Werkveldverkenning 2
Semester 2
WERKVELDVERKENNING 2
SOORTEN INTERVENTIES BINNEN HET SOCIAAL WERK
INLEIDING
Sociaal werk praktijken zullen op heel diverse manieren interveniëren
- Sommige richten zich naar individuele problemen van mensen
- Andere gaan met groepen en/of gemeenschap(pen) aan de slag
- Sommige richten zich op andere organisaties binnen het sociaal werk
Veel praktijken kunnen in meerdere categorieën thuishoren
INTERVENTIES NAAR/MET INDIVIDUEN EN INDIVIDUELE CASES
= social case work benadering of individueel maatschappelijk werk
- Deze interventies richten zich op een individu/ gezin-systeem
De case of client kan een individu zijn of het systeem rond een individu
Interventie start van uit vragen, noden of problemen van deze client
Doel: met individuele belanghebbende en antwoord uit te werken
- Kenmerkend hiervoor is ook hier het emancipatorisch werken dat tot doel
stelt belanghebbenden actief te betrekken en zijn handelingsvermogen, te
verstreken
INTERVENTIES NAAR/MET GROEPEN EN (STRUCTUREN VAN DE)
GEMEENSCHAP
= de samenlevingsopbouw of het opbouwwerk
- Verbinden het individuele uitdrukkelijk met de groep waartoe mensen behoren en
het gedeelde of gemeenschappelijke
Ze gaan aan de slag met thema’s of moeilijkheden die mensen ervaren
doordat ze samenhangen met de groep waartoe mensen behoren
(migranten, vrouw, …) Of problemen die men gemeenschappelijk
ervaart (verslaving, ..)
Ze gaan aan de slag met groepen, gemeenschappen of communities
Men richt zich erop om via inzicht in de maatschappelijke component van
het ontstaan van de probleemsituaties ook de individuele situaties te
verbeteren
Kan zich ook richten op het versterken en vernieuwen van het sociale
weefsel en de groepsvorming met oog op democratische, solidaire, open en
cultureel diverse samenleving
Werkt op structurele verbetering van situatie van mensen
- Hier is ook het emancipatorisch en participatieve een kerncomponent
INTERVENTIES NAAR ANDERE ORGANISATIES
= sociaal-werk-praktijken zelf maar ze gaan naar het beleid en de brede samenleving
doordat ze ook structurele problemen willen aanpakken
1
,Werkveldverkenning 2
Semester 2
- Gaat over organisaties, diensten en praktijken die zich richten naar het sociaal
werkveld zelf en naar overheden en organisaties (koepels, overheidsinstanties en
ondersteuners)
SOCIAAL CULTUREEL VOLWASSENENWERK
INLEIDING
Subdomein van sociaal-cultureel werk
HISTORIEK
19E EEUW
- Industrialisering van de samenleving
Veel mensen vertrokken naar de steden om werk te zoeken in de fabrieken
ze gingen wonen in kleine woningen rond de fabrieken en zo ontstond een
arbeidersklasse
- Volksopvoeding en volksverheffing
Midden 19de eeuw hadden burgers weinig toegang tot onderwijs en cultuur.
Vanuit een bekommernis voor de volksopvoeding zien de cultuurfondsen het
levenslicht
Cultuurfondsen willen een werking ontwikkelen waardoor mensen toegang
krijgen tot cultuur in de brede betekenis van het woord. Ze staan in voor de
eerste vormen van democratisering van cultuur in Vlaanderen
1851: het Willemsfonds is een pionierswerking binnen het sociaal-
cultureel volwassenwerk opgericht in Gent. Vanuit privaat en liberaal
initiatief. Het stond voor Vlaamse ontvoogding en het belang van
geletterdheid. Er werden bibliotheken opgericht. Frans was de
dominante taal maar Willemsfonds voerde een pleidooi voor Vlaamse
cultuur
1875: het Davidsfonds is een antwoord van uit katholieke hoek,
opgericht in Leuven. Hun motto was ‘Voor godsdienst taal en volk’.
Jean Baptist David was de eerste auteur voor een Nederlandstalig
woordenboek en organiseerde Davidsfond volledig in teken van
Vlaamse ontvoogding en geletterdheid
1884: coöperatie Vooruit door mensen gedreven onderneming die
ernaar streeft te voorzien in de gemeenschappelijke behoeften van
haar leden en/of de behoeften van haar gemeenschap. Dit deden ze
op kunst en cultuur
1945: Vermeylenfonds is een vrijzinnige en socialistische
tegenhanger
- Amateurkunsten en volksontwikkelingswerk
Hier ligt de nadruk op culturele ontwikkeling van het volk en expressie van
creativiteit in koren, toneelkringen, fanfares, harmonies,… als kunst* en
cultuurverheffing
- Tweede golf sociaal-culturele organisaties
Deze plaatsen we in een breder maatschappelijk verhaal. Toenemende
verstedelijking en de opkomst van het socialisme zetten de
2
,Werkveldverkenning 2
Semester 2
maatschappelijke orde onder druk. Belangrijkste ideologische stromen
stellen zich de vraag hoe ze de massa aan zich kunne binden
De verzuiling die zo haar intrede doet is niet alleen gebonden aan
ideologie, maar ook aan maatschappelijke posities.
De sociaal-culturele organisaties die in deze periode het levenslicht zien,
zorgen niet alleen voor een structurering van de masse. We zien ook het
ontstaan van een sterk maatschappelijk middenveld waarin mensen een
stem krijgen en kunnen wegen op de maatschappelijke orde
20STE EEUW
Werd gekenmerkt door twee wereldoorlogen en ingrijpende maatschappelijke en
ideologische veranderingen
- Begin sociaal cultureel werk
In de interbellumperiode ontstonden er verschillende sociaal-culturele
initiatieven zoals KVLV (1911) die vorming en gemeenschapsopbouw
aanboden met een sterke focus op de rol van de vrouw.
De overheid begon vanaf 1921 met het subsidiëren van openbare
bibliotheken en vormingsinitiatieven, wat leidde tot institutionalisering van
sociaal-cultureel werk.
- Vrijetijdsbesteding
Door de invoering van de leerplicht (1914), achturendag en de 48-urenweek
(1921). Kwam er discussie over hoe arbeiders hun vrijetijdsbesteding
konden inzetten voor culturele en sociale ontwikkelingen
Er ontstond een breed aanbod aan socioculturele initiatieven, vaak binnen
ideologische zuilen
- Actieve en participatieve leervormen
Vanaf de jaren 1930-1940 kreeg de gedachte van actieve en participatieve
leervormen voet aan de grond, onder invloed van vernieuwers zoals August
J Bal en de CEMEA-methodiek
- Volkshogescholen
De verzorgingsstaat werd uitgebouwd met een grotere focus op sociale
rechten en culturele democratisering.
Opkomst volkshogescholen (1950) bracht een verschuiving teweeg naar
levenslang leren en persoonsontwikkeling. Dit leidde tot opkomst van
zelfstandige vormingsinstellingen zoals de stichting Lodewijk De Raet
- Nieuwe sociale bewegingen
Vanaf de jaren 1960 en 1970 werd sociaal-cultureel werk ook ingezet voor
lokale cultuurbeleid, samenlevingsopbouw en basiseducatie. De overheid
kreeg een grotere rol in de ondersteuning en regulering van het sociaal
cultureel werk.
Er ontstonden nieuwe sociale bewegingen die scw opnieuw politiseerde en
in het teken van bewustmaking en participatie stelde.
Door Paulo Freire en Augusto Boal werd educatie steeds meer ingezet om
sociale ongelijkheid te doorbreken
- Depolitisering van het werk
3
, Werkveldverkenning 2
Semester 2
In de jaren 1980 en 1990 verschoof scw richting methodisering en
functioneel werken.
Er was meer focus op doelgroepenbeleid, participatiebevordering en
arbeidsmarktgerichte educatie. Wat soms leidde tot depolitisering van het
werk.
Sociaal-artistieke initiatieven bloeiden mede door stedelijke problematiek en
beleidsinitiatieven zoals het Vlaamse fonds voor de integratie van
kansarmen (1990) en het sociaal impulsfonds. Het AVA-rapport (1994) legde
de nadruk op culturele uitsluiting als een kernprobleem van armoede
De staatshervormingen van de jaren 1970 leidden tot een steeds grotere culturele
autonomie voor Vlaanderen, met een golf aan wetgeving over sociaal-cultureel werk en
de opkomst van gesubsidieerde koepelorganisaties. Waar sociaal-cultureel werk en de
opkomst van gesubsidieerde koepelorganisaties. In de jaren 1990 ontstond er een
vernieuwingsbeweging die culturele democratie als doel stelde en de rol van kunst en
participatie opnieuw centraal plaatste
21STE EEUW
Vanaf 2000 zien we een groei van burgerinitiatieven/ coöperatieven die van onderuit, en
vanuit gemeenschapszin, activiteiten en projecten initiëren. Kenmerkend is dat dit
grassroots initiatieven (bottom-up) zijn (niet per se uit professionele achtergrond) dit is
niet nieuw maar net kenmerkend voor ontstaan van scw
- Herstructurering sociaal-cultureel volwassenwerk
2003: herstructurering sociaal-cultuur volwassenwerk
Focus op participatie en herstructurering van verzuilde structuren
Oprichting van Socius (steunpunt) en een federatie voor
belangenbehartiging
Nieuw decreet sociaal-cultureel volwassenwerk (voorheen
volksontwikkelingswerk)
Duidelijke positionering binnen het brede cultuurbeleid
Sociaal-culturele methodiek als kernvoorwaarde voor subsidies
Focus op vorming, gemeenschapsvorming en projectmatig werken
met kansengroepen
2010:vier sociaal-culturele functies geïntroduceerd
Leerfunctie (educatie en competentieontwikkeling)
Cultuurfunctie (culturele expressie en beleving)
Gemeenschapsvormende functie (sociale cohesie en
verbondenheid)
Maatschappelijke bewegingsfunctie (kritische bewustwording en
verandering)
2017: methodiek omgezet in drie rollen
Verbindende rol (samenwerking en netwerken)
Kritische rol (maatschappelijke analyse en reflectie)
Laboratoriumrol (experimenteren en innoveren)
Organisaties positioneren zich binnen het maatschappelijk
middenveld
- Burgerinitiatieven als nieuwe voedingsbodem
Burgerinitiatieven als vormgevers van de samenleving
4
Semester 2
WERKVELDVERKENNING 2
SOORTEN INTERVENTIES BINNEN HET SOCIAAL WERK
INLEIDING
Sociaal werk praktijken zullen op heel diverse manieren interveniëren
- Sommige richten zich naar individuele problemen van mensen
- Andere gaan met groepen en/of gemeenschap(pen) aan de slag
- Sommige richten zich op andere organisaties binnen het sociaal werk
Veel praktijken kunnen in meerdere categorieën thuishoren
INTERVENTIES NAAR/MET INDIVIDUEN EN INDIVIDUELE CASES
= social case work benadering of individueel maatschappelijk werk
- Deze interventies richten zich op een individu/ gezin-systeem
De case of client kan een individu zijn of het systeem rond een individu
Interventie start van uit vragen, noden of problemen van deze client
Doel: met individuele belanghebbende en antwoord uit te werken
- Kenmerkend hiervoor is ook hier het emancipatorisch werken dat tot doel
stelt belanghebbenden actief te betrekken en zijn handelingsvermogen, te
verstreken
INTERVENTIES NAAR/MET GROEPEN EN (STRUCTUREN VAN DE)
GEMEENSCHAP
= de samenlevingsopbouw of het opbouwwerk
- Verbinden het individuele uitdrukkelijk met de groep waartoe mensen behoren en
het gedeelde of gemeenschappelijke
Ze gaan aan de slag met thema’s of moeilijkheden die mensen ervaren
doordat ze samenhangen met de groep waartoe mensen behoren
(migranten, vrouw, …) Of problemen die men gemeenschappelijk
ervaart (verslaving, ..)
Ze gaan aan de slag met groepen, gemeenschappen of communities
Men richt zich erop om via inzicht in de maatschappelijke component van
het ontstaan van de probleemsituaties ook de individuele situaties te
verbeteren
Kan zich ook richten op het versterken en vernieuwen van het sociale
weefsel en de groepsvorming met oog op democratische, solidaire, open en
cultureel diverse samenleving
Werkt op structurele verbetering van situatie van mensen
- Hier is ook het emancipatorisch en participatieve een kerncomponent
INTERVENTIES NAAR ANDERE ORGANISATIES
= sociaal-werk-praktijken zelf maar ze gaan naar het beleid en de brede samenleving
doordat ze ook structurele problemen willen aanpakken
1
,Werkveldverkenning 2
Semester 2
- Gaat over organisaties, diensten en praktijken die zich richten naar het sociaal
werkveld zelf en naar overheden en organisaties (koepels, overheidsinstanties en
ondersteuners)
SOCIAAL CULTUREEL VOLWASSENENWERK
INLEIDING
Subdomein van sociaal-cultureel werk
HISTORIEK
19E EEUW
- Industrialisering van de samenleving
Veel mensen vertrokken naar de steden om werk te zoeken in de fabrieken
ze gingen wonen in kleine woningen rond de fabrieken en zo ontstond een
arbeidersklasse
- Volksopvoeding en volksverheffing
Midden 19de eeuw hadden burgers weinig toegang tot onderwijs en cultuur.
Vanuit een bekommernis voor de volksopvoeding zien de cultuurfondsen het
levenslicht
Cultuurfondsen willen een werking ontwikkelen waardoor mensen toegang
krijgen tot cultuur in de brede betekenis van het woord. Ze staan in voor de
eerste vormen van democratisering van cultuur in Vlaanderen
1851: het Willemsfonds is een pionierswerking binnen het sociaal-
cultureel volwassenwerk opgericht in Gent. Vanuit privaat en liberaal
initiatief. Het stond voor Vlaamse ontvoogding en het belang van
geletterdheid. Er werden bibliotheken opgericht. Frans was de
dominante taal maar Willemsfonds voerde een pleidooi voor Vlaamse
cultuur
1875: het Davidsfonds is een antwoord van uit katholieke hoek,
opgericht in Leuven. Hun motto was ‘Voor godsdienst taal en volk’.
Jean Baptist David was de eerste auteur voor een Nederlandstalig
woordenboek en organiseerde Davidsfond volledig in teken van
Vlaamse ontvoogding en geletterdheid
1884: coöperatie Vooruit door mensen gedreven onderneming die
ernaar streeft te voorzien in de gemeenschappelijke behoeften van
haar leden en/of de behoeften van haar gemeenschap. Dit deden ze
op kunst en cultuur
1945: Vermeylenfonds is een vrijzinnige en socialistische
tegenhanger
- Amateurkunsten en volksontwikkelingswerk
Hier ligt de nadruk op culturele ontwikkeling van het volk en expressie van
creativiteit in koren, toneelkringen, fanfares, harmonies,… als kunst* en
cultuurverheffing
- Tweede golf sociaal-culturele organisaties
Deze plaatsen we in een breder maatschappelijk verhaal. Toenemende
verstedelijking en de opkomst van het socialisme zetten de
2
,Werkveldverkenning 2
Semester 2
maatschappelijke orde onder druk. Belangrijkste ideologische stromen
stellen zich de vraag hoe ze de massa aan zich kunne binden
De verzuiling die zo haar intrede doet is niet alleen gebonden aan
ideologie, maar ook aan maatschappelijke posities.
De sociaal-culturele organisaties die in deze periode het levenslicht zien,
zorgen niet alleen voor een structurering van de masse. We zien ook het
ontstaan van een sterk maatschappelijk middenveld waarin mensen een
stem krijgen en kunnen wegen op de maatschappelijke orde
20STE EEUW
Werd gekenmerkt door twee wereldoorlogen en ingrijpende maatschappelijke en
ideologische veranderingen
- Begin sociaal cultureel werk
In de interbellumperiode ontstonden er verschillende sociaal-culturele
initiatieven zoals KVLV (1911) die vorming en gemeenschapsopbouw
aanboden met een sterke focus op de rol van de vrouw.
De overheid begon vanaf 1921 met het subsidiëren van openbare
bibliotheken en vormingsinitiatieven, wat leidde tot institutionalisering van
sociaal-cultureel werk.
- Vrijetijdsbesteding
Door de invoering van de leerplicht (1914), achturendag en de 48-urenweek
(1921). Kwam er discussie over hoe arbeiders hun vrijetijdsbesteding
konden inzetten voor culturele en sociale ontwikkelingen
Er ontstond een breed aanbod aan socioculturele initiatieven, vaak binnen
ideologische zuilen
- Actieve en participatieve leervormen
Vanaf de jaren 1930-1940 kreeg de gedachte van actieve en participatieve
leervormen voet aan de grond, onder invloed van vernieuwers zoals August
J Bal en de CEMEA-methodiek
- Volkshogescholen
De verzorgingsstaat werd uitgebouwd met een grotere focus op sociale
rechten en culturele democratisering.
Opkomst volkshogescholen (1950) bracht een verschuiving teweeg naar
levenslang leren en persoonsontwikkeling. Dit leidde tot opkomst van
zelfstandige vormingsinstellingen zoals de stichting Lodewijk De Raet
- Nieuwe sociale bewegingen
Vanaf de jaren 1960 en 1970 werd sociaal-cultureel werk ook ingezet voor
lokale cultuurbeleid, samenlevingsopbouw en basiseducatie. De overheid
kreeg een grotere rol in de ondersteuning en regulering van het sociaal
cultureel werk.
Er ontstonden nieuwe sociale bewegingen die scw opnieuw politiseerde en
in het teken van bewustmaking en participatie stelde.
Door Paulo Freire en Augusto Boal werd educatie steeds meer ingezet om
sociale ongelijkheid te doorbreken
- Depolitisering van het werk
3
, Werkveldverkenning 2
Semester 2
In de jaren 1980 en 1990 verschoof scw richting methodisering en
functioneel werken.
Er was meer focus op doelgroepenbeleid, participatiebevordering en
arbeidsmarktgerichte educatie. Wat soms leidde tot depolitisering van het
werk.
Sociaal-artistieke initiatieven bloeiden mede door stedelijke problematiek en
beleidsinitiatieven zoals het Vlaamse fonds voor de integratie van
kansarmen (1990) en het sociaal impulsfonds. Het AVA-rapport (1994) legde
de nadruk op culturele uitsluiting als een kernprobleem van armoede
De staatshervormingen van de jaren 1970 leidden tot een steeds grotere culturele
autonomie voor Vlaanderen, met een golf aan wetgeving over sociaal-cultureel werk en
de opkomst van gesubsidieerde koepelorganisaties. Waar sociaal-cultureel werk en de
opkomst van gesubsidieerde koepelorganisaties. In de jaren 1990 ontstond er een
vernieuwingsbeweging die culturele democratie als doel stelde en de rol van kunst en
participatie opnieuw centraal plaatste
21STE EEUW
Vanaf 2000 zien we een groei van burgerinitiatieven/ coöperatieven die van onderuit, en
vanuit gemeenschapszin, activiteiten en projecten initiëren. Kenmerkend is dat dit
grassroots initiatieven (bottom-up) zijn (niet per se uit professionele achtergrond) dit is
niet nieuw maar net kenmerkend voor ontstaan van scw
- Herstructurering sociaal-cultureel volwassenwerk
2003: herstructurering sociaal-cultuur volwassenwerk
Focus op participatie en herstructurering van verzuilde structuren
Oprichting van Socius (steunpunt) en een federatie voor
belangenbehartiging
Nieuw decreet sociaal-cultureel volwassenwerk (voorheen
volksontwikkelingswerk)
Duidelijke positionering binnen het brede cultuurbeleid
Sociaal-culturele methodiek als kernvoorwaarde voor subsidies
Focus op vorming, gemeenschapsvorming en projectmatig werken
met kansengroepen
2010:vier sociaal-culturele functies geïntroduceerd
Leerfunctie (educatie en competentieontwikkeling)
Cultuurfunctie (culturele expressie en beleving)
Gemeenschapsvormende functie (sociale cohesie en
verbondenheid)
Maatschappelijke bewegingsfunctie (kritische bewustwording en
verandering)
2017: methodiek omgezet in drie rollen
Verbindende rol (samenwerking en netwerken)
Kritische rol (maatschappelijke analyse en reflectie)
Laboratoriumrol (experimenteren en innoveren)
Organisaties positioneren zich binnen het maatschappelijk
middenveld
- Burgerinitiatieven als nieuwe voedingsbodem
Burgerinitiatieven als vormgevers van de samenleving
4