ONDERSTEUNINGSPLANNING
1: INTRODUCTIE
ORTHOPEDAGOGIEK: EEN HANDELINGSWETENSCHAP
Orthopedagogiek = handelingswetenschap die doelgericht onderzoekt hoe we KVL, inclusie
& participatie in maatschappij van alle betrokkenen kunnen verbeteren.
“het in wijsheid samen kiezen en zinvol samen handelen, het integreren van voelen,
willen en denken in moeilijke opvoedings- en leefsituaties en dit op een planmatige manier.
METHODISCH HANDELEN
= basiskenmerk.
= bewust proberen omgaan met opgedane kennis, inzichten & vaardigheden.
Bent je bewust van de effecten en invloeden van je handelen op de ander.
Ondersteunen pers om gewenste doelen voorop te stellen en gaan samen aan de
slag dichter bij deze doelen te komen.
4 CENTRALE KENMERKEN:
1: JE HANDELT DOELGERICHT
Ondersteunt pers en netwerk om gewenste doelen voorop te stellen & denken
samen na hoe er naartoe te werken.
Pers heeft zelf de regie.
Doelen kunnen vanalles zijn.
2: JE HANDELT BEWUST
Welke invloed heeft jouw gedrag op de ander?
Kan duiden wrm je met pers op bepaalde manier handelt.
Niet dat je nooit meer intuïtief kan handelen.
In bepaalde situaties moet je direct kunnen reageren (bv: onverwachte crisis).
3: JE HANDELT SYSTEMATISCH
Stap voor stap.
Elke stap richting gewenste verandering moet verbonden zijn met voorafgaande
situatie.
Zodra iets in gang zet telkens afvragen wat volgende stap moet zijn & welke
ondersteuning nodig is.
,4: JE HANDELT PROCESMATIG
Voortdurend afvragen of je in richting van vooropgestelde doel werkt, of evt
bijsturing nodig is.
Vertrekt altijd vanuit vraag van de pers met ondersteuningsnood.
o Vanuit deze vraag samen zoeken waaraan je zal werken.
Bij alles duiden wrm je op bepaalde manier iets doet.
Hebt altijd functionele relatie met de pers: afstand- nabijheid.
Methodisch handelen wordt vastgelegd in verschillende soorten plannen:
beleidsplan afdelingsplan Persoonlijk
ondersteuningsplan
niveau organisatie Onderdeel organisatie Individu
Wat? Visie, missie, Doelstelling uit Specifieke ondersteuning
doelstellingen & beleidsplan vertalen voor 1 specifieke persoon.
werkwijze van org. voor specifieke afdeling.
VAN HANDELINGSPLANNING NAAR EEN PERSOONSGERICHT ONDERSTEUNINGSPLAN
Handelingsplanning (’80) = het gebeuren in de instelling waarbij functionarissen zich
beraden over de manier waarop de leefsituatie van hun cliënten verbeterd kan worden ten
gevolge van hun eigen optreden naar die cliënten toe.
Permanent gebeuren in de instelling waarbij functionarissen
nadenken over de manier waarop de leefsituatie van hun cliënten
verbeterd kan.
PERMANENT GEBEUREN:
= cyclisch proces
Dynamisch (bijsturen waar nodig)
Ons handelen stopt nooit
BESTAAT UIT 4 FASEN:
1) Beeldvorming: wie is de pers en wat heeft die nodig?
2) Planning: waar werken we naartoe (doel) en hoe (acties)
3) Uitvoering & monitoring: acties uitvoeren, opvolgen en bijsturen.
4) Evaluatie: hebben we de doelen bereikt?
Bij cyclisch proces kan je telkens naar eerdere stappen.
Verschillende modellen volgen steeds dezelfde indeling
,EEN INSTELLING:
Waar worden handelingsplannen gebruikt?
Residentieel – ambulant – outreachend
FUNCTIONARISSEN:
Wie is deskundig voor het kijken naar een handelingsplan?
Enkel deskundigen moeten zich bezig houden met handelingsplannen.
Wie in de voorziening wordt beschouwd als deskundige? Klomp 3 verschillende
modellen.
Modellen van klomp:
Deskundigheidsmodel: opstellen van plan is de taak van deskundigen die het
vervolgens vertalen naar degenen die dagelijks die personen ondersteunen.
o Bv: psychiater
Betrokkenheidsmodel: ervaringen van professionals die dagelijks ondersteuning
bieden aan de pers staan centraal. Deze stellen het plan op. (niet in overleg met pers)
o Bv: individuele begeleider
Participatiemodel: samen met de cliënt zelf en zijn vertrouwd netwerk bepalen we
wat er in het plan komt. (pers centraal)
o Bv individu en netwerk zijn expert en nemen regie.
DE LEEFSITUATIE:
= een persoon in zijn specifieke context.
Handelingsplan gaat over meer dan enkel de persoon zelf.
HUN EIGEN OPTREDEN:
= het SAMEN handelen.
PARADIGMASHIFT
‘90
Verschillende paradigma’s geven een referentiekader van de manier waarop we naar
persoon met ondersteuningsnood kijken en waarop we ons handelen richting geven.
Steeds meer zicht op persoon in zijn totaliteit (naast spec ondersteuningsbehoeften,
ook aandacht voor mogelijkheden, sterktes, veerkracht).
Natuurlijk netwerk pers centrale rol
o Steeds meer gezien als belangrijke partners met wie we in dialoog gaan.
Naast oog voor kwaliteit van zorg focus op KVL
Pers staat centraal & kan zelf inhoud geven aan eigen leven.
Ondersteuningsnood wordt geïndividualiseerd (wat specifiek nodig?)
, Medisch denken Kwaliteit van leven
- Beperking - Krachten, sterktes, dromen
- Verzorgen - Oog voor ondersteuningsnoden
- Deskundigen - Met individu en netwerk
Wij kiezen voor “persoonsgericht ondersteuningsproces” stellen pers zelf centraal en
ondersteuning vertrekt steeds vanuit zijn noden.
“persoonlijk ondersteuningsplan”
VERSCHIL:
Persoonsgericht ondersteuningsPROCES het hele cyclisch proces dat ons ortho handelen
aanstuurt.
Persoonlijk ondersteuningsPLAN het neergeschreven product van dit doorlopen proces.
UITDAGINGEN
Uitdagingen op verschillende niveaus:
1: ECONOMISCH NIVEAU
- Schaarste aan middelen niet tegemoet komen aan groeiende vraag naar meer
dienstverlening & ondersteuning. + lange wachtlijsten.
2: SOCIAAL-POLTIIEK NIVEAU
- Nadruk op sociaal-maatschappelijke voordelen van PO
- Organisatie moet efficiënter en effectiever werken.
- Voordelen: meer en meer zorg bij netwerk gaan bekijken en zorg thuis te integreren
voordeel dat zorg meer in SL gebeurd waardoor kids in regulier onderwijs kan
gaan, in de buurt,..
- zien het stuk als feit dat als je thuis ondersteunt dat dit ¼ kost dan als in een
residentie. VEEL minder kostelijk voor de overheid.
- Moeten telkens aantonen dat we efficient en effectiever werken (inzetten op KVL,
pers zelf centrale rol en regie geven, GOED kunnen aangeven dat je efficient en
effectief je middelen inzet).
3: PROFESSIONEEL NIVEAU
- Meer geïndividualiseerde ondersteuning.
- Vrijetijdsbesteding wie doet er wat graag
- Deze kost meer geld en middelen maakt het op de andere vlakken weer niet
makkelijk.
De 3 niveaus beïnvloeden elkaar