DEFINIËRING MICROBIOLOGIE
Microbiologie: biologie die micro-organismen bestudeert (bacteriën, schimmels, gisten, virussen,
parasieten
- Klinische, milieu, voeding, onderzoek labo’s
Micro-organismen: levende wezens met microscopische afmetingen, niet met blote oog
zichtbaar
PLAATSEN VAN MICRO-ORGANISME IN DE NATUUR
PROTISTA
= Eencellige of meercellige organismen, zonder gedifferentieerde weefsel
De basis van een micro-organisme is: DNA, RNA, proteïnen, lipiden
3-RIJKENSYSTEEM
Door Ernst Haeckel op bais van macroscopische en microscopische kenmerken, geen virussen
Planten Dieren Protista: m.o.
Fotosynthese Intestinale tractus Bacteriën
Grote uitwendige oppervlakte Grote inwendige oppervlakte Gisten (en schimmels)
Celwand Geen celwand Wieren
Geen actieve beweging Actieve beweging Eencellige dieren (protozoa)
2 DOMEINEN
Prokaryote cel Eukaryote cel
Oudste cel in de biologische evolutie Celkern met chromosomen
Primitief Celorganellen: mitochondriën, chloroplasten
Geen celkern (DNA is naakt) Voortplanting door mitose en meiose
Geen celorganellen, wel ribosomen
Voortplanting door amitose (dwarse deling)
Hogere protista Lagere protista
Eukaryoot celtype Prokaryoot celtype
Wieren (algea) Eubacteriën
Protozoa Archaebacteriën
Schimmels, gisten (fungi)
Slijmzwammen
, Wieren Protozoa
Chlorfyl en doen aan fotosynthese 1-cellig
Meercellig of 1-cellig Primitiefste vorm van dierlijk leven
Celwand Vochtige omgeving
Parasieten
Schimmels en gisten Virussen
Niet aan fotosynthese DNA of RNA
Meercellig en eencellig Proteïnemantel
Verspreid in de natuur Vereisen een gastheercel
Sommige zijn pathogeen Niet opgenomen binnen de protista
Productie van antibiotica
Eubacteriën Archeabacteriën
Eencellig Eencellig
Prokaryote celkern Prokaryote cel
Celwand met muraminezuur Celwand: andere lipidensamenstelling
Verschillende groepen: g-,g+, cyano, Bestand tegen extreme situaties
mycoplasma’s, Rickettsiae, chlamydiae Heetwater, S-bronnen
Slijmzwammen
Amoebe stadium met multinucleair
cytoplasma
5 RIJKENSYSTEEM
Monera, protista, fungi, planten en dieren
3 DOMEINEN
Verschillen in sequenties tussen het 16S ribosomaal RNA van de organismen
NOMENCLATUUR
Naam = Geslacht + soort
Geslacht: genus, groepering van enkele soorten
Soort: species, kleinste groep met identieke karakteristieken
Virussen: krijgen een afkorting en een code
,3 BACTERIËN GEÏSOLEERD DOOR KOCH
BACILLUS ANTHRACIS
Poederbrieven
Verwekker van miltvuur (anthrax), ziekte voor mens en dier
Aërobe gram-positieve staafvormige bacterie
Kan endosporen vormen
Dieren besmet:
- Als sporen van op de grond in wonden terechtkomen (huid, mond)
- Als sporen in het GI-stelsel terechtkomen bij het grazen
- Door het eten van miltvuurkadavers
Mensen besmet: bij uitgebreid contact met besmet vlees of dierlijke producten
Veroorzaakt
Cutane vorm: vorming van pustula maligna, vaak op armen slachthuispersoneel
Pulmonaire vorm: door inademing van sporen
Gastro-intestinale vorm: eten van zwaar besmet en onvoldoende vlees
Bacterie in bloedbaan kan organen bereiken en aantasten: koorts, koude rillingen, moeheid,
anorexia, bloedingen, degeneratieve orgaanverschijnselen
Eigenschappen
Virulent door de aanwezigheid van een kapsel => verhinderd fagocytose
Produceert toxines
Aantonen: bloedculturen – kweek – microscopie
Preventie: vernietigen van besmette kadavers en afbranden van de weide, vaccin bestaat
Behandeling: toediening van antibiotica (penicilline)
MYCOBACTERIUM TUBERCULOSIS
Zuurvast, strikt aërobe, staafvormig
Grampositieve bacterie
Vetachtige/ wasachtige celllaag => zeer resistent tegen omgevingsfluctaties
Verwekker van tuberculose
Besmetting: inademing van besmette stofdeeltjes of speekseldruppels
Besmet: komt in longalveoli, wordt gefagocyteerd => vermenigvuldig in macrofaag
Primaire ontstekingshaard gekenmerkt door lymfeklierzwelling
Aantonen: zuurvaste kleuring – Ziehl Neelsen kleuring, vaak PCR want kweek duurt weken
Preventie
Regelematige screening van risicogroepen
Vaccinatie van personen die verblijven in endemische gebieden
, Verdere evolutie
Herstel met littekenvorming en verkalking van de lymfeklieren
Bacil blijft vermenigvuldigen => ontstekingshaard gaat verkazen
- Uit kaashaarden ontstaan cavernen waar bacteriën vermenigvuldigen
- Open tuberculose: als kaashaard doorbreekt tot in de bronchi
- Symptomen: chronische hoest, pijn in borstkast, koorts, ophoesten van fluimen
Bij gebrekkige afweer kan de primaire haard zich dadelijk verspreiden zonder verkazing
Verspreiding
Hematogeen naar verschillende organen (nieren, bijnieren, ruggenwervels, hersenvliezen,
geslachtsorganen)
Via luchtwegen naar andere longsegmenten en de stembanden
Via ingeslikt sputum naar de darm
Behandeling
6 à 9 maanden een tritherapie met tuberculostatica (rifampicine, isoniazide, pyrazinamide)
- Aangewezen om resistentievorming tegen te gaan
Alle contactpersonen worden gescreend
VIBRIO CHOLERAE
Gram negatief, kommavormige bacterie in zeewater of rivierdelta’s
Besmetting: komt de intestinale tractus binnen via gecontamineerd water of voedsel
Gevoelig aan maagzuur, maar met veel kunnen ze wel koloniseren
- Enterotoxine produceren dat aanleiding geeft tot de symptomen
Symptomen: massieve diarree, verlies van zeer veel vocht, urineproductie stopt, bloedstroom
naar hersenen vertraagt
Mortaliteit: 70% onbehandeld
Behandeling: massale rehydratie en antibiotica (tetracyclines)
HET BELANG VAN MICRO-ORGANISMEN
NEGATIEVE ROL
Veroorzaken van infectieziektes bij mens, dier en plant
- Bacteriën: salmonellose, meningitis, kinkhoest
- Virussen: griep, hepatitis, AIDS, polio
- Fungi: atleetvoet, aspergillose, spruw
Veroorzaken voedselbederf
- Penicillium op brood en confituur
- Melkzuurbacteriën in melk => zure melk
- Clostridium botulinum in blik of bokalen
Schade in de voedselketen