
ORGANISATIE VAN DE SAMENWERKING
Duurzame sw= logistiek proces
1.1 wat zijn collectieve goederen
Mensen die kosten maken (geld of inspanning)=> samenwerking via collectief
goed=> baten voor de sl
Vb: school verreist belastingsgeld en daarmee geinvesteerd in leerkrachten, gebouw,
boeken=> mensen gaan ernaartoe en zo leren we bij en worden we geschoold.
Baten: collectief (propere lucht) , semicollectief (zwembad en school: controleerbr) of
individueel (pensioen)
1.2 beheer van col goed
Strategische en technische keuzes: prioriteiten, designkeuzes, uitvoeringsmodaliteiten en
ondersteuning garanderen (vb p22 23)
mtschppelijke organisatie
- politiek, regels: vastleggen keuzes en uitvoeringsrefels en procedures (vb waar
zetten we scholen)
, - economisch: middelen en mensenkracht inzetten
- sociaal: groep van mensen die runt, meewerkt en investeert en baten krijgt
(groepsvorming en wie?)
- historisch: heeft altijd een tijd en een plaats
1.3 obstakels
sw gebeurd niet automatisch:ook al is collectief goed is altijd superieur (het is rationeler om
één stedelijk zwembad te maken dan iedereen die het apart doet) => niet vanzelfsprekend
dat het w opgelost:
inherente organisatorische problemen:
1. free riders (geen kosten maar wel baten) => als je dit gedrag niet onder controle
krijgt zal er geen samenwerking zijn
2. opstartkosten: (je kunt nu niet gwn een school maken) gevolg is dat het de lust
ontneemt om iets aan het probleem te doen. (duurt tijdje vooraleer baten)
3. zichtbaarheid van probleem (we weten ernst en of er zijn niet altijd) (vb meer of
minder investeren in politie want veel of weinig crimi?)
4. onzekerheid bij investeren
4 zaken waarom er altijd wel remmen zijn op opbouwen collectieve goederen
Praktische uitwerking: overeenstemming baten (verschillende belangen)
1. Niet iedereen heeft er evenveel belang in of nood aan (mensen die niet kunnen
zwemmen boeien niet, afstand van zwembad,…)
2. Toegang tot baten (vb ied toegang tot park, maar wat vr verre afstand en geen
hond of kinderen)
3. Beschikbaarheid van alternatieven (waarom investeren in studiebegeleiding op
school als je het ook privé kan kopen): iedereen met beter positie komt altijd in de
verleiding om dingen zelf te doen, maar je wil ze wel erbij voor de investering
4. Beschikbare alternatieven op groepsniv: lagere klassen hebben soms wachttijd
en ruimte voor investering niet , rijke gemeenten minder afh v nationale
=>bijsluiter dat er organisationele problemen zijn en niet iedereen er iets aan heeft bij
“superieure col goed” (2 drempels)
1.4 vier routes naar realisatie van collect goed
1. Spontaan, door groepsgevoel en inzicht in gem belang
->in kleine homogene gropeen lukt dat wel, in grote grope met veel heterogeniteit
moeilijker
2. Spontaan door kerngroep v belanghebbende
- -> positieve motivatie: kleine kerngroep met een bepaald belang/ zin in grote groep (
kleine groep bouwt iets en grote groep profiteert dus ied blij maar grootste belang bij
kleine) (vb inrichting speelstraat maar iedereen kan daar spelen)
- ->negatieve motivatie: externe effecten : miserie of ongeluk van ene heeft G voor
andere (vb daklozencentra)
- Wederzijdse afhankeliijkheid (vb ugent meer lln als gent leuke stad is)
=>prob als groep belanghebbende te groot is
3. Druk of drieging van rampspoed
- ->(derde) acute druk : vb covid massaal centrums en brand massaal samenkomen
4. Onder leiderschap van hogere machten
Werkt op drie manieren :
o Zacht, dwingende W en normen sociale druk (morele druk)
o Leiders met capaciteiten (vertrouwen)
, o Geweldsmonopolie, hard: verplichten bij te dragen aan cg (vb belastingen )
2 issues zijn heterogeniteit en hogere macht
- Heterogeniteit (=> altijd verschillende belangen : probleem in elke sl) (omgaan
ermee)
- Routes vergen altijd de staat (hogere macht ) : sw= proces: nood aan efficient
bestuursorgaan
SAMENWERKING IN GROTE HETEROGENE POPULATIE
1.1 = categorieën
Economische verschillen : stratificatie in sl
- elite (bezitten en controleren; niet vervangbaar)
- middenklasse (goed leven; niet evident maar vervangbaar)
- lage klasse (makkelijker vervangbaar)
- onderste klasse (al vervangen => strijd)
=> objectief verschillende belangen !!
Vanuit positie: nood
Culturele verschillen: subculturen (zelfde ideeen waarden en expressiestijlen
- dominante cultuur : meeste aangang
- tegencultuur (anti-cultuur): tegengestelden
eco en cult dimensie kunnen samenvallen (vb rijk en opera) & overschrijden van
klassegrenzen door cultuur (vb rode duivels)
geografische verschillen : eco en cult neigen ruimtelijke clustering
1.2 ingroep uitgroep
heterogeniteit= constante (gn verklaring!) : overstijgen?
GROEPEN
= relevante dagelijkse contacten mogelijk en wss (meer dan toevallig tegenkomen) :
INTERACTIE
stimuleert identificattie (behoren tot een groep) : heterogeniteit geprod dr eco cult en geo
categorieën wordt gereproduceerd via groepsvorming
(toegang tot interactieplaatsen (eco), culturele affiniteit, en plaats waar je bent)
GEMEENSCHAPPEN
=>vorming van clusters van interagerende mensen = identiteiten gaan maken (bewust)
MAAR geen rigide proces:
- variatie in sterkte
- ingebeelde gemeenschap (kan heel ver gaan) opengerekt en veel te groot voor
dagelijkse inter (vb duitsland over alles)
- interactie niet automatisch groepsvorming : ook slechte ervvaringen na interactie
Mensen maken groepen & bepalen wie de in- en uit-groep is: sociale grenzen ( identificatie
en interactie)
1.3 heterogeniteit overstijgen : ingroep= met wie wil je samenwerken
, grootte van de groep : hoe kleiner hoe makkelijker samenwerken
bereidheid kan verbreden door grote interactie netwerken: vb BE solid=>EU solid
maar ook omgekeerd : vb BE solid=> VL solid (dus veranderlijke grootte solidaire
samenwerking)
humanitaire motieven : grenzen in en uitgroep vervagen: opgerekte identificatie
( imagined community)
rationele motieven: als ze er zelf maar beter v w ( niet persee identificatie) (overstijgen
grenzen)
=> afhankelijk, sterke groep belanghebbende of accute nood (mr ook minimum aan
imagined comm)
=> nuchter en pragmatisch ook
al deze motieven hand in hand met imagined comm… Samenwerking volgt uit succesvolle
grote groepsvorming (=proces)
1.4 spoor van imagined community loopt dood…
Zijn K : wvs en collectieve goederen zouden dan uit solidariteit vormen-> drie bedenkingne
K
1. Overstijgen v groepsgrenzen vanuit rationalisme en huminatarisme blijft vast in
individualistisch perspectief (er moet een extern collectief proces aan vooraf
komen) ( om humanitair idee te krijgen heb je organisaties nodig om dat te
ontwikkelen en fondsen enz… alles wat individueel is is eigenlijk ooit van
buitenaf) => georganiseerde soc ruimte nodig
Ideeen in het hoofd v mensen komen altijd v buitenaf, en willen we dat iedereen
dezelfde gedachten enz heeft dan moeten we die ideeeen vanbuitenaf via collectieve
goederen voeden (dit kan niet collectieve goederen verklaren door collectieve
goederen= cirkelredenering )
2. Mensen geloven alles (iemand moet een duitser zeggen dat hij duitser is
anders weet je het niet) je kan dat op verschillende niveaus benoemen : i.c. =
ideeen…
3. Logischer om om te keren: solid als gevolg van collectieve goederen eerder dna
vv (bedrijf is oorzaak van teambulding)
=>solidariteit is niet oz v wvs
DE POLITIEK VAN SAMENWERKING: DE STAAT
3.1 opgeven lokale autonomie
Beheer v collectieve goederen efficient = organisatie obv bindende besluitsvorming
Staten voor maatschappelijke uitdagingen (mond snoeren, discussies beslechten,
zekerheid…)
Cluster van instellingen obv centraal beheer: belastingen innen en collectieve goederen
behouden = geleid door staatselite ( geweldsmonopolie
Staten 4 functies: interne orde bewaren, defensie org, economische herverdeling en
communicatiestructuren => coll goed voor hele sl of specifieke goederen
Staten zijn ontstaan door: