1 INLEIDING
1.1 CULTUUR
CULTUUR:
Diversiteit:
- Diversiteit = een gegeven in de samenleving
- Geen “one size fits all”: mensen zijn verschillend -> één vaste manier van
benaderen of begeleiden werkt niet voor iedereen (moet afgestemd worden op de
persoon)
Verschillende achtergronden -> verschillende noden:
- Invloed van waarden/normen, religieuze overtuiging, seksuele oriëntatie, sociaal-
economische status,…
- Wat heeft iemand nodig?
Trainen van een cultuursensitieve blik:
- Cultuursensitief zijn = opletten wat de ander zegt en doet, openstaan voor de
ander, durven vragen en in gesprek gaan
- Doel: effectiever communiceren, samenwerken, empathie en respect,
verantwoordelijkheid,…
CULTUURSENSITIEVE BLIK:
- Geen relativistische blik!
- Betekent niet dat je automatisch elke culturele praktijk of overtuiging moet
accepteren
- Het is mogelijk om gevoelig en respectvol te zijn voor culturele verschillen
Je kunt respect tonen voor andere culturen zonder alles automatisch goed
te keuren
Tegelijk blijf je universele normen handhaven, zoals mensenrechten
Je blijft kritisch op praktijken die schadelijk of onrechtvaardig zijn
- Relativisme vermijden:
Cultuursensitiviteit betekent niet dat alles geaccepteerd wordt
Het gaat om kritisch bewustzijn: je weet waar de grens ligt tussen respect
voor cultuur en bescherming van fundamentele ethische normen
CULTUUR = ACTIEF (niet passief)
- Cultuur = dynamisch -> je culturele blik verandert door de tijd, invloeden van
buitenaf en persoonlijke ervaringen
1.2 ETHIEK
ETHISCH DILEMMA:
- Ethische dilemma’s komen voortdurend voor in onze loopbaan als psychologisch
consulent
Kritisch en bewust kijken naar dilemma’s, verschillende standpunten
exploreren en zorgvuldig beslissen!!
,1.3 MULTIDISCIPLINAIR SAMENWERKEN
SAMENWERKEN – MULTIDISCIPLINAIR TEAM:
- Als psychologisch consulent werk je niet alleen
- Samenbrengen van verschillende vaardigheden en kennisgebieden verhoogt
de kwaliteit van hulpverlening
- Uitdaging: verschillende profielen = verschillende meningen
1.4 REFLECTEREN
REFLECTEREN = essentieel voor een goede hulpverlener:
- Zicht krijgen op je blinde vlekken
- Nuance zoeken in je denken, kijken zonder oordeel
- Zelf doen wat je van je cliënten verwacht
REFLECTEREN = EEN PROCES:
- Nieuwe inzichten leiden tot nieuwe reflecties:
Denk aan levensgebeurtenissen: bv. eerste examenperiode, op kot gaan, een
nieuwe vriendschap/relatie,…
- Stap voor stap groeien:
Je staat aan het begin van je loopbaan -> nog veel ervaringen en lessen te
leren
- Aanpassingsvermogen ervaren:
Continu kunnen aanpassen aan nieuwe situaties, uitdagingen en inzichten
Tegelijkertijd jezelf blijven -> uniek
2 CULTUUR
2.1 WAT IS CULTUUR?
CULTUUR:
- Afkomstig van Latijn “Cultura” = land bebouwen, verzorgen, beschaving
- In dagelijks taakgebruik:
Materiële en immateriële producten van de mens (bv. kunst, taal,
architectuur, religie,…)
Abstracte samenlevingsaspecten (waarden, normen,…)
Heel breed, maar ook moeilijk te definiëren -> nog altijd verschillende
meningen
CULTUUR =
- Overal: cultuur is overal rond je heen aanwezig
- Nergens: cultuur bestaat eigenlijk niet op zichzelf -> we merken het pas als we
ergens anders zijn of iets anders zien
- Groepen: cultuur ontstaat door groepen -> groepen bepalen hoe ze denken en
doen -> dat vormt een cultuur
CULTUUR =
Overgeleverd (meegekregen)
- Primaire socialisatie = geleerd vanuit opvoeding, wat we wel/niet mogen doen
of zeggen
, - Secundaire socialisatie = geleerd op school, bij vrienden, tijdens hobby’s (blijvend,
langer aanwezig)
- Tertiaire socialisatie = recenter, verandert sneller, afhankelijk van de tijd
waarin we leven
Dynamisch = cultuur verandert voortdurend
Gedeeld = cultuur deel je met anderen
CULTUUR – VERGELIJKBAAR MET EEN UI:
Zichtbare artefacten:
- Buitenkant – extern (gedrag)
- Bv. kledij, eten, bouwstijlen, culturele en religieuze feesten,…
Beleden waarden:
- Meer intern, maar zichtbaar (houding)
- Bv. punctualiteit (op tijd komen), respect voor ouderen, conservatieve kleding,
met twee woorden spreken (“ja, mama”), de rechterhand als ‘schone’ hand en de
linkerhand als ‘vuile’ hand,…
Doen we vanwege interne waarden
Onderliggende basisveronderstellingen:
- Intern (kernwaarden), niet zichtbaar
- Opvattingen over:
Goed en kwaad
Normaal en abnormaal
Mooi en lelijk
Verbonden aan fundamentele zaken, soms niet uit te leggen ‘waarom’